Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Hella S. Haasse 1918-2011 Een rijk en bewust leven in de taal

Hella S. Haasse laat een omvangrijk oeuvre na, waaronder ‘Oeroeg’. Een klassieker uit de rijke Indisch-Nederlandse romanliteratuur die de kiem vormde van al die andere boeken die ze in ruim zestig jaar schreef. Op hoge leeftijd noemde ze het ‘een ongelooflijk geluk’ dat haar werk zoveel weerklank had gevonden.

 

Op oude foto’s staat ze te stralen als een mooie jonge vrouw met filmsterachtige allure. Een halve eeuw later was ze de wijze grijze grande dame van de Nederlandse literatuur, gefêteerd met alle grote literaire prijzen die er in het Nederlandse taalgebied te vergeven zijn, en werd ze met koninklijke egards behandeld. Als ze ergens sprak of een lezing gaf, hield ze haar publiek met speels gemak in de ban en wist ze haar toehoorders met haar verteltalent te ontroeren.

Ze was in alles een dame, hoffelijk, innemend en gereserveerd. En tegelijk niet wars van het alledaagse. Zo liet ze zich in een interview in het tijdschrift Opzij ooit ontvallen dat ze er helemaal geen moeite mee had om voor de mensen van wie ze hield de wc schoon te maken. Dat zoiets uit haar mond kwam, was voor sommigen onbestaanbaar. Niet voor wie haar ‘Zelfportret als legkaart’ (1954) heeft gelezen, waarin ze over haar vroegere huisvrouwenbestaan beschrijft.

Hoe bekend Hella Haasse als schrijfster van meet af aan ook was, het duurde lang voordat haar kwaliteiten ten volle werden onderkend. Het publiek en haar trouwe lezers hadden haar allang in het hart gesloten, maar de schrijfster en haar gestaag uitdijende oeuvre werden lang niet altijd naar waarde geschat. Dit had deels te maken met de persoonlijkheid van de schrijfster. Ze hield er niet van om op de voorgrond te treden. Ook roerde ze zich niet of nauwelijks in openbare discussies. En als ze zich er wel in mengde, was haar antwoord of reactie genuanceerd.

Mede door haar bescheidenheid, die oprecht was, bleef ze in de schaduw staan van de befaamde Grote Drie (Hermans, Reve, Mulisch), die in de tweede helft van de vorige eeuw met hun werk, temperamenten en humeuren het literaire landschap domineerden. Haasse schreef in die tijd fijnzinnige historische romans als ‘Een nieuwer testament’ (1966), dat haar zelf het dierbaarst was, een boek over de laatste en verijdelde poging om de heidense cultus in het christelijke Rome van de vijfde eeuw te herstellen. En niet te vergeten het meesterlijke ‘De tuinen van Bomarzo’ (1968), waarin ze haar wereldbeeld ontvouwde aan de hand van speelse fantasieën over dat curieuze renaissancebeeldenpark in Italië.

Ze troefde de heren wel op een andere manier af: als ongekroonde koningin van de vertaalde Nederlanders. Zo is vrijwel haar hele oeuvre is het Frans te lezen. Voor Frankrijk had ze trouwens een zwak. Tussen 1980 en 1990 woonde ze met Jan van Lelyveld (1918-2008), haar man die rechter was, in het Franse Saint-Witz. ,,Dat was een prachtige tijd,” zei ze. Vlak voordat ze naar Nederland terugkeerden, werden ze er tot ereburgers benoemd.

De naam van Hella Haasse zal echter vooral verbonden blijven aan haar debuutroman, ‘Oeroeg’, dat ze schreef voor een prijsvraag en in 1948 verscheen als Boekenweekgeschenk. In de novelle, die speelt in Nederlands-Indië, ziet de Hollandse planterszoon Johan zijn inlandse, Javaans jeugdvriend Oeroeg veranderen in een islamitische strijder voor de onafhankelijkheid. Het boek, een fijnzinnig gecomponeerde vertelling van weemoed en verlangen, schreef Haasse in de tijd van de politionele acties, toen duidelijk werd dat de Indische wereld en de tijd die zij erin beschrijft voorgoed voorbij waren. Het verhaal, het verlies van vriendschap, is van alle tijden en culturen. Dat verklaart mede het succes. ‘Oeroeg’ bleef generaties lang gelezen en handhaafde zich moeiteloos op de boekenlijstjes van middelbare scholieren, waaraan de bescheiden omvang natuurlijk bijdroeg.

Een beroemde zin uit ‘Oeroeg’ – ‘Ben ik voorgoed een vreemde in het land van mijn geboorte.’ – slaat net zo goed op de schepper ervan zelf. Hélène Serafia Haasse (Batavia, nu Djakarta, 1918) woonde de eerste twintig jaar van haar leven immers in Nederlands-Indië: in Batavia, Soerabaja, Bandoeng en Buitenzorg. Haar ouders kwamen begin vorige eeuw naar Indië en verduurden de beproeving van de Japanse bezetting. Hun dochter noemden ze eerst Helly. Toen ze naar het gymnasium ging, vond haar grootmoeder dat ze Hella moest heten. ,,Indië heeft mij gevormd,” zei ze. En in ‘Oeroeg’ wilde ,,ik die sfeer laten zien van de bossen, de sawa’s, de grote ondernemingen.”

