Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Jaap Spijkers als Faust: ‘Iedereen sluit een duivels pact’

Het was een theaterbelevenis in het seizoen 2010-2011: ‘Faust I & II’ door Het Nationale Toneel. Het meesterwerk van Goethe over de rusteloze, ontevreden mens die zijn ziel aan de duivel (Mefistofeles) verkoopt. Met Jaap Spijkers in de titelrol. ,,En die ontevredenheid zie je overal. Iedereen sluit wel een pact met welke duivel dan ook.”

 

Acteur Jaap Spijkers, die de woorden uitspreekt met een zachte, dwingende stem, vertolkt in het theaterspektakel van opera-achtige allure de rol van Faust. Een kale Faust welteverstaan. En dat is een zeldzaamheid. In films en toneeluitvoeringen van de klassieker, zoals bij toneelgroep De Appel, inmiddels een kwart eeuw geleden, is Mefisto meestal kaal en niet zelden voorzien van bokkenpoten, witgeschminkt of een vleermuis met reusachtige vlerken, in elk geval duidelijk herkenbaar als de satan. De klassieke Faust heeft meestal een gegroefd denkershoofd, een grijze baard en lange manen. ,,Klopt,” zegt Spijkers terwijl hij met zelfspot over zijn schedel strijkt. ,,Faust had tot op hoge leeftijd een haardos om jaloers op te zijn.”

Bij Het Nationale Toneel zijn de rollen omgedraaid. Goed en kwaad zijn in de voorstelling sowieso steeds slechter uit elkaar te houden. Spijkers: ,,Ik verschiet steeds van kleur onder invloed van de duivel. We kruipen steeds meer naar elkaar toe. Daar waar we in het begin heel verschillend gekleed zijn, zijn we in het tweede deel partners in crime.”

 

Terug naar de middeleeuwse legende

van wonderdokter, alchemist of zwendelaar

 

Het eerste deel van ‘Faust’ is losjes gebaseerd op de middeleeuwse legende van een zekere Faust, die zijn ziel aan de duivel verkoopt voor jeugd en succes. Deze legende gaat terug op een wonderdokter, alchemist of zwendelaar die in de eerste helft van de zestiende eeuw echt moet hebben bestaan. Weldra verbreidde zich het gerucht dat hij zijn macht en kennis te danken had aan een verbond met de duivel. ,,Deze Faust wist wel een aantal dingen,” licht Spijkers toe. ,,Daardoor had hij macht over dat deel van het volk dat hem op handen droeg. Hij was sterrenwichelaar, hij kon dus horoscoopachtige dingen zeggen. En dat hoeft maar twee keer goed raak te zijn, zoals tegen een boerenmeisje zeggen dat je zult huwen met een rijke man, en als dat een maand later dan inderdaad gebeurt, krijg je onmiddellijk een zekere status, een status die hij ook nog eens in stand wist te houden. Hij is uiteindelijk door een chemisch incident op duistere manier om het leven gekomen. Zijn gruwelijke dood heeft nog eens extra bijgedragen aan zijn cultstatus.”

In de Duitse volkscultuur kreeg de legende de vorm van een sprookje. De Engelse toneelschrijver Christhopher Marlowe, tijdgenoot van Shakespeare, kreeg er lucht van en maakte er een eigen stuk van. Dat werd ook gespeeld in Duitsland, weldra als poppenspel, dat Goethe als kind gezien zal hebben. In zijn eigen ‘Faust’ voegde hij elementen en personages toe, onder wie de jonge en lieftallige Gretchen, die door de geleerde eerst teder bemind en dan wreed verstoten wordt. Het tweede deel is Goethes testament, dat hij pas vlak voor zijn dood op hoge leeftijd voltooide, over de mens die met vallen en opstaan het goede nastreeft.

‘Faust’ wordt als een van de grote klassieken van de wereldliteratuur meer op afstand bemind dan nog gelezen. Of opgevoerd. Bij Het Nationale Toneel was het regisseur Johan Doesburg, die uit levenslange fascinatie het stuk weer van de plank haalde. Maar ook voor Jaap Spijkers is Faust geen vreemde. Hij speelde in de jaren negentig al een faustiaanse figuur bij De Trust in een grondige bewerking van Gustav Ernst. ,,Dat was destijds meer een popconcert. Ik had ook groupies, die meereisden, en er was een publiek dat bij elke voorstelling opstond en brulde. Het was ook wel een heftige voorstelling. Deze aanpak is klassieker.”

