Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

‘Jan Janszoon, de blonde arabier’: ‘Andere tijden, zelfde soort mensen’

Een zeventiende-eeuwse Nederlandse kaper die zich tot moslim bekeert. Daarover gaat ‘Jan Janszoon, de blonde Arabier’ van theatermaker Karim El Guennouni en (toneel)schrijver Victor Meijer. Het thema van het toneelstuk, dat gebaseerd is op historische bronnen, is even oud als actueel.

,,Maatschappelijke integratie is van alle tijden,’’ zegt Karim El Guennouni, die met Mohammed Azaay bekendheid geniet als het duo De Varkensfabriek. Afgelopen jaren trokken zij de aandacht met de cabareteske toneelvoorstellingen ‘De Varkensfabriek’ en ‘Het spreekuur’, waarin de twee met tomeloze energie en aanstekelijk spelplezier een hele stoet personages voor hun rekening namen.

Nu staat El Guennouni met ‘Jan Janszoon de blonde Arabier’ voor het eerst solo in het theater. ,,Dat wilde ik altijd al eens,’’ zegt de in Purmerend woonachtige acteur in De Balie te Amsterdam, waar hij met zijn compagnon en toneelschrijver Victor Meijer over ‘Jan Janszoon, de blonde Arabier’ praat. ,,Dat geldt ook voor Mo (Azaay). De samenwerking heeft ons als theatermakers op een hoger niveau getild én veel goeds gebracht. Maar het vergt veel van je. Het is goed om elkaar af en toe wat lucht te gunnen.’’

Met Mohammed Azaay – en Kees Prins (Jiskefet) en Hassan’s Angels – speelt El Guennouni in de tv-comedy, ‘Harira’.

NIET ALLEEN EUROPEANEN MAAKTEN

ZICH SCHULDIG AAN SLAVENHANDEL

Als theatermaker van Marokkaanse afkomst is Karim El Guennouni gespitst op alles wat te maken heeft met de band tussen Nederland en zijn land van herkomst. Bij toeval stuitte hij bij zijn zoektocht op Jan Janszoon van Haarlem, een zeventiende-eeuwse kaper in Marokkaanse dienst van de ‘vloot van Salé’, die het tot admiraal bracht. Noord-Afrikaanse piraten – bij wie enkele Nederlanders als Janszoon zich aansloten – maakten indertijd de Europese wateren onveilig, waarbij ze duizenden Europeanen ontvoerden en tot slaaf maakten. Niet alleen Europeanen maakten zich schuldig aan slavenhandel.

El Guennouni raakte gefascineerd door dit onderbelichte aspect van de geschiedenis. Hij verdiepte zich in de roemruchte Janszoon, wiens schip op de klippen liep bij het eiland Lanzarote. Hij werd gered door de piraat De Veenboer, die Janszoon aanstelde als stuurman. Janszoon ging mee naar Algiers, bekeerde zich tot de islam en nam de naam Moerad Raïs aan. Na een aantal jaren voor De Veenboer te hebben gewerkt, besloot hij voor zichzelf te beginnen.

GEEN LIEVERDJE

Karim El Guennouni: ,,Het stuk is een eigen interpretatie. We stelden ons de vraag: wat voor man zal die Janszoon geweest zijn. Zo’n figuur die in zijn tijd naar een heel ander werelddeel reist en zich daar een heel andere cultuur en gewoonten eigen maakt. Dat vonden wij erg linken aan deze tijd.’’

Janszoon was bepaald geen lieverdje. Op IJsland is hij berucht vanwege een massamoord in 1627. Honderden IJslanders nam hij als slaaf mee, van wie er een handjevol terugkeerde nadat er losgeld voor hen betaald was.

Al deze gegevens vormen het uitgangspunt van ‘Jan Janszoon, de blonde Arabier’, dat een driemansproject is. Victor Meijer schreef het verhaal. El Guennouni voegde er sketches aan toe en schreef het verhaal met regisseur Rik Hoogendoorn af, zodat het geschikt was om te spelen.

Wat willen ze met hun stuk laten zien? El Guennouni:

,,Dat maatschappelijke integratie van alle tijden is. En ook al speelt het in een andere tijd, in een andere samenleving, de mensen van toen lijken op die van nu. Kijk naar hun fouten, hun misstappen. Niks veranderd.’’

Meijer: ,,Als kaper in dienst van de Republiek was Janszoon ontevreden over hoe men met hem omging. Daarom besloot hij piraat te worden. Door dit stuk te schrijven merkte ik hoe complex de geschiedenis is. Via Janszoon leggen we een stukje geschiedenis van Nederland bloot.’’

Janszoon keerde terug naar Holland, waar hij zijn laatste jaren ‘in vrede en ere’ zou hebben doorgebracht. Meijer: ,,De voorstelling begint als een ambitieuze inspecteur een man in de boeien slaat van wie hij denkt dat het Janszoon is. De inspecteur wil scoren met zo’n enorme vangst en probeert hem uit zijn tent te lokken, door hem onder meer te kwetsen met zijn geloof.’’

