Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Hein van der Heijden: ‘Na zo’n toneelprijs kan ik weer tien jaar mee’

Hein van der Heijden kreeg in september 2012 de Louis d’Or, de grootste acteursprijs. ,,Op het moment dat de envelop opengaat en je naam genoemd wordt, ja, dat is geweldig.” Hij speelt nu in ‘De kersentuin’, het slot van een bijzonder Tsjechov-drieluik.

Dat hij genomineerd was voor twee producties was al bijzonder: voor zijn rol van Vincent van Gogh in ‘Vincent en Theo’ en voor de rol van de idealistische arts Astrov in Tsjechovs ‘Oom Wanja’, beide expressieve rollen in voorstellingen van theaterproducent Hummelinck Stuurman. ,,Mensen zeiden me, jij gaat zeker winnen als je voor twee rollen bent genomineerd. Dat is dan natuurlijk nog volstrekt niet duidelijk. Maar het is een grote eer om die prijs te krijgen.”

Een kroon op het werk? ,,Zeker. Ja, absoluut”, zegt Hein van der Heijden (Heerlen, 1958) met een brede glimlach, vlak voordat hij in allerijl naar Hilversum afreist voor zijn aandeel in een hoorspel over de IRT-affaire. Betekende die onderscheiding ook verandering? ,,Toen ik die prijs kreeg, in september, begon ik met Eric de Vroedt te repeteren aan ‘mightysociety 10’. Een behoorlijk grote rol. Toen dacht ik, tjee, nu heb ik die prijs gekregen. Nu moet ik het ook heel erg gaan waarmaken. Mensen gaan nu misschien met andere ogen naar me kijken. Denken: hij heeft die prijs gewonnen, nu wil ik het ook wel even zien. Het was in het begin eerder een belasting. Maar gelukkig kon ik dat weer snel achter me laten en me concentreren op het werk.”

Trots

Onlangs stond hij in ‘Mightysociety10 – Hoe ook ik de liefde vond in het nieuwe Azië’. Zijn aandeel daarin werd uitbundig geprezen. ,,Het was zo’n mooie rol, voor mij, dat ik dacht, eigenlijk had ik de prijs hiervoor moeten krijgen. In deze rol kwamen nog meer dingen bij elkaar. Maar goed, dat is misschien bij elke laatste rol die je speelt. Het was een bijzondere productie, de laatste ‘mightysociety’. Ik speelde een soort alter ego van de vader van Eric de Vroedt, met heel veel tekst. Ik ben er achteraf heel erg trots op.”

De Vroedt is voor hem een belangrijke en bijzondere regisseur, zegt hij. ,,Toen ik wegging bij Toneelgroep Amsterdam heb ik allerlei andere dingen gedaan. Ook musicals. ‘The Lion King’, de rol van Frank Sinatra. Uiteindelijk kwam ik weer terug bij het toneel toen Erik de Vroedt met zijn ‘mightsociety’ begon. Hij stond toen al een beetje bekend als een aanstormend talent. Het klikte meteen. Zijn manier van theater maken spreekt mij enorm aan.”

Het is theater op de huid van de actualiteit. Nu heeft hij de draad van de Tsjechov-drieluik weer opgenomen, waarvan zeker de eerste producties, ‘De meeuw’ en ‘Oom Wanja’, alom bejubeld werden. Wat is er zo bijzonder aan deze cyclus? ,,Het mooie ervan is dat ze, als je ze achter elkaar zet, een geheel vormen. Het zijn drie generaties. ‘De meeuw’ gaat expliciet over de jongere generatie, ‘Oom Wanja’ gaat over de midlifecrisis, veertigers, vijftigers, mannen die niet meer weten wat ze met hun leven moeten.” Hij wijst op de boekenplank waarop de roman ‘Reis naar het einde van de nacht’ van de Franse meester Céline prijkt. ,,Zo’n gevoel. ‘De kersentuin’ gaat over de oudere generatie. De afloop van al die generaties komt daarin samen. Het luidt de komst in van een nieuwe tijd, van een nieuwe generatie, van de nieuwe rijken. De oude adel is zijn status kwijt en de parvenu’s en nieuwe rijken komen opzetten.”

,,Het is heel interessant om dat in drie fases te zien. ‘Oom Wanja’ is meer geconcentreerd op scènes tussen twee personages. ‘De kersentuin’ is iets grootser van opzet. Het zijn allemaal prachtige stukken. Deze heeft iets meer melancholie. Het is een komedie en tegelijk zit er veel dramatiek in. Afscheid nemen, daar gaat het om. Afscheid móeten nemen.”

Landgoed

In ‘De kersentuin’ keert de weduwe Ljoebov, een illusie armer, terug uit Parijs om de zomer door te brengen bij haar broer op het Russische landgoed waar ze is opgegroeid. Uit geldnood moet het landgoed worden verkocht. Van der Heijden speelt de rol van Gajev, de broer van de weduwe Ljoebov. ,,Gajev heeft altijd op dat landgoed geleefd. Hij wordt in feite gedwongen om zijn leven te veranderen. Daar heeft hij helemaal geen zin in. Hij ziet de problemen ook helemaal niet, maar uiteindelijk gaat toch de bijl in de kersenboomgaard.”

