Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Jan Siebelink en de stille hoop van aartstwijfelaar

NCRV Dokument toont in Pieter Verhoeffs tv-portret ‘Het onzegbare’ de hype rond de roman ‘Knielen op een bed violen’ (2005) van Jan Siebelink. Siebelinks boek gaat over de zware jeugd van de schrijver die werd beheerst door de vaderfiguur, die onder invloed van rondtrekkende predikers zijn werk veronachtzaamde en van zijn gezin vervreemdde.

 

Geen Nederlands boek maakte in het eerste decennium van deze eeuw zoveel emoties los als ‘Knielen op een bed violen’, waarvan vijf jaar na verschijning meer dan een half miljoen exemplaren waren verkocht. Wie dacht dat de tijd van (autobiografische) romans over een strenge religieuze opvoeding ver achter ons lag, zat er faliekant naast. Ook Jan Siebelink (1938) zelf was totaal verrast dat hij bij zoveel lezers nog een gevoelige snaar zou raken.

De oorzaak? Het boek vormde, zoals uit Verhoeffs film blijkt, in de eerste plaats een schok van herkenning voor wie uit eenzelfde soort milieu komt. Het is de hang, de weemoed of de nostalgie naar een verzonken tijd. Het boek ademt de sfeer van de jaren vijftig, toen Nederland nog goeddeels calvinistisch was en de mensen zondag in de kerk naar het woord van God luisterden.

Het verscheen ook op het juiste moment. In een periode van onzekerheid en dreiging gaan mensen op zoek naar houvast, naar zingeving, en krijgen ze oog voor het ‘eigene’, in dit geval voor de waarde van onze christelijke cultuur. Als Siebelink in de documentaire een overvolle zaal toespreekt, vraagt hij retorisch: ,,Is God uit Jorwerd verdwenen?’’ Hij laat een stilte vallen, geeft dan zelf het antwoord: ,,Hij is nooit weggeweest.’’

Pieter Verhoeff volgt de gevierde schrijver op zijn tournee langs bibliotheken en dorpshuizen, en vergezelt hem naar plaatsen die een belangrijke rol spelen in de roman. Publieke optredens gaan Siebelink gemakkelijk af, waarbij diens verleden als leraar Nederlands en Frans ongetwijfeld een handje zal helpen. Zijn lezers dwepen met hem. Ze willen hem aanraken en wisselen van gedachten met hem. Voor veel lezers is de auteur een vertrouwd iemand geworden, een dierbare vriend, ook omdat hij met warmte over zijn verleden schrijft en zich niet afzet tegen zijn streng religieuze opvoeding zoals Jan Wolkers en Maarten ’t Hart deden. Er zijn bewonderaars die, met de schrijver als voorganger, als ware pelgrims het graf van Siebelinks vader bezoeken.

Siebelink zelf blijft nuchter onder alle eerbetoon. Het is voor hem eerder wat wezenloos, want ‘ik ben toch maar een eenvoudig jongetje uit Velp?’ Dertig jaar lang was hij een betrekkelijk anonieme auteur, die slechts bij een kleine schare fijnproevers bekend was. En ineens is hij een fenomeen. Is hij een bewierookt schrijver en zijn boek een gekoesterd relikwie.

Voor Siebelink betekende het schrijven van zijn roman een innerlijke noodzaak. Toch beantwoordt hij de vraag of hij er nu helemaal ‘klaar’ mee is ontkennend: ,,Ik had gedacht dat het boek me rustig zou maken. De onrust is eigenlijk groter geworden.” Hij kapt zichzelf af, wil niet zeuren, want hij moet zijn zegeningen tellen. Maar toch. Hij is vervreemd geraakt van het geloof uit zijn jeugd. De twijfel blijft: ,,De God die mijn vader aanbad is een verre God waar ik niet bij kan,” zegt hij. Maar denkend aan de dood ‘blijft er toch altijd de hoop dat ik ooit word opgevangen’.

 

15 maart, 2010

UA-37394075-1