Was Janszoon oprecht moslim geworden of bekeerde hij zich uit opportunisme? El Guennouni: ,,Het zit er allebei in. Of hij een echte moslim was of een carrièrepiraat wordt later in het stuk aan de kaak gesteld.’’

HET LAND VAN HERKOMST

Karim El Guennouni kwam op zijn derde naar Nederland. Heeft hij nog een band met zijn land van herkomst?

,,Absoluut. Een emotionele band. Ik heb iets met het collectief, met mensen die iets met elkaar delen, of dat nu cultureel of religieus is, of dat nu in Marokko of Nederland is. Daarnaast ben ik heel sterk een individu geworden. Dat is, denk ik, eigen aan een maker, aan iemand die met toneel bezig is.’’

Theater, vindt hij, is niet vrijblijvend. ,,Of het nu komisch of serieus is, ik wil er een laag onder leggen. Niet dat het multicultureel moet zijn, nee, ik ben Marokkaan maar ook Nederlander. Vanuit dat uitgangspunt maak ik theater. Wat je maakt komt uit jouw hoofd. Het moet de diepte in, wat je bij steeds meer allochtone theatermakers ziet gebeuren.’’

In het theater wordt veel van wat Marokkaanse Nederlanders presteren afgemeten aan de ‘multiculturele context’. El Guennouni: ,,Terwijl ze veel meer doen. Ik speelde bijvoorbeeld in Frank Wedekinds ‘Voorjaarsontwaken’ het jongetje Melchior. Ik houd van repertoiretoneel. Van Beckett. ‘Eindspel’. Geweldig stuk. Als ze me zouden vragen om dat te spelen, aarzelde ik geen moment. Toch maak ik ‘t liefst iets wat er nog niet is, wat alleen jijzelf kunt maken.’’

Steeds meer theatermakers, acteurs en cabaretiers, van allochtone komaf hebben succes. Is daar een verklaring voor?

El Guennouni: ,,Ze hebben dezelfde opleiding als autochtonen genoten, werken op dezelfde manier. Ze hebben iets toegevoegd aan het culturele landschap. Daar plukken we nu de vruchten van. Daarnaast is er prestatiedrang. Laten zien dat je het ook kan. Ik zie deze jongens als de pioniers van de volgende generatie. En uiteindelijk gaan ze op in het geheel, zonder onderscheid van wat ook.’’

Voorstelling: ‘Jan Janszoon, de blonde Arabier’ door Karim El Guennouni (spel, tekst), Victor Meijer (tekst) en Rik Hoogendoorn (regie).

December, 2008

 

‘Jan Janszoon, de blonde arabier’: ‘Andere tijden, zelfde soort mensen’

 

Een zeventiende-eeuwse Nederlandse kaper die zich tot moslim bekeert. Daarover gaat ‘Jan Janszoon, de blonde Arabier’ van theatermaker Karim El Guennouni en (toneel)schrijver Victor Meijer. Het thema van het toneelstuk, dat gebaseerd is op historische bronnen, is even oud als actueel.

 

,,Maatschappelijke integratie is van alle tijden,’’ zegt Karim El Guennouni, die met Mohammed Azaay bekendheid geniet als het duo De Varkensfabriek. Afgelopen jaren trokken zij de aandacht met de cabareteske toneelvoorstellingen ‘De Varkensfabriek’ en ‘Het spreekuur’, waarin de twee met tomeloze energie en aanstekelijk spelplezier een hele stoet personages voor hun rekening namen.

 

Nu staat El Guennouni met ‘Jan Janszoon de blonde Arabier’ voor het eerst solo in het theater. ,,Dat wilde ik altijd al eens,’’ zegt de in Purmerend woonachtige acteur in De Balie te Amsterdam, waar hij met zijn compagnon en toneelschrijver Victor Meijer over ‘Jan Janszoon, de blonde Arabier’ praat. ,,Dat geldt ook voor Mo (Azaay). De samenwerking heeft ons als theatermakers op een hoger niveau getild én veel goeds gebracht. Maar het vergt veel van je. Het is goed om elkaar af en toe wat lucht te gunnen.’’

Met Mohammed Azaay – en Kees Prins (Jiskefet) en Hassan’s Angels – speelt El Guennouni in de tv-comedy, ‘Harira’.

 

NIET ALLEEN EUROPEANEN MAAKTEN ZICH SCHULDIG AAN SLAVENHANDEL

 

Als theatermaker van Marokkaanse afkomst is Karim El Guennouni gespitst op alles wat te maken heeft met de band tussen Nederland en zijn land van herkomst. Bij toeval stuitte hij bij zijn zoektocht op Jan Janszoon van Haarlem, een zeventiende-eeuwse kaper in Marokkaanse dienst van de ‘vloot van Salé’, die het tot admiraal bracht. Noord-Afrikaanse piraten – bij wie enkele Nederlanders als Janszoon zich aansloten – maakten indertijd de Europese wateren onveilig, waarbij ze duizenden Europeanen ontvoerden en tot slaaf maakten. Niet alleen Europeanen maakten zich schuldig aan slavenhandel.

