Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Henk ten Berge: ‘Geschiedenis is óók amusement’

Egmonder Henk ten Berge ging voor zijn boek ‘Spiegel van de lage landen’ op zoek naar het verhaal áchter (stand)beelden en monumenten.

 

Wie weet dat de naam Alkmaar – gespeld als Alcmaer – in de Arc de Triomphe in Parijs staat gebeiteld? Wat doet de keurige staatsman Thorbecke tussen de stripteasedames op het plein in de hoofdstad dat zijn naam draagt? Waaraan dankt de Coentunnel zijn naam? Waarom staat in het hart van Hoorn Jan Pieterszoon Coen al anderhalve eeuw trots op zijn sokkel terwijl hij toch verre van een lieverdje was? En hoe vaak passeren wandelaars het Russische Monument in Bergen zonder te weten dat het verwijst naar misschien wel de bloedigste invasie die Nederland ooit gekend heeft?

Henk ten Berge (1934) uit Egmond-Binnen schrijft er allemaal informatief én aanstekelijk over in zijn boek ‘Spiegel van de lage landen – Monumentale verhalen’. Hierin trekt de schrijver en oud-journalist (Noordhollands Dagblad, De Telegraaf) langs een dertigtal (stand)beelden en monumenten in het land die hem intrigeerden én inspireerden. ,,Ik had nog veel meer beelden of monumenten kunnen opnemen, maar je moet op een gegeven moment een strenge keuze maken.”

Doordat Ten Berge het kleine, anekdotische verhaal vertelt, krijg je als vanzelfsprekend meer inzicht en greep op het groter geheel. Zo spijkert hij terloops het historisch besef van de lezer bij. En dat kan geen kwaad. Want aan historisch besef schort het nogal eens bij de gemiddelde Nederlander. Zelfs bij mensen van wie je dit niet zou verwachten. Toen op tv ter ere van het Boekenbal bekende Nederlandse schrijvers werd gevraagd het jaar te noemen waarin Bonifatius werd vermoord (in 754, bij Dokkum), wist nog geen kwart van de geïnterviewden het juiste antwoord. De meesten zaten er verbijsterend ver naast. Al maakten ze het nog niet zo dol als degene die bij een enquête Bonifatius typeerde als ‘een pionier van de homobeweging’. Of als die BN’er die niet beter wist dan dat Michiel de Ruyter een schaatskampioen uit Friesland is. Of is dat een grap? Nee, nee, beklemtoont Henk ten Berge, ,,dat is echt door die mensen zo gezegd”.

Henk ten Berge kan nog meer sterke staaltjes vertellen. Maar hoe schrikbarend gering de (feiten)kennis van de vaderlandse geschiedenis bij sommige mensen ook is, Ten Berges ervaring is dat dit lang niet altijd te maken hoeft te hebben met onverschilligheid of desinteresse. ,,Het historisch besef van de Nederlander is matig. Maar daarmee beweer je niets nieuws. Opvallend is wel dat als je het verhaal áchter een beeld of monument vertelt, mensen meestal heel nieuwsgierig zijn. Dan hangen ze aan je lippen. Vinden ze het ook een prachtig verhaal.”

Vertellen kan hij, de in Alkmaar geboren Ten Berge, broer van een andere schrijver (en dichter) H.C. ten Berge. Hij bewees dat eerder in een boek over het schier onnavolgbare jargon van voetbalgoeroe Johan Cruijff, maar vooral in het literaire kleinood ‘Vaders van tien’ (2002) over vergeten jonge helden uit Alkmaar ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, die niet beseften dat wat destijds spannend en avontuurlijk leek bij nader inzien levensgevaarlijk was. ,,Het vertellen van verhalen staat bij mij voorop. Wat ik nu zeg is waarschijnlijk vloeken in de kerk van beroepshistorici. In mijn ‘Spiegel van de lage landen’ gaat het uiteraard over geschiedenis, over kunst, literatuur en wetenschap. Maar het is óók amusement. Je kunt de lezer heel goed amuseren zonder de ernst uit het oog te verliezen.”

Tijdens zijn onderzoek viel het Ten Berge op dat mensen vaak weinig weten van de beelden en monumenten in hun buurt. ,,Om dicht bij huis te blijven: we hebben hier aan de hele Noord-Hollandse kust, van Den Helder tot Wijk aan Zee, een verschrikkelijke invasie gehad, de Engels-Russische invasie ter verdrijving van de Franse overheersing, in 1799. Je kunt die wel vergelijken met die van 1944 in Normandië. Het dodenaantal was enorm, de schatting is zo’n 20.000, waaronder ook onder de burgerbevolking. Maar het is een volstrekt onbekend verhaal gebleven. Het is weggemoffeld in de geschiedenis.”

Over de reden van die veronachtzaming wordt nog altijd gespeculeerd. ,,Beschouwden de Nederlanders van toen de Franse bezetting als de vrijheid en vonden zij de invasie ter verdrijving van de Fransen een aanslag op die vrijheid? Leefden zij zo tevreden in de absentie van Oranje?” vraagt Ten Berge zich retorisch af.

