Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Herman Brusselmans

Twee weken geleden werd Herman Brusselmans door de redactie van De Wereld Draait Door afgebeld omdat Herman Koch moest worden gefêteerd – een zoveel belangrijker schrijver nietwaar, want het voormalige Jiskefetlid staat in de bovenste regionen van de Amerikaanse boekentop 100 en dat moet de andere Herman nog maar zien te presteren.

De dag erop vertrouwde een vermoeid ogende Brusselmans me tijdens een vraaggesprek voor De Persdienst over zijn nieuwe roman toe dat hij het helemaal gehad had met de media. Hij zou ter promotie van ‘Mogelijke memoires’ nog één keer overal braaf komen opdraven, pootjes geven en de pias uithangen, maar dan was het mooi geweest, benadrukte hij in zijn appartement in Gent. Zelden zag ik de tragikomische schrijver zo somber. En de ‘oppergod van de Vlaamse letteren’ is al geen lachebek. Hij is als schrijver wel uniek in zijn soort, hij is een van de weinige literaire auteurs die je – mits je zijn soort humor apprecieert – als lezer kan laten schateren.

Vanavond (dinsdag 13 maart) zit hij dan toch aan tafel bij DWDD-presentator Matthijs van Nieuwkerk, weliswaar met een vreugdeloos uitgestreken gezicht, maar toch. Hij heeft een winkeltje en zijn zoveelste boek (tussen de zestig en zeventig heeft hij er inmiddels gepend) kan tenslotte nog wel wat publiciteit gebruiken.

Het gesprek met Van Nieuwkerk verloopt moeizaam, moeizamer dan anders. Na de inleidende schermutselingen, waarin wordt gerept over zijn grote liefde (weggelopen, maar ze houdt nog steeds een oogje in het zeil), zijn verslavingen (liever een sigaret dan seks) en zijn somberte en wanhoop (en zo voorts), wordt er warempel over zijn nieuwe boek gesproken. En dat is bijzonder. Bij hem thuis in Gent had hij nog gezegd: ,,Wij hebben nu een gesprek over mijn boek, mijn nieuwe boek, en weet je, dat is heel uitzonderlijk. Meestal word je gevraagd om iets te doen voor kindjes met kanker, gevraagd om in een quizje te zitten of word je gevraagd voor De Wereld Draait Door. Over mijn nieuwe boek gaat het zelden.’

Niet dat Van Nieuwkerk een en al lof is over ‘Mogelijke memoires’, maar het boek krijgt tenminste aandacht. En zeker dit boek van Brusselmans biedt stof te over voor een goed gesprek. De roman mag dan een ‘vertrouwde Brusselmans’ zijn, in het begin zelfs een pageturner, het is ook een onmogelijk boek van wisselende kwaliteit. Het ene moment is HB in topvorm, het volgende sleept het ‘verhaal’ zich voort. Gods zegen rust niet onvoorwaardelijk op dit oeverloze geoudehoer. Desondanks geeft dit intrigerende en lijvige werk, een van de dikste romans die hij schreef (‘Kus in de nacht’ is meen ik zijn dikste), weer een proeve van zijn maniakale schrijflust en stilistische brille, ook in het veertiende en ellenlange hoofdstuk, waarin Brusselmans alle schroom, voor zover hij die nog had, van zich afschudt en de nachtelijke wanhoop en eenzaamheid van zijn alter ego tot in de finesses beschrijft en uitvergroot.

Na het gesprek met Van Nieuwkerk gaat Herman enigszins bedremmeld van tafel, en als Nico Dijkshoorn zijn wekelijkse voordracht begint, zie je de schrijver verstarren. Brusselmans hoort de huisdichter onbewogen aan. Ik zie hem denken, ik hou niet van poëzie en van dit type gedichten, van deze bullshit al helemaal niet. Dijkshoorn prijst hem echter de hemel in als een schrijver die in elke vezel van zijn lijf rock-‘n-roll is. Er is geen schrijver, en zeker in Nederland niet, die zo ver durft te gaan als Brusselmans. Hij durft zijn nek uit te steken en plat op de bek te gaan en daarmee zegt Dijkshoorn niets te veel. Gaandeweg de loftuitingen zie je Herman ontdooien. Als de huisdichter zijn notitieblok dichtklapt en de presentator opgewekt naar hem roept: ‘Je zit helemaal te spinnen, Herman!’, kijkt hij op, alsof hij opschrikt uit diepe, sombere overpeinzingen en breekt er tussen de lange manen warempel een stralende glimlach door.

12 maart, 2013

UA-37394075-1