Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

J.J. Voskuil 1926-2008 Een minzame misantroop op kantoor

J.J.Voskuil was een van de merkwaardigste schrijvers van Nederland. Hij deed in 1963 van zich spreken met de vuistdikke roman ‘Bij nader inzien’, hij zweeg vervolgens meer dan dertig jaar, om terug te komen met de kolossale literaire kantoorsoap ‘Het Bureau’, de voorlopig dikste sleutelroman (ruim 5300 bladzijden) uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis.

‘Het Bureau’, gemodelleerd naar het P.J.Meertens Instituut te Amsterdam waar Voskuil dertig jaar lang werkte, was een van de spraakmakendste boeken van de laatste decennia. Niet eerder had een boek zoveel reacties losgemaakt. In talloze publicaties in kranten en tijdschriften werd de vraag gesteld of het acceptabel was om bestaande mensen zo herkenbaar te portretteren als Voskuil deed in ‘Het Bureau’. Oud-collega’s van de etnoloog protesteerden tegen de manier waarop ze door hem waren opgevoerd. Voskuil reageerde laconiek, op de droogkomische manier die ook zijn schrijfstijl kenmerkte: ,,De mensen die werkelijk wat zijn, die worden er niet kwaad over. Maar mensen die een idee over zichzelf hebben dat in geen enkel opzicht klopt met de werkelijkheid, die zijn kwaad. Maar ik voorspel, die vinden het over vijfentwintig jaar prachtig dat ze erin staan, hoe dan ook. Dat heb ik ook gemerkt bij de mensen die in mijn debuut ‘Bij nader inzien’ voorkomen.”

De met een ambtelijke precisie beschreven kroniek van een kantoorleven tussen 1957 en 1987 vond onmiddellijk duizenden lezers. Dat werden er steeds meer naarmate de serie van zeven delen vorderde – het eerste deel verscheen in 1996, het zevende in 2000. Voskuil, die de anonimiteit verkoos boven de openbaarheid en in zijn hart een hekel had aan het schrijverschap, vond het plezierig te merken dat zoveel mensen zich herkenden in het boek. ,,Dat bewijst dat ik niet zo gek ben als ik dacht”, zei hij.

‘Het Bureau’ kende vooral bewonderaars, maar er waren ook mensen die dit ‘boekhoudersproza’ verafschuwden. Zij hekelden de oeverloze beschrijvingen en de vervelende prietpraat op een duf kantoor, waar cultuursociologen zich bezighouden met de volkscultuur in de breedste zin van het woord. Voor de fans maakte dit juist de charme uit van het boek, omdat in dit kale proza van de overdaad zo’n herkenbare wereld met herkenbare personages werd opgeroepen. ‘Het Bureau’ mag dan inderdaad soms gortdroog zijn geschreven, tegelijk bevat het ontelbaar veel sterke passages die in hun nuchtere en zakelijke toon een geladenheid en spanning hebben die doen denken aan het werk van Elsschot en Hotz.

Onder de pen van Voskuil nam de wereld van Het Bureau haast mythische proporties aan. De personages worden oude bekenden, met Maarten Koning als een soort pater familias, ook al is de schrijver genadeloos voor zijn personages én voor zijn alter ego. Hetzelfde geldt voor zijn principiële, soms stuitend drammerige, pientere eega Nicolien, voor wie Voskuils echtgenote Lousje Haspers model stond.

Johannes Jacobus (Han) Voskuil werd op 1 juli 1926 in Den Haag geboren. Zijn vader was journalist Klaas Voskuil, die hoofdredacteur was bij Het Vrije Volk. Na zijn studie Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam deed Voskuil enig vertaalwerk en was hij leraar aan een kweekschool in Groningen. In 1957 trad hij in dienst bij het Instituut voor Dialectologie, Volks- en Naamkunde, het latere Meertens Instituut. In die periode schreef hij de omvangrijke autobiografische roman ‘Bij nader inzien’ (ruim 1200 bladzijden), waarvoor hij moeilijk een uitgever kon vonden. Het verscheen uiteindelijk in 1963 bij uitgeverij G.A. van Oorschot.

In deze roman staat een groep bevriende studenten centraal, een stel halfslachtige bohémienachtige figuren. Voskuil schreef het als zelfonderzoek over een hechte naoorlogse vriendschap tussen studenten. Ook hier is net als later in ‘Het Bureau’ Maarten Koning de hoofdpersoon die moeiteloos kan worden ingewisseld met de schrijver. De conclusie van de roman, die groots is in zijn gedetailleerd, is even nuchter als pijnlijk: ,,Vriendschap betekent niets.”

