Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Jan Arends, een sadistische huisknecht

Jan Arends (1925-1974) was schuw en brutaal. Gek en geestig. Een trouwe maat en een sadistische pestkop. Maatschappelijk een ’loser’. Maar een klasse apart als dichter en schrijver van klassieke verhalen als ’Keefman’ en ’Vrijgezel op kamers’. Het korte leven van deze legendarische cultfiguur eindigde op 21 januari 1974 toen hij op een miezerige maandagavond van vijf hoog uit zijn flat aan het Roelof Hartplein in Amsterdam sprong.

 

Bijna dertig jaar na zijn dood verscheen zijn biografie, ’Angst voor de winter. Het leven van Jan Arends’, geschreven door Nico Keuning (1952) uit Heiloo, neerlandicus, publicist en biograaf. Tegelijk verschijnt een herziene uitgave van het verzameld werk ’Vrijgezel op kamers’ van Jan Arends, aangevuld met het door Keuning opgedoken verhaal ’De mot van een arme drommel’, het eerste bedrijf van het toneelstuk ’Smeer of De weldoener des vaderlands’ en vijfentwintig niet eerder gepubliceerde gedichten.

 

,,In zijn rol als huisknecht bij rijke ordinaire wijven, zoals hij zei, was hij heel onderdanig en masochistisch, nederig en laag.”

 

 

,,Arends’’, zegt Keuning, ,,is bijna een afspiegeling van de schizofrene geest. Alles heeft bij hem altijd twee kanten. In zijn rol als huisknecht bij rijke ordinaire wijven, zoals hij zei, was hij heel onderdanig en masochistisch, nederig en laag. In die rol vond hij ook een zekere seksuele bevrediging. Heel plezierig vond hij het als zo’n groot bazig wijf streng tegen hem was. Bijvoorbeeld als er nog stof op de plinten was achtergebleven en dat zo’n wijf er dan met een fraai gelakte wijsvinger langs veegde. Dat was voor hem de hoogste vorm van genot. Werd die band verbroken, dan werd hij een sadist, begon hij haar te pesten. Die omkering is kenmerkend voor veel van zijn verhalen.’’

Arends vertoonde excentriek gedrag. Tegelijk was hij heel beschaafd, sprak keurig, maar had ook een ’hoorbare manier van eten’. En hij stonk. Keuning: ,,Veel vrouwen vonden hem een aandoenlijke man. Hij was verzot op vrouwelijk contact. Maar hij was totaal ongeschikt om het met vrouwen aan te leggen. Toch zocht hij aanspraak. Zo was er in zijn leven ene Iefje, een forse vikingse schoonheid. Niemand weet wie ze werkelijk was. Zij was zo’n mysterieuze femme fatale die volgens de verhalen met naaldhakken over hem heen liep, en die met een neger sliep terwijl hij ernaast zat te wachten tot ze klaar waren. Dat was die masochistische inslag van hem.’’

 

,,Wat mij verder bij Arends zo intrigeerde, was de oorspronkelijkheid van zijn werk, die authenticiteit op het breukvlak van gekte en genialiteit.”

 

Keuning, die eerder de biografie ’Altijd het tinnef om je heen’ (2000) schreef van de dichter Max de Jong, raakte vanaf zijn eerste kennismaking gefascineerd door Arends. ,,Dat was begin jaren zeventig, de tijd van de anti-psychiatrie, van de film ’One flew over the cuckoo’s nest’, met Jack Nicholson, die speelt in een psychiatrische inrichting. Jan Arends doorbrak allerlei sociale codes. Dat bezorgde menigeen een ongemakkelijk gevoel. Mij sprak dat juist bijzonder aan. Maar wat wil je? Ik was 22, dwars en jong, tegen de gevestigde orde, en dat herkende ik bij Arends. Wat mij verder bij Arends zo intrigeerde, was de oorspronkelijkheid van zijn werk, die authenticiteit op het breukvlak van gekte en genialiteit. Zulke verhalen en gedichten waren nooit eerder in onze taal geschreven.’’

De zelfmoord van de schrijver viel samen met het jaar dat Keuning in Amsterdam ging studeren. ,,Ik fietste langs het Roelof Hartplein, en dan moest ik aan Jan Arends denken.’’ Keuning ging er zelf indertijd voetstoots van uit dat de plek des onheils aan de straatkant moest zijn geweest. Totdat hij voor zijn biografie zelf op onderzoek uitging. ,,En toen bleek dat Arends niet aan de voorzijde maar aan de achterzijde in de tuin was gesprongen.’’ Hoe dat misverstand in de wereld was gekomen? ,,Ach, ja, hoe gaan die dingen? Iemand schrijft dat en vervolgens schrijft iedereen dat van elkaar over.’’

Reclameteksten

Arends, die ook een verdienstelijk schrijver van reclameteksten was, schreef een bescheiden maar indringend oeuvre van gedichten, novellen en verhalen. Realistisch, plastisch proza, met als thematiek eenzaamheid, vervreemding, gekte. Daarbij kon Arends, die vele jaren in een psychiatrische inrichting werd behandeld, royaal uit eigen ervaringen putten. Klassiek zijn ’Vrijgezel op kamers’ en vooral het verhaal ’Keefman’, dat als toneelmonoloog door de acteur Jacques Commandeur drie seizoenen met veel succes op het toneel werd opgevoerd. ’Keefman’ is een drammerige aanklacht tegen de maatschappij en vooral een verwijtende tirade tegen de psychiater. Keefman, psychisch gestoord, draait de rollen om en vertelt zijn zielenknijper eens ongezouten ’de waarheid’: niet hij maar de arts is gek. Niet minder bijzonder zijn Arends’ graatmagere gedichten waarin de taal tot op het bot is afgekloven. Het is parlando-poëzie, proza in de vorm van poëzie:

 

Ik

schrijf

gedichten

als dunne bomen.

