Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Herman Brusselmans – Het is om het even wat je doet

De liefhebber van het proza van Herman Brusselmans (1957) is nog maar nauwelijks bekomen van de hilarische verwikkelingen van de volkse types in de roman ’Mank’ of van de Vlaamse schrijver is alweer een nieuw boek verschenen: ’De droogte’.

 

Het is zijn vierenveertigste boek, maar het kan zijn dat we er een paar over het hoofd hebben gezien. Een ’Brusselmans’ herken je meteen. Vanaf de eerste bladzijde is ’De droogte’ – voor de liefhebber, dat spreekt – weer een feest van herkenning. In deze wereld van ’het klootjesvolk’ – bij Brusselmans doen mannen en vrouwen, een werkloos, een autoverkoper, advocaat of rechter in schaamteloosheid en grofheid niet voor elkaar onder – is alles even banaal, plat, ordinair en vulgair. Maar onderhuids schrijnt bij al die ogenschijnlijk oppervlakkige en grofgebekte romanfiguren een gevoel van leegte en eenzaamheid.

Koele kikker

Hoofdfiguur in ’De droogte’ is de dertiger Fazio, een typisch Brusselmans-karakter. Hij is een koele kikker, verveeld en onverstoorbaar, waarin de schrijver weer veel van zichzelf heeft gestopt. Hij is een eigenzinnige figuur, juist gescheiden, bankroet, net ontslagen, een drinkebroer. Hij trekt bij zijn verzuurde moeder in, koopt een motorfiets, ook al is hij gedurende het hele boek voortdurend aan de wandel. Hierbij loopt hij telkens halve garen tegen het lijf en raakt hij in een hilarische of bizarre situaties verzeild. Deze Fazio is op het oog een tragische figuur die echter niet bij de pakken neer gaat zitten. Zijn tijd komt nog. Hij houdt de moed erin: ‘Het is eigenlijk om het even wat je doet, zolang je maar geld verdient en heel oud wordt. Dan heb je een lang, vruchtbaar leven gehad en kun je zonder veel spijt of schaamte het tijdelijke voor het langdurige wisselen.’

Uitweidingen

Ook voor deze nieuwe Brusselmans gaan de bezwaren op die van toepassing zijn op de meeste van zijn boeken. Hij is slordig, hij herhaalt zich, de uitweidingen zijn oeverloos. Hij is een begaafd stilist, maar voor diepere of bijzondere gedachten of mooie zinnen ben je bij hem aan het verkeerde adres, en de volkse types die zijn boeken bevolken zijn vaak eenvoudig inwisselbaar.

Brusselmans schrijft altijd hetzelfde boek. Toch valt er veel te genieten bij de Vlaming, zoveel meer dan in de gemiddelde roman van een Nederlands(talig) schrijver. Je verveelt je zelden. Ook nu weet Brusselmans weer meer dan 300 bladzijden te amuseren. Het ’verhaal’ doet er bij hem niet veel toe, het gaat om de manier waaróp hij het vertelt. Brusselmans grote kracht schuilt in de toon en in de gortdroge humor. Hij weet te verrassen met zijn grappen, hoe grof en flauw en melig ze ook zijn, en hoe oeverloos hij ze soms ook uitmelkt. Deze keer is het woord poepen favoriet, een woord dat in het Vlaams een andere betekenis kan hebben (neuken) dan in het Nederlands. En verder varieert hij onder meer oeverloos op pesterige grappen over de Vlaamse meester Hugo Claus.

Vermaak

De droogte’ is geen hoogtepunt als ’De kus is de nacht’ (2002) of ’De man die werk vond’, respectievelijk een dikke en een dunne Brusselmans, het is evenmin een ’gewelddadig’ boek als ’Pitface’ of een harde satire als ’Uitgever Guggenheimer’ waarmee de schrijver opzettelijk de grenzen opzocht en die volgens sommigen overschreed. Het is een ’ouderwets goede Brusselmans’, – je vindt het prachtig of je haalt je neus ervoor op – waarmee de Vlaamse volksschrijver de liefhebbers van zijn werk zeker niet zal teleurstellen. Hoewel ’De droogte’ niet meer is dan goed literair vermaak, verdient deze eigengereide eenling in het literaire landschap het om gekoesterd te worden.

 

Herman Brusselmans: ’De droogte’, uitgeverij Prometheus, 330 blz.

 

September, 2003

 

 

UA-37394075-1