Het boek deed aanvankelijk niets. De kritiek sabelde het neer, er waren na een jaar slechts een stuk of tien exemplaren van verkocht. Gaandeweg groeide ‘Bij nader inzien’ uit tot een cultboek. Ruime bekendheid kreeg het in 1991 dankzij de televisieserie onder regie van Frans Weisz (scenario: Jan Blokker, Leon de Winter) die door de VPRO werd uitgezonden.

Als Voskuil het ‘Bij nader inzien’ had gelaten, zou hij vermoedelijk niet meer dan een voetnoot zijn geweest bij de naoorlogse literatuurgeschiedenis. Dertig jaar lang publiceerde hij geen literair werk, wel enkele wetenschappelijke werken (‘Het ophangen van de nageboorte van het paard’, 1969; ‘Van vlechtwerk tot baksteen’, 1979).

In 1996 trad hij verrassenderwijs uit de anonimiteit met een werk dat zijn romandebuut in omvang ruimschoots overtrof: de zevendelige roman ‘Het Bureau’. Zijn uitgeverij, G.A.van Oorschot, draalde geen moment toen zij met het immense manuscript werd geconfronteerd. ,,Als uitgeverij Van Oorschot niet had gezegd dat ze het graag wilde publiceren, zou ik er verder ook geen moeite voor hebben gedaan”, zei Voskuil, voor wie het schrijven van ‘Het Bureau’ een noodzaak was, het publiceren ervan slechts bijzaak. Het Bureau’ was voor Voskuil, net als ‘Bij nader inzien’, een ‘zelfonderzoek’, een catharsis, om zichzelf te leren kennen. Hierbij had hij zijn alter ego Maarten Koning nodig om afstand te scheppen, om zichzelf scherper te kunnen zien.

Voskuils magnum opus werd een overweldigend succes. Het derde deel, ‘Plankton’, kreeg de Libris Literatuurprijs. Het geldbedrag doneerde de milieuactivist en dierenliefhebber Voskuil voor acties tegen de intensieve varkenshouderij.Van 2004 tot en met 2006 werd ‘Het Bureau’ als hoorspelserie op de radio uitgezonden. Het ambitieuze project onder regie van Peter te Nuyl sloeg geweldig aan. Voskuil kreeg er in de loop van de 475 afleveringen (waarin 350 acteurs 734 verschillende personages speelden) nog meer fans bij, en in het kielzog van serie, nog meer lezers.

Maarten Koning was weliswaar ‘dood’, J.J.Voskuil bleef doorschrijven. In 2002 verscheen ‘Requiem voor een vriend’, opnieuw een geschiedenis van een vriendschap. Weliswaar mist deze roman de dwingende kracht van de vorige boeken, het werk overtuigt als typische Voskuilse studie ‘in menselijk gedrag’. Tussen 2004 en 2006 verscheen de trilogie ‘Voettochten’, verslagen in dagboekvorm van wandelingen die Voskuil tussen 1957 en 1992 met zijn vrouw door Frankrijk maakte. In 2007 publiceerde hij ‘Onder andere’, waarin hij schreef over zijn Haagse jeugd, zijn uitgever Geert van Oorschot en over vriendschap, waaraan hij zulke hoge eisen stelde dat de meeste gedoemd waren vroeg of laat te stranden.

Maar de misantroop Voskuil zal vooral herinnerd worden als de schrijver van het ‘Het Bureau’, dat behalve een precieus tijdsdocument een onbarmhartig portret schetst van de plichtsgetrouwe maar eenzame twintigste-eeuwse kantoormens. ,,Ik had gedacht dat ik na mijn pensioen nog rustig op het Meertens Instituut zou rondlopen”, zei Voskuil toen de storm, die ‘Het Bureau’ had ontketend, enigszins was geluwd, ,,en met mijn oud-collega’s op dezelfde wijze zou praten als vroeger. Dat bleek helemaal niet het geval. Ik werd nauwelijks meer bekeken, ik merkte dat ze liever wilden dat ik wegbleef. De dertig jaar die ik daar had gewerkt, verdampten. Ik had eigenlijk niet geleefd.”

 

Mei, 2008 

UA-37394075-1