Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

In de zorgboerderij: ‘Ik wil dat ze een thuis hebben’

Een kleinschalige woon-zorgboerderij waar mensen met een verstandelijke beperking tot rust komen en zinvol de dag doorbrengen. Dat was de droom van Frida Janssen uit Oploo. En filmmaker Bob Entrop legde in zijn tweeluik ‘Frida, het komt goed’ vast hoe de Noord-Brabantse boerin haar droom met vallen en opstaan verwezenlijkt.

 

Entrop maakte eerder de tv-serie ‘Boer & zorg’ over zorgboerderijen en stelde vast dat dergelijke (particuliere) initiatieven van grote waarde zijn voor mensen die er gebruik van maken. Een van deze boerderijen was De Witte Hoeve van het echtpaar Frida en Noud Janssen.

 

Frida vertelde de cineast in die serie van haar plannen om de dagopvang uit te bouwen tot een 24-uurs zorgboerderij, waar volwassenen met een verstandelijke beperking wonen en werken. Een project dat wordt gefinancierd uit het persoonsgebonden budget (pgb) van de bewoners.

 

Entrop was erbij toen de plannen definitief vorm begonnen te krijgen. Hij volgde het echtpaar een jaar lang. En dat doet hij niet zonder bewondering, ook al omdat het echtpaar naast de dagopvang en de nieuwe woon-zorgboerderij, die op zo’n honderd meter van De Witte Hoeve wordt opgetrokken, een gezin met drie jonge kinderen heeft en een akkerbouwbedrijf bestiert.

Entrop wilde weten wat Frida’s drijfveer was.

 

,,Ik heb zelf met deze doelgroep gewerkt,” licht ze in de film toe. ,,Deze cliĆ«nten zijn afhankelijk van wat een instelling ze te bieden heeft. Ik was van mening dat het juist voor deze doelgroep belangrijk is om buiten te zijn en om vrijheid en sfeer te beleven. Dat ze genieten en een zinvolle dagbesteding hebben.”

 

 

Het initiatief voorziet in een grote behoefte, zo blijkt weldra. Het loopt storm met aanmeldingen. We zijn ervan getuige hoe de eerste bewoners hun intrek nemen in de zorgboerderij. ,,Ik wil dat ze een thuis hebben,” zegt Frida over haar bewoners, volwassenen met een ernstige verstandelijke beperking en sommige met gedragsproblemen, autisme en aanverwante stoornissen.

 

,,Ik wil dat ze de zorg en aandacht krijgen die ze nodig hebben. Dat ze niet de hele dag op een stoel zitten. Die tijd is er in de zorg niet meer, terwijl die er wel kan zijn. Dat is misschien wat ik hiermee wil bewijzen, dat het ook anders kan. Als mijn kind gehandicapt was zou ik ook willen dat het zo behandeld werd.”

 

Frida en Noud Janssen leren we in het tweeluik kennen als twee nuchtere en sociaal bewogen mensen. Frida is een vastberaden en doortastende vrouw met een missie. Zij laat zich niet gauw uit het veld slaan, ook niet als bureaucratische regels en achterstallige betalingen haar en Noud, die haar door dik en dun steunt, hoofdbrekens bezorgen. Daarbij komt dat door bezuinigingen op de gezondheidszorg deze vorm van hulpverlening in de knel dreigt te komen.

 

Frida houdt er met bewonderenswaardig doorzettingsvermogen de moed in. Slechts enkele keren slaat de wanhoop toe. Maar dat heeft dan vooral met een falende techniek te maken wanneer voor de zoveelste keer het dure hightech camera- en bewakingssysteem haar in de steek laat en ze genoodzaakt is om zelf in de zorgboerderij te blijven slapen. Maar ook dan blijft ze optimistisch gestemd. Ze laat zich haar droom niet meer afpakken. Twijfel kent ze niet en het deert haar evenmin dat ze nauwelijks nog enige privacy heeft.

 

,,Ik heb niet zoveel privacy nodig,” zegt ze. ,,Wat is er tenslotte mooier dan van je hobby je werk maken?” Nadat de ergste kinderziektes zijn overwonnen, zie je haar opbloeien. Net als haar bewoners die gaandeweg hun draai in de zorgboerderij lijken te vinden.

 

Februari, 2011

 

UA-37394075-1