 

De mens als tragisch wezen

 

Bij Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832), een van de grootste en meest veelzijdige Duitse schrijvers, staat Faust model voor de mens als een tragisch wezen dat niet genoeg heeft aan zichzelf en de wereld zoals hij is. Hij leeft in en door zijn verlangens, die daarom niet per definitie verkeerd zijn, want hij put er zijn vitaliteit en energie uit. Het is een uitgangspunt dat ook Spijkers buitengewoon intrigeert. ,,Faust sluit een pact met de duivel, Mefisto heeft een pact met God. God zegt tegen Mefisto: zo lang Faust leeft, kun je je gang gaan. Een mens dwaalt zolang hij ambities heeft. Natuurlijk, als dit de juiste weg zou zijn, dan zal de mens omdat hij ambities heeft wel eens van die juiste weg afgaan, maar hij zal er ook weer op terugkomen. Dat meanderen, dat heet het leven, dat is de voortdurende strijd tussen goed en kwaad. Daar is de mens zich bewust van en dat komt uiteindelijk goed terecht. Nou, zegt de duivel, geen sprake van. Ik trek die man van de weg af en het gaat helemaal fout. En als het echt goed fout is gegaan, is zijn ziel voor mij. Afgesproken? Afgesproken, zegt God. Ik heb bovendien graag dat jij de mens begeleidt, zegt hij tegen de duivel, want de mens is in wezen lui. Hij wil het liefst een beetje zitten, wat hangen op de bank. Hij gaat liever op vakantie dan dat hij maar doorwerkt. Ik geef hem graag een prikkelende duivel mee, die houdt hem actief.”

De andere afspraak is die tussen Mefisto en Faust. Faust is aan het eind van zijn Latijn. Hij is als geleerde moe van het vergeefs zoeken naar het antwoord op de vraag waar dit leven eigenlijk goed voor is. ,,Hij zocht in filosofie, medicijnen, rechten, theologie, maar er kwamen geen antwoorden. Daar moet je het helemaal niet in zoeken, zegt Mefisto. Ga lekker de lust in en je zult zien hoe geweldig dat is. Tussen hen is de afspraak: als ik ooit gelukkig ben, als ik ooit tegen een ogenblik zeg, je bent zo mooi, blijf nog duren, dan is het afgelopen, dan mag je me hebben. Waarom zegt hij dat? Omdat hij, de mens eigen, denkt: tevreden word ik toch nooit. Zo zit ik niet in elkaar, zo zit de mensheid ook niet in elkaar. Die afspraken zijn voorwaarden die we allemaal kennen. Uit de christelijke moraal of omdat we dat van onszelf weten. Omdat we weten dat iemand vermoorden of diefstal niet goed is. Het voelt ook niet goed. Gestolen goed gedijt nu eenmaal niet.”

 

‘In deze maatschappij worden we

steeds meer materieel bepaalde mensen.’

 

Vervolgens, gaandeweg het verhaal, raakt Faust ‘behoorlijk van de route af’. ,,Hij is een slecht mens geworden. Aan het eind blijf je in verwarring achter. Er komt geen politie. God komt niet, de duivel zegt niet: kan ik even mijn contract innen? Dat gebeurt allemaal niet. Dus wij blijven, en dat vind ik het frappante van het stuk, constant de vraag opnieuw stellen: wat is goed, wat is fout? Als je de feiten op een rij zet, zou je zeggen, oké, die man is fout. Maar als je ziet hoe Faust tot zijn daden is gekomen, is het dan fout? Dat weet ik niet. Wat het stuk zo interessant maakt is dat we geprikkeld worden om daarover te blijven nadenken.”