 

El Guennouni raakte gefascineerd door dit onderbelichte aspect van de geschiedenis. Hij verdiepte zich in de roemruchte Janszoon, wiens schip op de klippen liep bij het eiland Lanzarote. Hij werd gered door de piraat De Veenboer, die Janszoon aanstelde als stuurman. Janszoon ging mee naar Algiers, bekeerde zich tot de islam en nam de naam Moerad Raïs aan. Na een aantal jaren voor De Veenboer te hebben gewerkt, besloot hij voor zichzelf te beginnen.

 

GEEN LIEVERDJE

 

Karim El Guennouni: ,,Het stuk is een eigen interpretatie. We stelden ons de vraag: wat voor man zal die Janszoon geweest zijn. Zo’n figuur die in zijn tijd naar een heel ander werelddeel reist en zich daar een heel andere cultuur en gewoonten eigen maakt. Dat vonden wij erg linken aan deze tijd.’’

 

Janszoon was bepaald geen lieverdje. Op IJsland is hij berucht vanwege een massamoord in 1627. Honderden IJslanders nam hij als slaaf mee, van wie er een handjevol terugkeerde nadat er losgeld voor hen betaald was.

 

Al deze gegevens vormen het uitgangspunt van ‘Jan Janszoon, de blonde Arabier’, dat een driemansproject is. Victor Meijer schreef het verhaal. El Guennouni voegde er sketches aan toe en schreef het verhaal met regisseur Rik Hoogendoorn af, zodat het geschikt was om te spelen.

 

Wat willen ze met hun stuk laten zien? El Guennouni:

 

,,Dat maatschappelijke integratie van alle tijden is. En ook al speelt het in een andere tijd, in een andere samenleving, de mensen van toen lijken op die van nu. Kijk naar hun fouten, hun misstappen. Niks veranderd.’’

 

Meijer: ,,Als kaper in dienst van de Republiek was Janszoon ontevreden over hoe men met hem omging. Daarom besloot hij piraat te worden. Door dit stuk te schrijven merkte ik hoe complex de geschiedenis is. Via Janszoon leggen we een stukje geschiedenis van Nederland bloot.’’

 

Janszoon keerde terug naar Holland, waar hij zijn laatste jaren ‘in vrede en ere’ zou hebben doorgebracht. Meijer: ,,De voorstelling begint als een ambitieuze inspecteur een man in de boeien slaat van wie hij denkt dat het Janszoon is. De inspecteur wil scoren met zo’n enorme vangst en probeert hem uit zijn tent te lokken, door hem onder meer te kwetsen met zijn geloof.’’

 

Was Janszoon oprecht moslim geworden of bekeerde hij zich uit opportunisme? El Guennouni: ,,Het zit er allebei in. Of hij een echte moslim was of een carrièrepiraat wordt later in het stuk aan de kaak gesteld.’’

 

 

HET LAND VAN HERKOMST

 

Karim El Guennouni kwam op zijn derde naar Nederland. Heeft hij nog een band met zijn land van herkomst?

 

,,Absoluut. Een emotionele band. Ik heb iets met het collectief, met mensen die iets met elkaar delen, of dat nu cultureel of religieus is, of dat nu in Marokko of Nederland is. Daarnaast ben ik heel sterk een individu geworden. Dat is, denk ik, eigen aan een maker, aan iemand die met toneel bezig is.’’

 

Theater, vindt hij, is niet vrijblijvend. ,,Of het nu komisch of serieus is, ik wil er een laag onder leggen. Niet dat het multicultureel moet zijn, nee, ik ben Marokkaan maar ook Nederlander. Vanuit dat uitgangspunt maak ik theater. Wat je maakt komt uit jouw hoofd. Het moet de diepte in, wat je bij steeds meer allochtone theatermakers ziet gebeuren.’’

 

In het theater wordt veel van wat Marokkaanse Nederlanders presteren afgemeten aan de ‘multiculturele context’. El Guennouni: ,,Terwijl ze veel meer doen. Ik speelde bijvoorbeeld in Frank Wedekinds ‘Voorjaarsontwaken’ het jongetje Melchior. Ik houd van repertoiretoneel. Van Beckett. ‘Eindspel’. Geweldig stuk. Als ze me zouden vragen om dat te spelen, aarzelde ik geen moment. Toch maak ik ‘t liefst iets wat er nog niet is, wat alleen jijzelf kunt maken.’’

 

Steeds meer theatermakers, acteurs en cabaretiers, van allochtone komaf hebben succes. Is daar een verklaring voor?

 

El Guennouni: ,,Ze hebben dezelfde opleiding als autochtonen genoten, werken op dezelfde manier. Ze hebben iets toegevoegd aan het culturele landschap. Daar plukken we nu de vruchten van. Daarnaast is er prestatiedrang. Laten zien dat je het ook kan. Ik zie deze jongens als de pioniers van de volgende generatie. En uiteindelijk gaan ze op in het geheel, zonder onderscheid van wat ook.’’

 

Voorstelling: ‘Jan Janszoon, de blonde Arabier’ door Karim El Guennouni (spel, tekst), Victor Meijer (tekst) en Rik Hoogendoorn (regie). www.grunfeld.nl

 

December, 2008

 

UA-37394075-1