Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

‘Het stenen bruidsbed’ in het theater: ‘Ik ben schuldig, maar er zijn meer schuldig geweest’

Het Nationale Toneel presenteert ‘Het stenen bruidsbed’ (1959) naar de roman van Harry Mulisch. De eerste theaterbewerking van een magistraal boek van een groot schrijver. Regisseur Johan Doesburg en hoofdrolspeler Jeroen Spitzenberger lichten hun fascinatie voor ‘Het stenen bruidsbed’ toe.

 

Johan Doesburg: ‘Mulisch gaf me de ruimte om de roman te bewerken voor toneel.’

 

Johan Doesburg liep al jaren rond met het plan om ‘Het stenen bruidsbed’ naar het toneel te vertalen. De roman fascineert hem sinds de middelbare school toen zijn leraar Nederlands er bevlogen over kon vertellen. ,,Zijn eigen enthousiasme moest hij kwijt en ik was een van de leerlingen aan wie het besteed was. Dat is veertig jaar geleden, toen was ik zeventien.”

De regisseur, befaamd om zijn grote theaterproducties als ‘Medea’ en ‘Strange interlude’, heeft vaker geslaagde romanbewerkingen gedaan, waaronder ‘Mystiek lichaam’ naar Frans Kellendonk en ‘Tirza’ naar Arnon Grunberg, maar van ‘Het stenen bruidsbed’ kwam het niet. Ook al niet vanwege ‘een akkefietje’ dat hij had met Mulisch, een kwart eeuw geleden. Dat was naar aanleiding van Doesburgs spraakmakende voorstelling ‘Het vuil, de stad en de dood’ van Fassbinder: ,,Mulisch schreef toen een ingezonden brief naar de Volkskrant: ‘Het beste wat Fassbinder heeft gedaan is zelfmoord plegen.’ Het enthousiasme van Harry Mulisch, van wie ik veel gelezen heb, was toen even weg.”

Enkele jaren voor zijn dood in 2010 stemde Mulisch indirect toe met een toneelbewerking, aldus Johan Doesburg: ,,Hij wist wie ik was en wat ik deed, en hij reageerde heel laconiek en vriendelijk maar met een krul van ironie, van: ik wacht uw verzoek met veel belangstelling af of woorden van gelijke strekking. Hij gaf me de ruimte om het inderdaad te doen.”

 

‘Het stenen bruidsbed’ is een typisch vroege, veelgelaagde roman van Mulisch, waarin hij als een literair archeoloog te werk gaat.

 

En toen bleek de roman verrassenderwijs in 2011 in Duitsland al voor het toneel te zijn bewerkt door Stefan Bachmann en Felicitas Zürcher. In Dresden. ,,In Dresden ja, wat op zich voor de hand ligt.” Johan Doesburg zag de voorstelling en was verkocht. ,,Er valt over de bewerking van alles zeggen, maar het viel daar zeer op zijn plek. Het is een moment van bezinning over de Tweede Wereldoorlog. Het ging over hun stad en ze zullen er iets anders uit hebben gepakt dan ik boeiend vind. Maar het was een heel bruikbaar script, waarvan we vervolgens de rechten hebben gevraagd.” Het script is vertaald en bewerkt door Tom Kleijn en Johan Doesburg zelf.

‘Het stenen bruidsbed’ is een typisch vroege, veelgelaagde roman van Mulisch, waarin hij als een literair archeoloog te werk gaat. Uitgangspunt is de onherstelbare verwoesting van het ‘Florence aan de Elbe’, de oude ‘kunststad’ Dresden. De Amerikaan Norman Corinth neemt als boordschutter in een bommenwerper op 13 februari 1945 deel aan het bombardement van Dresden. Hij zit als geallieerde ‘aan goede kant’, maar begaat een oorlogsmisdaad door na zijn ‘klus’ op ‘onschuldige burgers’ te schieten. In Dresden keert hij tijdens een tandartscongres terug in de roes van de verwoesting. In de drie ‘Homerische zangen’ lopen het bombardement en de erotiek, geweld en lust, zoals in Corniths erotische roes met zijn Oost-Duitse gids Hella (Helena van Troje), als vanzelfsprekend in elkaar over. Mulisch bedrijft hier literaire alchemie op zijn eigen, onovertroffen wijze, waarin hij veel overhoop haalt en dwingt tot nadenken over lastige gewetensvragen.