Met andere woorden, het stuk heeft nog allerminst aan actualiteit ingeboet? ,,Heel actueel is dat de mens ontevreden is. Een bindmiddel als de kerk is weggevallen. Kunst en cultuur liggen onder vuur. In deze maatschappij worden we steeds meer materieel bepaalde mensen. Materie is alles wat telt, niet alleen geld, ook spullen. Tegelijkertijd hebben we veel minder. Het collectieve verdwijnt, het wordt allemaal steeds individueler. Dat maakt dat de mens ontevreden is en vervulling zoekt waar die niet te vinden is. Een nieuwe auto is leuk als je er de eerste keer instapt. Bij de tweede keer denk je, tja. Bij de derde keer sta je er niet eens meer bij stil. Dat is dus geen vervulling. De ontevredenheid zie je overal. Iedereen sluit wel een pact met welke duivel dan ook. En wat dat dan precies is, daar kan iedereen zelf over nadenken. Zeker in deze tijd worden er behoorlijk wat pacten met diverse duivels gesloten. Of dat nu de kredietverstrekkers zijn of dat dit via het pulpachtige aanbod op de televisie gebeurt. Of dat dit nu, om helderheid te creëren, een stem op Geert Wilders is.”

 

‘Kijk eens niet naar de waan van de dag’

 

Faust en Mefisto (gespeeld door Stefan de Walle) houden elkaar in evenwicht. ,,Faust is weliswaar de titelrol, maar ik denk zeker in het stuk zoals wij het brengen dat de balans tussen die twee personages zo mogelijk belangrijker is dan de figuur van Faust op zich. Doordat die duivel verleidelijk is met zijn warme stem is de verleiding groot om in simpele dingen te gaan denken. Omdat hij het zo simpel en helder weet te zeggen, denk je, ja, daar zit wel iets in. Terwijl je bij zo’n man natuurlijk voortdurend alert zou moeten zijn.”

‘Faust’ is dan ook een voorbeeldige illustratie van de functie van kunst, meent Spijkers, met een verwijzing naar de aangekondigde cultuurbezuinigingen. ,,Die is vooral om de maatschappij, bijna zoals in het stuk, een prikkelende duivel mee te geven, iemand die haar wakker en alert houdt, die de boel een spiegel voorhoudt en zegt, kijk eens even niet naar de waan van de dag maar naar de langere termijn.”

 

Voorstelling: ‘Faust I & II’, door Het Nationale Toneel. Regie: Johan Doesburg. Spel o.a.: Jaap Spijkers, Stefan de Walle, Michel Sluysmans, Vincent Linthorst, Sophie van Winden, Pieter van der Sman, Hans Leendertse, Juul Vrijdag. www.nationaletoneel.nl

 

Jaap Spijkers,

acteur, regisseur

 

Jaap Spijkers (1958, Tilburg) is een uitermate productief acteur en regisseur. Na de Arnhemse Toneelschool werd hij medeoprichter van het gezelschap De Trust, waar hij tussen 1988 en 2000 speelde. Sinds 1990 speelde hij ook in tientallen Nederlandse films. Zijn filmrollen leverden hem twee maal een Gouden Kalf op. In 1994 won hij die voor de mannelijke hoofdrol in ‘1000 Rosen’. In 2004 ontving hij een Kalf, als speciale juryprijs, voor zijn rol in ‘Cloaca’. Op televisie was hij te zien in ‘Keyzer & De Boer Advocaten’. In de telefilm ‘Taartman’ (2009) speelde hij de hoofdrol van de banketbakker Ben van Bommel. In ‘De Punt( (2009) vertolkte hij de rol van premier Joop de Uyl.

Sinds 2009 is hij als vast acteur en regisseur werkzaam bij het Het Nationale Toneel. Als toneelregisseur maakte hij, bij Het Toneel Speelt, furore in de grote zaal met ‘De geschiedenis van de familie Avenier’ van Maria Goos. Bij hetzelfde gezelschap regisseerde hij de afgelopen jaren drie stukken van Herman Heijermans, waarvan ‘De wijze kater’ de meest recente. Op 1 januari 2012 (en 2013) herstelt Het Toneel Speelt in de regie van Jaap Spijkers een eeuwenoude theatertraditie: de opvoering van Vondels ‘Gijsbrecht van Aemstel’ op Nieuwjaarsdag.

 

Januari 2011

 

UA-37394075-1