Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Jens Christian Grøndahl – De tijd verzacht wat ooit hard leek

Hoe verandert een ‘gewoon’ mens in een terrorist? Hoe werkt het verleden door in het leven van een individu? Daarover gaat ‘Rode handen’ (‘Røde hænder’, 2006) van Jens Christian Grøndahl, na Hans Christian Andersen een van de bekendste Deense schrijvers.

 

Rode handen’ speelt in kringen van leden van de Rote Armee Fraktion (RAF), de terreurbeweging die in de jaren zeventig met gijzelingen, bankovervallen en aanslagen angst zaaide in het toenmalige West-Duitsland.

Toeval of niet, in Duitsland is de RAF even terug in het publieke debat door de recente ophef over ‘Ulrike Maria Stuart’, een toneelstuk van de Oostenrijkse Nobelprijswinnares Elfriede Jelinek. Zowel Jelinek als Grøndahl legt terloops een link tussen de terreur in de jaren zeventig en die in deze tijd.

 

Hoofdpersoon in ‘Rode handen’ is de jonge Deense Sonja die in de jaren zeventig als au pair in Frankfurt am Main werkt. Ze krijgt een verhouding met een lid van de RAF en komt door hem in contact met andere cellen van de terroristische beweging. Pas als ze een pistool vindt, dringt tot haar door wat die opstandige Duitse dertigers werkelijk beweegt en begint de dwingende muurtekst te leven die haar eerder intrigeerde: ‘Es muss alles anders werden’.

 

Onverschilligheid

 

Meer uit onverschilligheid en verveling dan uit overtuiging wordt ze een van hen. In diezelfde periode ontmoet Sonja een jonge student – de eigenlijke verteller van het boek – die bij de hotelservice werkt op het treinstation van Kopenhagen. Haar soevereine verschijning wekt zijn fascinatie.

Ze had rode nagels en ‘hij kende niemand die zijn nagels lakte, dat deed je niet in die jaren’. Ze rookte sigaretten, merk Rote Hände, uit een pakje dat versierd was met twee ouderwets getekende, donkerrode handen. Jaren later ontmoet de verteller Sonja opnieuw en vertelt ze hem over haar werkelijke leven indertijd.

De wonderlijke geschiedenis die Grøndahl vertelt balanceert op het randje van geloofwaardigheid. Toch slaagt de meesterverteller erin om dit verhaal in een overtuigende roman te vangen. Het is ook niet zozeer de RAF die Grøndahl interesseert. De beweging van Andreas Baader en Ulrike Meinhof komt in het boek slechts terloops ter sprake. De Deen is meer geïnteresseerd in de drijfveren van mensen, hoe onverschilligheid en verveling kunnen leiden tot medeplichtigheid aan geweld en hoe het verleden doorwerkt in het leven van individuen.

Terloops komen vragen aan de orde als: hoe wordt iemand terrorist? En hoe is het mogelijk dat een ontwikkeld mens verandert in iemand die zich van blinde terreur bedient?

 

Trouw

 

Terrorisme is van alle tijden. De motieven mogen verschillen, de uitkomst – dood en verderf – is dezelfde. Tijdens een rechtszitting van RAF-leden die decennia later worden veroordeeld, wordt de vrouwelijke verdachte wegens opruiende taal uit de rechtszaal verwijderd.

Na al die jaren is ze trouw gebleven aan haar ideologie. Het levert haar meewarig gegiechel en hoongelach op, ook omdat haar politieke overtuiging na zoveel jaar later nogal potsierlijk en gedateerd aandoet. Grøndahl beschrijft haar echter niet plat of eendimensionaal.

Evenals de andere personages belicht hij haar van verschillende kanten, en dat doet hij in zijn kenmerkende stijl die loom en weemoedig en tegelijk dwingend, beeldend en suggestief is. In haast achteloze zinnen weet hij veel op te roepen:

 

,,Ze is een van die vrouwen die met het ouder worden mooier worden, omdat de tijd verzacht wat ooit hard leek en de persoonlijkheid door het perfecte masker van de jeugd heen laat schijnen. De tijd had een mildheid in haar gezicht opgeroepen en het veelzeggende in haar blik was op sympathie gaan lijken.’’

 

Grøndahl is bespiegelend en wijs, zij hij het dat hij een enkele keer in quasi-filosofisch geneuzel vervalt.

 

Inmiddels zijn acht romans van Grøndahl in het Nederlands vertaald. Stuk voor stuk goede tot uitmuntende boeken die tot nadenken stemmen en laten zien dat de Deen een van de interessantste Europese schrijvers van dit moment is.

 

Jens Christian Grøndahl: ‘Rode handen’. Uit het Deens vertaald door Annelies van Hees. Uitgeverij Meulenhoff, 141 blz.

 

2006

UA-37394075-1