 

,,Strategisch diende het bombardement geen enkel doel. Het was onzinnig dat Dresden vernietigd werd.”

 

Johan Doesburg: ,,Je kunt twisten over het bombardement op Dresden onder het mom ‘die Duitsers waren ook geen lieverdjes‘, maar strategisch diende het geen enkel doel. Het was onzinnig dat die stad vernietigd werd. Daar zijn alle historici het wel over eens. Het was bovendien ook nog een heel mooie stad. Ja, ‘Florence aan de Elbe’. Je vernietigt als het ware gewoon de binnenstad van Amsterdam. Waarom? Die stad zat overvol, met vrouwen, kinderen, bejaarden, werknemers uit andere landen en heel veel vluchtelingen. Dat is op abstract niveau een oorlogsmisdaad. Maar soit, dat is Corinth niet aan te rekenen. Je kunt van een jongen van 22/23 moeilijk kwalijk nemen dat als ie van hogerhand die kant wordt opgestuurd op de knop drukt om de bommen te laten vallen. Hij zou immers als een held worden binnengehaald.”

De crux zit ‘m in wat daarna gebeurde, als de bommenwerper met Corinth en zijn andere vier maten op de terugweg zijn. Ze openen het vuur op burgers die de vlammenzee zijn ontvlucht en in de rivier de Elbe de pijn van hun brandwonden proberen te verlichten. ,,Ze halen op eigen initiatief de trekker over. Dat is een exces. Dat komt vaker voor in de oorlog. Niemand registreerde dat het dít vliegtuig was.” Het vliegtuig wordt neergehaald, Corinth raakt zwaar gewond, maar overleeft als enige. ,,Het bombardement kun je nog zien als collateral damage. Maar dat geldt niet voor de begane misdaden die niet nodig waren. Daar is de individuele verantwoordelijkheid van de individuele soldaat. En dat zit in dit stuk.”

 

Jeroen Spitzenberger: ,,Natuurlijk, het zijn de hormonen, de overmoed, de adrenaline. Ze konden de consequenties niet overzien.”

 

Die jongens zitten elkaar in die bommenwerper elkaar een beetje op te fokken, zegt Jeroen Spitzenberger: ,,Natuurlijk, het zijn de hormonen, de overmoed, de adrenaline. Ze konden de consequenties niet overzien.” Maar wie is schuldig? Doesburg: ,,Die vijf naaien elkaar op, maar met zijn vijven hebben ze dat gedaan. Corinth doet het, maar heeft niet het initiatief genomen. De eerste kwam met het idee, de tweede heeft het geaccordeerd, de derde haalt de trekker over. ‘We’ hebben het gedaan. Heel actueel. Er wordt op straat door vijf jongens iemand tegen de grond geslagen. ‘Ik heb hem niet tegen zijn hoofd geschopt’, zeggen ze allemaal. Ik zou als rechter zeggen: het was de hele club. Ik ben het niet eens met de rechter die in een soortgelijke situatie zei: ik kan er geen vinger achter krijgen wie de echte trap heeft gegeven, dus volgt vrijspraak. Ik zou de hele groep hebben gepakt. Als je niet de waarheid boven water krijgt, als ze elkaar gaan afdekken, moet de hele club ervoor opdraaien.”

Jeroen Spitzenberger speelt Norman Corinth, een complexe, verknipte figuur. ,,Een oorlogsmisdadiger!” zegt Doesburg. ,,Juridisch gesproken valt hij geheel onder die definitie”, beaamt Spitzenberger. ,,Daar is hij zich van bewust, sterker nog, het is een last. Dat ervaart hij zo. Het verleden heeft hij sindsdien vermoedelijk niet helemaal op de rails gekregen, terwijl het hem naar buiten toe wellicht goed lukt om de schijn op te houden. Maar hij is een gebroken iemand. Als ik hem zie krijg ik het beeld van iemand die aan scherven ligt. Hij probeert de stukken van de gebroken spiegel op te rapen om het plaatje weer compleet te krijgen. Wie ben ik? Hij lijdt ook een soort identiteitscrisis. Het is zijn zelfverkozen lot om vragen te stellen, om zich niet te koesteren in de definitie van veteraan, held, oorlogsslachtoffer. Sterker, hij keert terug naar de plaats des onheils. Dat is wellicht een onbewuste maar ook alleszins gekozen actie om met jezelf de confrontatie aan te gaan.”

