Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

In ‘Opgestaan van de grond’ staat de ware Saramago op

José Saramago (1922) was al 58 toen hij zich in zijn roman ‘Opgestaan van de grond’ de stijl eigen maakte, die hij later zou vervolmaken in ‘De stad der blinden’. Dat laatste, apocalyptische boek leverde de literaire laatbloeier in 1998 als eerste Portugese schrijver de Nobelprijs voor de literatuur op. Het boek waarin hij zijn stem als schrijver vond is nu vertaald in het Nederlands.

 

Soms krijgen mensen hondentanden

 

Opgestaan van de grond’ vertelt een eeuw Portugese geschiedenis aan de hand van vier generaties van de familie Mau-Tempo, arme landarbeiders in de zuidelijke provincie Alentejo. In die periode wordt het volk onafgebroken geknecht, of nu de monarchie heerst of vanaf 1910 de republiek, en daarna, van 1926 tot de Anjerrevolutie in 1974, de dictatuur onder Salazar. Elk verzet tegen de grootgrondbezitters (het latifundium) wordt hardvochtig in de kiem gesmoord.

De thematiek is karakteristiek voor de schrijver, de linkse moralist en levenswijze Saramago. In zijn visie is de mens een wonder en een plaag, die het martelen heeft uitgevonden en die, als hij zich heer en meester waant, er behagen in schept om de ander te onderdrukken: ,,Soms krijgen mensen hondentanden.’’

In ‘Opgestaan van de grond’ is na een lange aanloopperiode van halfbakken boeken de gevierde schrijver José Saramago opgestaan. Het boek was zijn doorbraak in Portugal, en werd gevolgd door romans als ‘Het jaar van de dood van Ricardo Reis’, ‘Memoriaal van het klooster’, ‘Het beleg van Lissabon’ en ‘Het evangelie volgens Jezus Christus’ (1991).

Dat laatste vertelt een eigenzinnige kijk op het leven van de Verlosser, en veroorzaakte in het katholieke Portugal zoveel ophef dat de schrijver zich genoodzaakt zag om in vrijwillige ballingschap te gaan op het Spaanse eiland Lanzarote. Inmiddels is de strijdbijl begraven en bezit de schrijver een alleraardigst optrekje in zijn dierbare Lissabon. De bekroning met de Nobelprijs maakte van hem een held in Portugal en de Spaanstalige landen. En terwijl zijn Colombiaanse collega Gabriel García Márquez verklaarde dat de toekenning van de grootste literaire prijs zijn leven had verpest, kreeg Saramago de smaak te pakken en bleef hij onverminderd productief.

Bijzonder aan Saramago’s romans is het vertelprocedé. De schrijver voert zichzelf op als de alwetende verteller, schurkend tegen de volkse, orale vertelcultuur. Hij houdt de regie strak in handen, ook als hij op de overvolle bladzijden uitweidt, bespiegelt en vooruitblikt. Hij zondigt als een postmodernist tegen de regels van de verhaalkunst, en laat tussen de bedrijven door schijnbaar plompverloren oneliners vallen in deze trant, een bloem geplukt uit ‘Opgestaan van de grond’: ‘De dood is een grote strijkstok die over de kom van het leven gaat en eruit gooit wat er te veel in zit, ofschoon men vaak niet weet wat zijn criteria zijn, zoals in het geval van Joaquim Carranca, die nog node gemist werd door zijn familie.’

Deze vertelwijze vindt zijn hoogtepunt in ‘De stad der blinden’ (1995), de allegorische roman over de verblinde mens die de wereld tot een hel maakt. In dat boek vallen vorm en inhoud perfect samen. Het toont aan dat een goed verhaal niet zozeer afhankelijk is van wát maar hóe iets verteld wordt.

In ‘Opgestaan van de grond’ is Saramago nog met die stijl aan het experimenteren. Soms weet hij geen maat te houden en ontaarden zijn associatieve overpeinzingen in vervelende en zelfingenomen ironische terzijdes waarop, om het met Reve te zeggen, niet altijd Gods zegen rust.

Maar de storende elementen vallen in het niet bij de wél overtuigende passages. Indrukwekkend is de manier waarop Saramago zich aan het slot verplaatst in de stervende João Mau-Tempo. Huiveringwekkend wordt vanuit het perspectief van mieren de foltering van een tegenstander van Salazar beschreven. Wie ‘De overgave’ (2007) van Arthur Japin heeft gelezen, zal dat bekend voorkomen, want ook in die roman is een mier getuige van menselijke wreedheid.

 

José Saramago: ‘Opgestaan van de grond’ (Levantado do Chão, 1980). Vertaald uit het Portugees door Harrie Lemmens (nawoord). Uitgeverij Meulenhoff, 385 blz.

 

Augustus, 2008

 

UA-37394075-1