,,Ik heb zelf op een ouderwetse manier geschiedenisles op school gekregen. Dat was heel goed, met goeie leraren, maar hierover werd nooit iets verteld, terwijl ik toch in deze streek woon. In Bergen stond alleen een heel merkwaardig monument, het Russen Monument. Met zo’n orthodox kruis. In Bergen zijn er uiteraard wel wat mensen die weten waar dat voor staat, maar toch. Wat ook volstrekt onbekend bleek te zijn, is dat Alkmaar op de Arc de Triomphe in Parijs staat. Ik heb toch heel wat Alkmaarders erover aangesproken, maar niemand wist dat. Het slaat op die gigantische invasie van toen.”

De geschiedenis herhaalt zich voortdurend, constateert Ten Berge. ,,In de oorlog in Irak was er bijvoorbeeld geen sprake van neutrale waarneming. De pers mag alleen onder begeleiding van het leger mee. Het verloop van de geschiedenis wordt dus gestuurd. Veel is er niet veranderd, want de Tachtigjarige Oorlog was ook al een propagandaoorlog. Ik sprak een aardige oude man in het museumpje in Heiligerlee, die zei: je moet niet alles geloven wat onze voorouders vertelden.”

,,Het maakte zo’n veertig, vijftig jaar geleden ook uit bij welke kerk je hoorde, op welke school je zat en in welk gezin je opgroeide. Ik ben opgegroeid in Alkmaar. Ik heb in de loop der tijden drie versies geleerd over het beleg van Alkmaar. Eerst op school. Ik ben katholiek geboren, zat op een katholieke school. Nu is Alkmaars Ontzet een groot feest voor de hele stad. Voor de oorlog werd 8 Oktober niet gevierd door katholieken. In het katholieke onderwijs heette de Tachtigjarige Oorlog ook een godsdienstoorlog. De Spanjaard was dan weliswaar een vreemde mogendheid maar die beschermde ons. De geschiedenis hangt van dat soort rariteiten aan elkaar.”

,,Ik heb geprobeerd het verhaal achter een beeld of monument te actualiseren, door het te benaderen vanuit onze tijd, en daarbij paste ik onder andere het zeer effectieve trucje van het ouderwetse straatinterview toe. In sommige gevallen was dat niet zo moeilijk. Zoals bij Jan Pieterszoon Coen, de belangrijkste grondlegger van het koloniale rijk van Nederland. In termen van nu zou hij waarschijnlijk voor een tribunaal moeten verschijnen vanwege zijn oorlogsdaden. Maar zijn collega en latere opvolger Van Heutsz was ook geen lekkere jongen. Vergeleken met Jan Pieterszoon Coen was hij echter nog geen kwart van zo’n slechterik. In de periode dat Van Heutsz werd verketterd, werd Coen echter geëerd, met een standbeeld, de Coentunnel. Dat valt moeilijk met elkaar te rijmen.”

,,Wat Coen voor Hoorn is, is Van Heutsz in Coevorden. Daar heeft maar één incident plaatsgevonden. Er waren twee studenten die daar demonstreerden voor het beeld van Van Heutsz. ‘Moordenaar!’ riepen ze. Een van die studenten was Relus ter Beek, de latere minister van defensie, die bataljons Van Heutsz moest uitzenden naar Afghanistan, en later de commissaris van de provincie van Van Heutsz werd!”

Henk ten Berge: ‘Spiegel van de lage landen – monumentale verhalen’. Uitgeverij Conserve, Schoorl, 256 blz.

 

‘Victorientje staat er als schlemiel bij’

 

Henk ten Berge wijdt in zijn boek ‘Spiegel van de lage landen – Monumentale verhalen’ hoofdstukken aan onder anderen Jan van Schaffelaar, Grote Pier, graaf Egmont in Egmond, Kenau, het Alkmaars Ontzet-standbeeld Alcmaria Victrix oftewel Victorientje (,,dat er als een schlemiel bijstaat”), Hugo de Groot, Michel de Ruyter, Kaat Mossel, en Pieter Jzn Jong, bijgenaamd de Reus van Lutjebroek. Hij is de beroemdste der Zouaven, het internationale leger dat in de 19e eeuw vocht om de paus en de Kerkelijke Staat te redden. 

Ook spit de Egmondse schrijver het drama uit achter het Vissersmonument in Egmond aan Zee, dat verwijst naar de vijfennegentig vissers uit het dorp die ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, toen Nederland ‘neutraal’ was, op zee omkwamen door onzichtbare sluipmoordenaars als mijnen en onderzeeërs. 

Een prikkelend hoofdstuk is ‘Guus Hiddink was niet onze eerste held in Korea’. Voetbalcoach Guus Hiddink werd in 2002 als een godheid bejegend dankzij de wijze waarop hij in Zuid-Korea het gastland tijdens de wereldkampioenschappen naar ongekende successen leidde. Maar hij was niet de eerste, 350 jaar eerder gingen Jan Janszoon Weltevree uit De Rijp en Hendrick Hamel uit Gorinchem hem voor. Weltevree werd ,,omtrent 1650 tegen wil en dank de rechterhand van de Koreaanse koning en commandant van diens lijfwacht”. ,,Die twee mannen zijn elkaar daar ook tegengekomen. Hamel werd naar de koning geleid. En in dat vreemde Koreaanse wereldje hoort-ie dan ineens een grote man ‘Goedemorgen’ tegen hem zeggen. Dat is toch geweldig!? Het aardige van zo’n verhaal is dat ik daarmee en passant ook iets vertel over de Verenigde Oostindische Compagnie. Over het Nederland van toen, dat een machtsfactor van jewelste was, vergelijkbaar met de Verenigde Staten van nu.”

 

Maart, 2005

 

UA-37394075-1