Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Hugo Claus – zoals ons tandvlees zijn tanden lost

Uit de gedichten van Hugo Claus doemt een veelzijdige kunstenaar op. De Vlaamse reus is een dichter met talloos veel gezichten, stemmen en stijlen. Claus’ poëzie geeft een visie op mens en wereld die zowel ontroerend als ontluisterend is, zowel bizar als lucide, vrijblijvend en jolig, hermetisch als klassiek, bloedserieus als boertig, zowel fascinerend en irritant.

 

Sla Claus’ vuistdikke boek ‘Gedichten 1948-1993’ uit 1994 er maar op na. Hij drijft de spot met alles en iedereen, maar spaart zichzelf allerminst. Geen dichter is zo grillig en onvoorspelbaar en abstract, en tegelijk zo toegankelijk en helder. Claus is en blijft ongrijpbaar.

 

Sinds de verschijning van ‘Gedichten’, een royale selectie van zijn meer dan achttienhonderd gedichten, zijn van de artistieke duizendpoot Hugo Claus wel romans (‘De geruchten’, ‘Onvoltooid verleden’) en toneelstukken verschenen, maar nauwelijks nog poëzie. Het prachtige (foto)boek ‘Oktober ’43’ doorbreekt dit stilzwijgen. Werk van de fotograaf Rik Selleslags, door diens zoon ontdekt, inspireerde Claus tot het schrijven van 27 gedichten.

 

De foto’s zijn ergens midden in de oorlog gemaakt in Vlaanderen, in een dorp of provinciestad. De foto’s laten de misère van de oorlog zien. Het is de grauwe sfeer van armoede, honger, een stemming tussen hoop en dreiging en ontreddering in, vastgelegd op beelden van door mist en regen glimmende straten en stegen, mensen in armoedige kleren, wonend en werkend in verpauperde buurten, rokende mannen, uitgestalde etenswaren, veel etenswaren en tabakswaren worden op straat verhandeld:

 

‘Ruilen? Sigaretten tegen roggebrood?

Een pak tabak tegen zijden ondergoed?

Voor een uur met twee wijven samen?

Vaders horloge van zijn vader?’

 

Sombere gezichten, van pijn vertrokken gezichten, maar ook veel (glim)lachende mensen, en zo te zien niet alléén omdat een camera op ze gericht was. Maar wie de gedichten van Claus ernaast leest, kijkt met heel andere ogen. Claus, die in 1929 te Brugge werd geboren en de oorlog als opgroeiende puber van nabij heeft gemaakt (men leze er ‘Het verdriet van België’ op na), bezit de gave om de foto’s dankzij zijn gedichten, beurtelings ontroerend, meedogenloos, wrang en aangrijpend, nog meer te laten spreken. Hij laat je zien wat je nog niet eerder was opgevallen. Hij verplaatst zich in de gefotografeerde personen, kruipt in de huid van een huilend jongetje:

 

Ik heb zeer aan mijn maag

want ik was zo kwaad op de wereld

dat ik mijn meikever heb opgegeten.’

 

Claus voegt toe of zet het beeld, het hele tafereel in een ander perspectief. Hij dwingt je anders te kijken. Bij een foto met een groepje mensen dat enigszins gegeneerd en lacherig toekijkt hoe een waarzegster dan wel zigeunerin bloedserieuze vrouw de hand leest, dicht Claus:

 

Elke zomer woonde Rebecca onder ons.

Haar huifkar stond op het plein bij de kerk.

 

Rebecca las in onze handpalm

de toekomst van onze straat.

(Ondertussen stalen haar kinderen

onze knolrapen.)

 

Toen de zomer van de oorlog kwam

bleef zij weg,

Rebecca met haar geolied haar,

haar sneeuwgebit.

 

Haar toekomst heeft zij niet voorspeld.

Terechtgesteld.’

 

Een vrouw verft haar lippen in de kleedkamer, vlak voor ze, vermoedelijk, het toneel op moet. Maar Claus dicht:

 

Voor tante Imelda

is de oorlogstijd een zaligheid.

Door de wrede rantsoenering

raakt zij kilo’s kwijt.

Zij kan weer in haar kleren

van verleden jaar.

Zij durft nu te zingen

in het openbaar. In het droomlicht van de

parochiezaal

tussen de bloemen van mica

wordt Tante Imelda avonden lang

Gräfin Maritza.’

 

En soms lijkt er, hoe groot de kloof tussen oorlogstijd en de huidige tijd ook is, weinig veranderd:

 

‘Zoals ons tandvlees

zijn tanden lost

verliest onze ziel zich in

economie,

een ceremonie van baten en kosten.’

 

Rik Selleslags (foto’s) en Hugo Claus (gedichten): ‘Oktober ’43’, 60 pag, uitgeverij De Bezige Bij.

 

1998

 

UA-37394075-1