Het stuk is meer dan een eeuw oud. Toch zegt het veel over onze tijd – alles verandert, telkens weer. ,,Je herkent er veel in. Actuele elementen ook. Dan vraag je je af of we een beetje zijn opgeschoten in de afgelopen honderd jaar. Nou, niet zo heel erg veel. In die zin had Tsjechov een vooruitziende blik. Of heeft hij een samenvatting kunnen maken van wat mensen beweegt. Het is niet vastgepind op één tijdspanne. Het gaat over het milieu, sociale onrechtvaardigheid, over geld, liefde, verlies, de complexiteit van relaties. Dat zit allemaal in sublieme observaties.”

Gajev is een berustender personage dan hij meestal speelt. Dat vindt hij wel prettig, een rol die ‘ik wat meer vanuit ontspanning kan spelen’. Doorgaans speelt hij krachtdadige, nadrukkelijk aanwezige personages. Kleeft dat aan hem? ,,Het is wat jezelf als acteur inbrengt. Neem Mark Rietman, die straalt altijd rust uit en kan tegelijk enorm veel kracht geven. Ik heb ook wel de neiging om die energie te willen geven. Dat zit een beetje in mijn karakter, dat neem je mee in je rollen. Misschien word ik er ook wel voor gevraagd.”

Gerardjan Rijnders, die Van der Heijden goed kent uit zijn tijd bij Toneelgroep Amsterdam (waar Rijnders artistiek leider was), regisseert het drieluik. Dat doet hij aards en rauw. Minder melancholiek, de gemoedsstemming die aan Tsjechov kleeft, dan gebruikelijk. ,,Voorheen werden zijn stukken veel meer naar het nu geïnterpreteerd. Gerardjan Rijnders laat de tekst veel meer tot zijn recht komen.”

Mijnen

Hein van der Heijden speelt al jaren in de top. Was het zijn droom om acteur te worden? ,,Ik ben niet echt met toneel opgevoed. Ik kom uit Heerlen. Mijn vader was ingenieur. In de tijd dat de mijnen nog open waren, zijn we daarnaartoe verhuisd. Hij is heel jong overleden, op zijn 33ste, ik heb hem nagenoeg niet gekend. Het was een heel verwarrende tijd in het begin. Mijn moeder was nog zwanger van mijn jongste broer toen mijn vader overleed. Zij was wel met muziek bezig, maar niet met toneel. Toen ik op de toneelschool kwam vroeg ze: zou je dat wel doen? Zij vond dat in het begin moeilijk omdat ze zich afvroeg of ik er wel mijn brood mee kon verdienen.”

Hij maakte in zijn loopbaan vele omzwervingen langs kleine en grote gezelschappen. Hij heeft over mooie rollen niet te klagen. ,,Het gaat goed – hij klopt het even af – in deze barre tijden, want voor veel mensen in dit vak is het hartstikke moeilijk. Je kunt als freelancer een jaar vooruit plannen en dan moet je maar weer zien wat er gebeurt. Ik probeer wel mijn vaste plekken te zoeken, daar waar het vertrouwd voelt en ik denk goed te kunnen werken.”

Hij heeft zijn zinnen nu gezet op het spelen in films, zegt hij. ,,Ik heb dat relatief weinig gedaan, vind ik. Het toneel slokt heel veel energie op. Ik zou in filmrollen wel iets meer willen investeren. Al zal dat niet meevallen. De filmwereld zit op een bepaalde manier dicht. Je ziet steeds dezelfde gezichten. Regisseurs denken snel: laat ik hem maar nemen, want dan weet ik tenminste dat het goed is. Daar moet je op de een of andere manier tussen zien te komen. ”

Acteren, is zijn ervaring, is hard werken en leren omgaan met teleurstellingen. ,,Ik geef wel eens les (onder meer op de toneelscholen in Arnhem en Maastricht, red.). Dan houd ik de leerlingen voor: als je niet tegen teleurstelling kan, krijg je het heel moeilijk. Iets níet krijgen komt net zo vaak, zo niet vaker voor dan wél krijgen.”

Relativeren

Hij doceert ook om zichzelf scherp te houden. ,,En om de boel een beetje te relativeren. Dat heilige toneelspelen… Er is meer dan alleen maar een rol spelen. Door les te geven zie je ook hoe moeilijk het soms is om iets voor elkaar te krijgen. Het geeft veel voldoening als je net les hebt gegeven en ziet hoe blij iedereen is.”

Van de zes- à zevenhonderd jonge mensen die toelatingsexamen op de toneelschool doen, blijven er, vertelt hij, tussen de vijf à tien over. Dat is niet veel. ,,Nee. Toen ik zelf als negentienjarige bleue jongen werd aangenomen was dat een geweldig moment. Ik weet dat je dat soort dingen af en toe in je leven moet meemaken. Dat je een bevestiging krijgt. Zoals nu met die toneelprijs. Dan kun je er weer tien jaar tegenaan. Er zijn van die zogenaamde ijkpunten in het leven dat er iets heel bijzonders gebeurt. Ik denk dat het voor mensen die dat niet meemaken dan heel lastig is.”

 

Voorstelling ‘De kersentuin’ van Anton Tsjechov. Regie: Gerardjan Rijnders. Bewerking: Gerardjan Rijnders en Janine Brogt. Met: Hein van der Heijden, Carine Crutzen, Paul R. Kooij, Reinier Bulder, Eline ten Camp, David Lucieer, Saskia Temmink, Thomas de Bres, Jules Croiset , Thijs Prein, Samira Id Bella en Yara Alink. Tournee t/m 2 juni. www.hummelinckstuurman.nl

 

Februari, 2013

In een verkorte versie gepubliceerd in de kranten van De Persdienst

UA-37394075-1