 

,,Het is een voorbeeld van een posttraumatische stressstoornis, hoewel met dat etiket niks is gedekt.”

 

Corinth is verwond en verminkt, zowel vanbinnen als vanbuiten. Johan Doesburg: ,,Dit is een voorbeeld van een posttraumatische stressstoornis, hoewel met dat etiket niks is gedekt. Bij de meeste personages van Tsjechov zit het ook niet helemaal lekker. Kijk naar Medea, de moeder die haar kinderen doodt. Ik ben niet geïnteresseerd in een vrouw die psychisch gestoord is en haar kinderen van de vierde rang van De Bijenkorf naar beneden kiepert, ja, die zal wel ziek zijn. Maar Medea ontstijgt zichzelf door, hoe gruwelijk ook, tegen de natuur in haar man op deze manier te straffen. In de Hitlerbunker vergiftigde een moeder, de vrouw van Goebbels, haar kinderen, voordat de Russen zouden komen. Die vrouw was niet psychisch belast. Op dat moment wordt het voor mij interessant. Hoe komt iemand tot zijn daad? Dat brengt mij terug bij Norman Corinth.”

Maar hoe speel je zo’n beschadigde man? Het is, zegt Jeroen Spitzenberger, een fascinerende zoektocht. ,,Je moet het als acteur dan ook meer in de nuances en kleuren zoeken dan dat je van meet af aan een gebroken man in mineur ziet.” Doesburg: ,,Corinth voelt niks, hij zou willen dat hij iets voelde. Hij is geblokkeerd. Hij zit niet ín zijn vel, hij staat náást zichzelf. Hij heeft een aantal theorieën, zoals ‘de ziel gaat te paard’, ‘ik ben hier maar eigenlijk ben ik nog daar’. En als hij daar is, zegt ie, is mijn ziel nog in Amerika.”

 

,,Mulisch laat in het midden waar de personages staan (zoals pensionhouder Ludwig en zijn schandknaap Eugène), over wat ze hebben gedaan en of ze over hun geschiedenis liegen.”

 

Mulisch zet Corinth tegenover een andere, gelijkwaardige intellectueel, Schneiderhahn, net als de Amerikaan een tandarts. Doesburg: ,,Corinth is op zoek naar saamhorigheid, hij zoekt naar een andere dader: Ik kan niet de enige dader zijn geweest, Duitsland moet vol met daders zijn geweest. Ik ben schuldig, maar er zijn meer schuldig geweest. Mulisch laat in het midden waar de personages staan (zoals pensionhouder Ludwig en zijn schandknaap Eugène), over wat ze hebben gedaan en of ze over hun geschiedenis liegen. Er worden over Hella bijvoorbeeld twee totaal verschillende dingen gezegd. De ene is dat ze zich vrijwillig meldde aan het Oostfront, de andere is dat zij als communiste in het concentratiekamp zat. En die vragen worden niet beantwoord. Schneiderhahn zegt niet dat hij tandarts was in het concentratiekamp, hij suggereert dat hij erbij betrokken is. Op dat moment hebben hij en Corinth goed contact. Van: jij bent fout geweest, als Duitser, ik ben fout geweest, als geallieerde. Waarom Schneiderhahn dat doet is een open vraag. Vervolgens moet hij dat terugtrekken. Hij is als tandarts niet betrokken geweest bij een concentratiekamp. En dan wordt Corinth kwaad en slaat hem op z’n bek.”

 

,,’Ik ben verschillende anderen.’ Dat is een letterlijk citaat uit de voorstelling.”

 

Doesburg: ,,Hij probeert grip te krijgen op zijn geschiedenis. Hij overdenkt zijn daden en probeert via dat rationaliseren de schuld van zich af te duwen. Ik ben niet dezelfde persoon als twintig jaar terug. Ik kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor wat ik elf jaar geleden heb gedaan. Toen was ik nog een jongetje wiens hersenpan nauwelijks was volgroeid, met de kennis van nu. Zijn gevoel loopt daar niet gelijk mee, er is dus iets mis met zijn gevoelsleven. ‘Ik ben verschillende anderen.’ Dat is een letterlijk citaat uit de voorstelling. Mulisch haalt er dan weer even de klassieke oudheid bij, want hij mag graag laten zien dat hij niet van de straat is. Hij schrijft dat boek op zijn tweeëndertigste hè? Ook niet verkeerd trouwens.”

