Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Het circus van Alexander Calder

Alexander Calder (1898-1976) was een van de meest revolutionaire en populaire kunstenaars van zijn tijd. ‘De kleerkast met de ziel van een nachtegaal’ liet een imposant opgewekt en speels oeuvre na.

 

De documentaire ‘Alexander Calder: sculptor of air’ van Stephan en François Levy-Kuentz laat zien hoe Calder erin slaagde om de statische beeldhouwkunst te bevrijden van haar massiviteit.

Alexander Calder – Sandy voor intimi – kwam uit een kunstenaarsgezin. Zijn moeder was schilderes, zijn vader beeldhouwer. Hij was al vroeg een knutselaar die in de kelder thuis uit alledaagse materialen allerhande figuren maakte die bezield leken. Calder studeerde werktuigbouwkunde, was handelsreiziger in grasmaaiers en industrieel ontwerper, maar zijn ambities reikten verder.

In de jaren twintig verruilde hij New York voor Parijs omdat ‘voor mensen als wij dit de droombestemming was’. Hij verdiende er zijn brood met spotprenten en karikaturen. In die tijd vervolmaakte hij zijn miniatuurcircus, dat een bezienswaardigheid werd. Daarmee verzorgde hij vermakelijke voorstellingen die werden bezocht door bevriende kunstenaars als Jean Cocteau, Joan Miró, Fernand Léger, Marcel Duchamp, Le Corbusier en Man Ray. Het circus zou altijd zijn fascinatie blijven behouden. Hij speelde er veertig jaar later nog mee zoals anderen op hun zolderkamer met modeltreintjes.

Tegelijk begon hij draadplastieken modellen te maken. In ijzerdraad beeldde hij onder anderen Joséphine Baker uit, indertijd beroemd door haar wilde charleston-dansnummers. Op de film zien we de bonkige Calder een olijk dansje maken met zijn Joséphine en haar brutaal priemende spiraalborsten.

‘Als ik sombere gedachten krijg, val ik in slaap.’

Het keerpunt kwam toen hij Miró ontmoette. ,,We waren allebei beeldenstormers,” aldus de Amerikaan over de Spaanse surrealist, die hem ‘een kleerkast met de ziel van een nachtegaal’ noemde. Piet Mondriaan was sceptischer over Calders werk, maar tegelijk van onschatbaar belang voor de nieuwe koers die hij voer. Calder wilde net als de Nederlandse schilder grenzen doorbreken. Het speelkwartier was voorbij en hij werd een serieus abstract kunstenaar zonder dat zijn werk het frivole karakter zou verliezen. Hij begon met het maken van soms reusachtige mobiles: fragiele, hangende sculpturen met kleurrijke blikken blaadjes die op een zucht of bries dartel deinen en rondwentelen in de lucht.

De film legt het accent op Calders ontwikkeling als vernieuwend kunstenaar. We zien hem daarin als een goedmoedige lobbes die altijd bezig is met vijlen, beitelen, buigen, assembleren en schilderen, en voor de camera soms malle fratsen uithaalt. Hij was altijd goedgemutst: ,,Als ik sombere gedachten krijg, val ik in slaap.”

‘Het is volkomen nutteloos

en zonder betekenis. Als je het

begrijpt kan het je aangrijpen.’

Daarnaast zijn er archiefbeelden die de sfeer van zijn tijd oproepen, zoals in de Grote Depressie de bouw van het Empire State Building in Manhattan. Een stalen skelet van vierhonderd meter werd indertijd met een snelheid van vier verdiepingen per week opgetrokken door Mohawk-indianen, die als trapezewerkers met doodsverachting te werk gingen. Dat moet Calder de circusgek hebben aangesproken. Die ging ook onverstoorbaar zijn gang, hield zich verre van ‘het gehakketak tussen kunstenaars’ en zei over zijn eigen werk nuchter: ,,Het is volkomen nutteloos en zonder betekenis. Als je het begrijpt kan het je erg aangrijpen.”

Kunst is meer dan alleen om naar te kijken, vond Calder, en daarmee was hij zijn tijd vooruit: ,,De mensen vinden het leuk om mijn objecten te laten bewegen. De suppoosten roepen: Niets aanraken! Maar als ik zelf in de zaal ben, roep ik: Nee hoor, ga je gang. Je mag ze allemaal aanraken.”

 

Maart. 2010

UA-37394075-1