 

Wie

kan zo mager

praten

met de taal

als ik?

 

Misschien

is mijn vader

gierig geweest

met het zaad.

 

Ik heb

hem nooit

gekend

die man.

 

Ik heb

nooit

een echt woord gehoord

of het deed pijn.

 

Om pijn

te schrijven

heb je

weinig woorden

nodig.’

 

Dialoog

Is Keunings kijk op Jan Arends tijdens het werken aan de biografie veranderd? ,,Nee, wel bleek hij nóg getalenteerder te zijn dan ik al dacht. Hij bleek bijvoorbeeld ook nog een zeer begenadigd toneelschrijver te zijn. Hij is een meester in de dialoog.’’

 

,,Hij werd op de lagere school als een dom geval beschouwd. Nu zou hij waarschijnlijk als hoogbegaafd zijn getypeerd.’’

 

En zo waren er meer verrassingen. Keuning stuitte niet alleen op een nieuw verhaal, een toneelstuk en niet eerder gepubliceerde gedichten, maar ook op onbekende geluidsbanden waarop gesprekken met Arends stonden. Hij kreeg bij het schrijven van zijn boek onder meer alle medewerking van de halfbroer van Arends, Ruud Arensen, die sinds 1948 geen contact meer met de schrijver had gehad. ,,Hij vond het wel leuk, geloof ik, al die belangstelling. Terwijl hij zelf helemaal niets heeft met literatuur.’’

Ruim tweeëneenhalf jaar van onderzoek en schrijven leverde een biografie op die losser is geschreven dan Keunings biografie van Max de Jong. Keuning bewaart gepaste afstand tot zijn onderwerp en betoont zich tegelijk zeer betrokken. De feiten gaan als vanzelfsprekend op in het ’grote verhaal’, dat tot het einde blijft boeien. Uit het boek blijkt dat Arends, geboren als onwettig kind, van jongs af aan een getekende figuur was. Hij kwam uit een eenvoudig milieu, maar – een van de vele paradoxen in zijn leven – altijd heeft hij ’in de hoogste kringen vertoefd’. ,,Hij wist toch steeds de belangrijke mensen te bereiken. Hij was altijd omringd door schrijvers en dichters van naam.’’

Arends, geboren in Den Haag, had in zijn jeugd, die werd gedomineerd door een zieke moeder en een afwezige vader, veel liefde moeten ontberen. ,,Al word je daar natuurlijk niet noodzakelijk gek door’’, zegt Keuning. ,,Hij was een taalgevoelige jongen. Een heel intelligente jongen ook. Maar hij werd op de lagere school als een dom geval beschouwd. Nu zou hij waarschijnlijk als hoogbegaafd zijn getypeerd.’’

Artistieke kop

Voor wie latere foto’s ziet van de schrijver, geportretteerd als een wat schichtige figuur, kalend, wat besmuikt grijnzend, is het misschien moeilijk voorstelbaar. Maar Jan Arends was als jongeman een knappe verschijning, hij had ’een artistieke kop’. ,,Hij zag er uit als een soort Italiaanse acteur, met een mooie stem. In die tijd vond men hem wel een interessante romantisch dichter.’’

 

,,Hij merkte dat de sensationele kant van zijn gekte een succes was. Steeds begon men weer over zijn huisknechtenrol.”

 

,,Andere mensen vonden hem bedreigend. Hij kon zich enorm aan mensen vastklampen. Als je daar niets van moest hebben, kon je rekenen op een tirade. Dan werd je stijf gevloekt. Hij kon enorm zuigen. Tegelijk was hij een publieksman. Hij hield van gezelschap. Hij vertelde graag, hij vond het ook leuk als er om hem gelachen werd. Nee, hij was niet zo solitair als ik dacht.’’

,,Met zijn gekte heeft hij ook wel gekoketteerd. Hij merkte dat de sensationele kant van zijn gekte een succes was. Steeds begon men weer over zijn huisknechtenrol. Daar heeft hij wel last van gehad. Hij liep in zijn eigen val omdat hij leuk gevonden wilde worden. Het ging ten koste van zijn schrijverschap. Iets dergelijks zag je ook bij wijlen Boudewijn Büch, die op tv met handschoentjes aan bibliofiele boeken aan de kijkers toonde. Dat is het soort theater dat veel mensen aanspreekt. Als mensen via dat theater tot het werk van de schrijver komen, is daar uiteraard niks mis mee. Maar vaker blijft het daar bij.’’

 

,,Zijn tragiek was: binnen is het beter. Maar hij wilde naar buiten.”

 

Arends kon niet leven. ,,Hij zwalkte maar door de stad. Om de tijd te doden. Weer een week voorbij, dat was zijn instelling. Hij wist ook dat succes zijn leven niet zou veranderen. Zijn tragiek was: binnen is het beter. Maar hij wilde naar buiten. Hij zocht naar vrijheid, hij móest naar buiten. Maar hij kon maatschappelijk niet aarden. Hij had gedroomd van een dichterschap met rozen, een vrouw en een eigen huis. Maar bij hem werd de geur van rozen de stank van drank. Dat heeft voor mij iets sympathieks; dat zijn leven onafwendbaar naar de afgrond voert. Gedoemd tot de ondergang.’’

 

Nico Keuning: ’Angst voor de winter. Het leven van Jan Arends’. 352 blz, Jan Arends: ’Vrijgezel op kamers’, 4e, herziene en uitgebreide druk van Arends verzameld werk; bezorgd door Thijs Wierema en Nico Keuning, 584 blz. Beide uitgaven: De Bezige Bij, Amsterdam.

 

Maart, 2003

UA-37394075-1