 

,,De rol van Norman Cornith onttrekt zich aan bepaalde etiketteringen. Het karakter is een palet van kleuren, vol interessante tegenstellingen.”

 

Mulisch verbindt hoog met laag, banaliteit met verhevenheid, geweld met seks, klassiek met modern. ,,Fascinerend, vind ik dat”, zegt Jeroen Spitzenberger. ,,Ik word er echt door aangestoken. Gelukkig word ik niet steeds voor één soort karakter gevraagd. De verscheidenheid van de rollen die ik krijg is gelukkig breed en divers, en dat wil ik graag zo houden. Maar ik heb wel een zwak voor dit soort rollen.”

,,De rol van Norman Cornith onttrekt zich aan bepaalde etiketteringen. Het karakter is een palet van kleuren, vol interessante tegenstellingen. Het is een getourmenteerd iemand, met een belast verleden, die daden heeft gepleegd waarvoor hij zichzelf ter verantwoording probeert te roepen.”

Doesburg: ,,Ik kan Mulisch in die koppeling tussen oorlog en seksualiteit wel volgen. Cornith wordt seksueel wakker. De suggestie wordt gewekt dat zijn relatie met zijn vrouw in Baltimore niet warm was. Met de terugkeer naar Dresden bevangt hem dezelfde opwinding als toen hij in zijn bommenwerper zat. Corinth verovert Hella, dat is erotisch veroveren, maar volgens Mulisch is de daad met Hella verrichten het bombardement. Mulisch dwingt daarbij tot nadenken. Ja, en wij proberen daar theater van te maken.”

Jeroen Spitzenberger: ,,En het voordeel van het theater is dat je te maken hebt met mensen van vlees en bloed, die de toeschouwer stap voor stap meenemen door dit universum. ‘Het stenen bruidsbed’ is raadselachtig en cryptisch bij tijd en wijlen, maar door de manier waarop we het benaderen, wordt het inzichtelijk. Zonder teveel op de hurken te gaan zitten of uitleggerig te worden, zoeken we een middenweg, zodat je mensen kan verleiden om mee te gaan in een wereld die allengs complexer is en gelaagder wordt.”

 

,,Ja, we hebben weer een brandhaard. Is het hier opgelost, begint het daar. We worden ermee doodgegooid op tv en sluiten ons ervoor af. Anders word je gek.”

 

De sleutelscène is die waarin een echtpaar in een kroeg het hartverscheurende verhaal vertelt over het verlies van hun kind na de vuurstorm. Doesburg: ,,Je kunt filosoferen tot je groen ziet, maar daar vertellen een man en een vrouw dat ze achteraf hebben afgesproken dat hun kind gelijk dood was en niet later in de Elbe was weggedreven.”

Dergelijke verschrikkingen, wil Johan Doesburg maar zeggen, blijven mede de wrok en de haat voeden. ,,Iedere dode die valt aan Israëlische zijde en het veelvoud ervan aan Palestijnse kant zorgen ervoor dat het vlammetje weer wordt aangejaagd. En nu Syrië. Ja, we hebben weer een brandhaard. Is het hier opgelost, begint het daar. We worden ermee doodgegooid op tv en sluiten ons ervoor af. Anders word je gek.”

Dat ‘Het stenen bruidsbed’ onverminderd actueel blijft, was dan ook een andere drijfveer om het te ensceneren. ,,Denk aan voormalig Joegoslavië, de onzinnigheid van Irak, onze politieacties in Afghanistan, aan Syrië. Wanneer wordt er wel en wanneer wordt er niet door de internationale gemeenschap ingegrepen? Waarom wel als er olie in het spel is? We kennen het draaien van de politiek. Denk aan de politionele acties in Nederlands-Indië. We vochten toch voor ‘ons’ Indië. Laten die mensen na dertig jaar te horen krijgen dat ze niet helemaal pluis waren. De meesten wel, maar een aantal niet. Het zal je grootvader of vader maar zijn.”

En er is de link naar het op afstand oorlog voeren, van computergames naar drones, de onbemande vliegtuigjes die op veilige afstand tegenstanders ‘uitschakelen’. Johan Doesburg: ,,We zijn geïndoctrineerd om geweld oké te vinden. Ik speelde vroeger ook soldaatje en detectiveje, maar een kind dat tegenwoordig een computer voor zijn snufferd heeft, doet in die computerspelletjes eigenlijk hetzelfde als wat Amerikanen doen met die drones.”

 

April, 2013

 

 

UA-37394075-1