Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Het mateloze leven van Colette

Sidonie-Gabrielle Colette (1873-1954) was een superster, misschien wel de eerste ‘echte’. Ze noemden haar een theaterbeest, excentriek, gewaagd, pervers. Ze trad op als naaktdanseres in de Moulin Rouge en had lesbische verhoudingen, was musicienne en een boeiend spreekster. Ze was buitensporig ambitieus, bevlogen en gedreven. Alles was even mateloos aan deze vrouw die het leven tot kunst verhief, waardoor er weinig tijd voor het moederschap resteerde en je haast zou vergeten dat Colette, zoals ze zich kortweg noemde, ook nog uitgroeide tot een van de belangrijkste Franse schrijfsters van de twintigste eeuw.

Wie de biografie ‘Colette, een zinnelijk leven’ van de Amerikaanse Judith Thurman leest, vraagt zich dan ook verbluft af hoe ze het voor elkaar kreeg om tussen de bedrijven door ook nog zo’n immens oeuvre bij elkaar te schrijven. Ze moet haar vingers blauw hebben geschreven aan romans, essays, toneelstukken, filmscripts en een enorme hoeveelheid journalistieke stukken. Ze presenteerde radioprogramma’s en werd herhaaldelijk bekroond met literaire prijzen. In 1949 werd zij zelfs voorzitter van de Académie Goncourt, een mannelijk bastion bij uitstek.

Op zestigjarige leeftijd, het was het beruchte jaar 1933, verbond ze zich aan een dagelijks artikel in La République. Tegelijk bezocht ze als toneelcriticus van Le Journal tegen de twintig toneelvoostellingen per maand, waarvan ze een aantal selecteerde voor haar kritieken van zo’n tweeduizend woorden. En niemand kon zeggen dat ze zich er met een jantje-van-leiden vanaf maakte, elke bijdrage werd een literair kunststukje. Haar verzamelde film- en toneelkritieken beslaan al enkele boekdelen.

Dat ze zoveel tegelijk deed en moest doen, kon ook niet anders. Colette leefde alsof de dood haar op de hielen zat en tegelijk alsof ze onsterfelijk was. Het moet voor een vrouw die op middelbare leeftijd nog als een jeugdige aantrekkelijke vrouw oogde, onverteerbaar en welhaast ondraaglijk geweest zijn om als een wrak te eindigen. Daarvan zijn beroemde foto’s gemaakt, zoals er zoveel foto’s van de schrijfster gemaakt zijn. Ook toen de schrijfster en levenskunstenares wegens reuma aan haar beddenvlot zoals ze haar radeau-lit noemde, gekluisterd was. Op die ene foto, uit 1953, ter ere van haar tachtigste verjaardag zit ze met haar ruige haardos op bed, omringd door paperassen. Vóór haar de verjaardagstaart, waaruit, je houdt met terugwerkende kracht je hart vast, de brandende kaarsjes twee huiveringwekkende vuurfonteinen de lucht inspuiten.

Een grote collectie foto’s vertelt het levensverhaal van Colette. Ze moet een van de meest gefotografeerde schrijfsters ooit zijn. Behalve veel ‘gewone’ biografieën – voor biografen blijft Colette een gewild en onuitputtelijk onderwerp – zijn er tal van fotobiografieën van haar verschenen. Het wemelt van de veelzeggende foto’s van de schrijfster, waarvan een aantal ook in Thurmans is opgenomen. Colette in de hangmat; de vijftienjarige wildebras met blonde vlechten als ‘zweepkoorden’ of  ‘teugels’, toen ze verliefd zou worden op haar latere echtgenoot M.Willy. De achttienjarige Colette als een dromerige schoonheid, lezend in de tuin. Colette in herenkostuum als actrice, sensuele mond, dramatische blik, lijkwit gezicht. Colette als dandy, sigaret in de hand, hoewel ze nauwelijks rookte. Colette als Salomé. Colette in een omhelzing met een vrouw. Colette met Audrey Hepburn die op Broadway de rol van Gigi speelde, naar het gelijknamige boek. Colette met haar dochtertje Bel-Gazou, en, uiteraard, tezamen met haar katten, die haar misschien wel dierbaarder waren dan mensen.

Veelbetekenend is de foto waarop Colette poseert met pen en schriftje en een gezicht dat het midden houdt tussen lachen of huilen. Ze zit naast de veel oudere, ijdele fat Henry Gathier-Villars alias M.Willy met zijn hooghartige krulsnor en baard en koude oogopslag, haar eerste echtgenoot met wie zij in 1893 was getrouwd. Zijn reputatie als muziekrecensent en gewichtig schrijver stoelde allereerst op boeken die waren geschreven door een serie ghostwriters. Nadien vierde hij successen met de feuilletons over Claudine, een erotisch ongeremde tienermeisje dat een soort archetype in de Franse literatuur zou worden. Ze waren van de hand van zijn zoveel meer getalenteerdere gade. Zij schreef de beroemde Claudine-romans. Hij zette zijn naam op de omslag. Hoewel hij vaker het rode potlood blijkt te hebben gebruikt dan wel wordt aangenomen. Voor de Claudine-serie putte Colette uit haar eigen ervaringen. De boeken werden bestsellers, zoals alles wat ze schreef hoge oplagen bereikte. Ze moet een van de meest verkochte Franse auteur van de twintigste eeuw zijn.