Eenmaal in Nederland, vlak voor de Tweede Wereldoorlog, volgde ze een studie Scandinavische letteren die ze afbrak voor de Amsterdamse Toneelschool. En als actrice was ze veelbelovend. Ze vertolkte in 1943 de titelrol in de openluchtvoorstelling ‘Mariken’. Dat deed ze volgens een theaterkritiek uit die jaren ,,met veel gratie en charme”. Dat ze ook kon schrijven wist journaliste Wim Hora Adema, die naast haar verzetswerk secretaresse was van de rijzende artiest Wim Sonneveld. Haasse scheef diens tweede succesprogramma ‘Sprookjes’ (1944). De feeërieke sfeer daarvan vormde volgens de annalen een hartverwarmend contrast met de grauwe bezettingstijd. In de hongerwinter verlieten Hella en haar man Jan, met wie ze drie dochters had (van wie de oudste op tweejarige leeftijd aan difterie overleed), Amsterdam vanwege de voedselschaarste. Met haar schoonvader ging ze de boeren af: ,,Ik herinner me nog de bloembollen die we boven een vuurtje roosterden en met zout bestrooiden. Dat was niet echt een lekkernij.”

Ze schreef tijdens en na de oorlog nog een aantal liedteksten voor Sonnevelds cabaretgezelschap en dat van anderen, maar kwam erachter dat haar ware talent elders lag. ,,Het had niet bar veel om het lijf, maar het was toch wel fijn”, zei ze erover. ,,Ik heb er veel geleerd. Maar cabaret lag me niet helemaal, ik ben er te relativerend voor.” Ze debuteerde met de dichtbundel ‘Stroomversnelling’, die ze als een jeugdzonde beschouwde. Daarin varieerde ze al wel op latere thema’s als de tegenstelling van gebonden en ongebondenheid, want waar ze ook was, ze bleef een buitenstaander. In Indië was ze door haar Nederlandse opvoeding ‘anders’. In Nederland bleek ze on-Hollands. De afstandelijkheid, die daarbij vergezeld ging, had zij overigens van nature, zei ze. Het zorgde ervoor dat ze haar omgeving bekeek als werelden die over elkaar heen schoven en in elkaar vloeiden.

Dat Haasse vooral wordt geassocieerd met -Nederlands-Indië en geschiedenis is begrijpelijk. Ze heeft immers veel over haar jeugd in Indië geschreven, ze heeft de theecultuur beschreven en veel historische romans op haar naam staan. Daardoor worden de boeken over het hoofd gezien die andere thema’s aanroeren. In die niet-historische romans probeerde ze ,,op verschillende manieren de werkelijkheid te benaderen, woorden te vinden die suggestie oproepen”. Zoals in ‘De wegen der verbeelding’ (1983), over een echtpaar dat zich van elkaar vervreemdt, en ‘De meermin’, ook een roman over een huwelijk én de manier waarop de Tweede Wereldoorlog doorwerkt in de Nederlandse samenleving.

Ze documenteerde zich uitvoerig, al moet dat ook weer niet overdreven worden. Haar Indische romans als de bestsellers ‘Heren van de thee’ (1992) en ‘Sleuteloog’ (2002) berusten vooral op ‘eigen waarneming’. Dat gold ook voor andere historische romans als ‘Het woud der verwachting’ (1949) en ‘De scharlaken stad’ (1952) en de latere ‘documentaire’ romans over boeiende achttiende-eeuwers als de Bentincks (‘Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter’, 1978) en baron Joan Derk van der Capellen (‘Schaduwbeeld of Het geheim van Appeltern’, 1989). Boeken vol filmische scènes, waaruit een rijke verbeeldingskracht en een groot vakmanschap spreken. Haar oeuvre draait daarbij vaak om terugkerende thema’s als het vermogen om te veranderen. Zo bestieren de pioniers in ‘Heren van de thee’ hun ondernemingen weliswaar met zakelijke bedoelingen, maar ze gaan zich wel steeds verantwoordelijker voelen voor de bevolking.

Een van haar meest gewaagde boeken is ‘Een gevaarlijke verhouding of Daal-en-Bergse brieven’ (1976). Hierin voert ze een fictieve correspondentie met Madame de Merteuil, de diabolische Eva uit Choderlos de Laclos’ beroemde ‘Les liaisons dangereuses’. Het is een soort gedachte-experiment tussen de achttiende en de twintigste eeuw, waarbij het kwaad dat aan Madame de Merteuil kleeft, wordt verklaard uit de onderdrukte positie van de vrouw. In haar latere romans worden verwijzingen naar de politieke actualiteit niet geschuwd, zoals de problemen rond immigranten. ‘Sleuteloog’ belicht de raciale en culturele verschillen tussen bevolkingsgroepen op Java en is als een spiegel van ‘Oeroeg’. En daarmee is de cirkel rond.

Op het einde van haar gezegende leven – zo’n zeventig titels verder en veel onderscheidingen als de P.C.Hooftprijs (1983) en de Prijs der Nederlandse Letteren (2004) rijker – begon ‘Oeroeg’ aan een nieuw leven. Ter ere van de campagne Nederland Leest in 2009 werden bijna een miljoen exemplaren van de toen 61-jarige klassieker uitgedeeld op scholen en bibliotheken. Tijdens die actie hield Hella Haasse een pleidooi voor de roman die ze ‘als vehikel voor de verbeelding’ als een groot goed zag dat nooit zal uitsterven. ,,De roman wordt op zijn ergst iets voor een minderheid, laten we zeggen een gelukkige minderheid.” Voor haar stond schrijven gelijk aan ademen. Het leidt, vond ze, net als lezen tot een ‘bewust leven’. Zolang haar boeken gelezen worden, zal ze voortleven, want, zei ze, ,,ik besta in wat ik schrijf”.

 

September, 2011 

UA-37394075-1