Colette heette een natuurtalent te zijn. Zij schreef met zoveel achteloos gemak dat het menige collega-schrijver wel eens droef te moede moet zijn geweest. Al bleek bij nader inzien dat ze veel kraste en schrapte in haar manuscripten. Ook bij haar ging het scheppen van au. Nadat ze zich had ontworsteld aan het tumultueuze huwelijk met Willy, noemde ze zich kortweg Colette, naar haar achternaam.

Haar faam en naam begon vanaf de eeuwwisseling, rond 1900 in die vrolijke jaren van het Belle Epoque, rond te zingen in de Parijse salons. Hier ontmoette het provinciaalse meisje bijna ‘alle groten’ van haar tijd, onder wie Claude Debussy, Marcel Proust, Anatole France, André Gide, en Toulouse-Lautrec. De meesten bewonderden haar of mochten haar wel, op enkele uitzonderingen na, zoals de vileine dichter Léautaud, die haar grondig verachtte: ‘Haar boeken en toneelwerk behoren tot de commerciële literatuur’, schreef hij in zijn dagboek.

Colette verwierf in de eerste plaats roem als schrijfster van spraakmakende boeken. Ze deed er nog een schepje bovenop door een geruchtmakende toneelcarrière te beginnen. De ene scandaleuze affaire na de andere volgde. Ze had een minnares van adel, en als danseres ontblootte ze in een Franse music-hall haar borsten. Nee, Colette was niet voor een kleintje vervaard. Ze deed bovendien als eerste vrouwelijke Franse oorlogscorrespondent verslag van het front in de Eerste Wereldoorlog, al liet ze de gruwelen liever onvermeld. Haar dagboekachtige verslagen spraken echter veel lezers aan. Ze kreeg op haar veertigste haar enige kind. En had tegen haar vijftigste begon ze een verhouding met haar stiefzoon, waarin Colette overigens niets immoreels zag.

De belangrijkste figuur uit haar leven was haar moeder Sido. Zij was vrijgevochten en schrander. Ze had een grote drang naar onafhankelijkheid, wat fraai gedemonstreerd wordt in de prachtige brieven die ze schreef, en waarvan een proeve in Thurmans biografie is opgenomen. Later bekoelde die relatie enigszins, zoals die tussen Colette en haar dochter Bel-Gazou altijd koel was geweest. Toen Sido stierf in 1913, rouwde Colette met haar toenmalige echtgenoot, de aristocraat De Jouvenel, op haar eigen manier. ‘Per ongeluk’, beweerde ze, verwekten ze een kind.

Thurman schreef over dit tomeloze en ongeremde leven een prachtig, rijk boek. Er lijkt geen gebeurtenis in het leven van Colette dat zij over het hoofd heeft gezien. Geen detail blijft onbesproken. Weinig intieme, erotische zaken blijven verhuld. Het is bijna duizelingwekkend. Maar je sympathie voor Colette wordt er niet minder voor. Jammer is dat ondanks de karrenvrachten van details, het oeuvre van de schrijfster onderbelicht blijft. Ja, autobiografische gegevens over de boeken volop, maar je zou wel wat meer willen weten over Colettes werkwijze.

Hoe was haar manier van schrijven. Wat was de verhouding van haar werk tot haar leven. Nu lees je niet meer dan wat je al wist, terwijl je juist veel meer wilt weten over de achtergronden van ‘La chatte’ uit 1933. Het gaat over de vriendschap van een man met zijn kat, en de wraak van zijn vrouw daarop. Colette, wier boeken doorgaans worden gekenmerkt door een speelse toon, een bijna zintuiglijk taalgebruik en een groot warm hart voor dieren en dingen, bereikt in dit boek haar top. Ze legt hierin genadeloos het menselijk tekort en de menselijke drang tot vernietiging bloot.

Colette bracht de laatste fase van haar leven voor haar doen tamelijk bedaard door aan de zijde van de zeventien jaar jongere diamanthandelaar Maurice Goudeket. Ze stierf in 1954. Ze was de eerste vrouw die een staatsbegrafenis kreeg van de republiek. In Parijs verzamelde zich een rouwende mensenmenigte in de rue Montpensier om de schrijfster, over wier lijkkist de Franse vlag was gedrapeerd, te begeleiden naar het kerkhof Père-Lachaise. ‘Toen de aarde in het graf werd geschept’, schrijft Thurman niet zonder enige pathos, ‘begon het te regenen, de wind wakkerde aan en een van de hevigste buien sinds mensenheugenis barstte los. Ze zou ervan hebben genoten.’

 

Judith Thurman: ‘Colette, een zinnelijk leven’ (Secrets of the flesh. A life of Colette, 1999), vertaald door Annelies Eulen, 618 blz, uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam. ISBN 90-234-3982-1

 

Gepubliceerd in januari, 2002

 

UA-37394075-1