Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Joe Cocker, een gepijnigde stem, een podiumbeest

Joe Cocker (1944-2014) had een stem als een misthoorn. Rauw, doorleefd en gepijnigd. Daarmee zong hij veel covers die in zijn uitvoering klassiekers werden.

 

Joe Cocker was een van de vele artiesten die nummers van The Beatles coverden. Maar hij was een van de weinigen – met onder anderen Shirley Bassey (‘Something’) – die zich het lied dusdanig toe-eigenden dat ze er iets volkomen nieuws van maakten. Wie Cockers fenomenale uitvoering van ‘With a little help with my friends’ van Lennon/McCartney hoort, begrijpt meteen wat je bedoelt. Cocker coverde veel meer Beatlesnummer, zoveel dat hij het op zeker moment zat werd. Niet dat hij ze niet meer zong, want ‘With a little help’ bleef hij even gepassioneerd als altijd uitvoeren.

De blanke soulzanger uit Sheffield verwierf grote faam met covers van grootheden als The Beatles, Ray Charles, Bob Dylan, The Rolling Stones en Randy Newman, die hij feilloos naar zijn hand wist te zetten. Cockers stem stond in die zin altijd in dienst van andermans composities. Maar hij wist aan elk nummer, of het nu rock, blues, soul of jazz was, een eigen draai te geven. 

Joe Cocker scoorde ook ‘eigen’ hits, waaronder ‘Cry me a river’, ‘Feelin’ alright’, ‘Delta lady’ en ‘High time we went’. Het zijn nummers, weliswaar ook door anderen geschreven en uitgevoerd, die voornamelijk in zijn vertolking de tijd glansrijk hebben doorstaan. 

 

EEN PODIUMBEEST

 

Cocker was een podiumbeest. Tot in alle vezels geconcentreerd ging hij op in zijn muziek. Hartstochtelijk, gedreven. Hij gaf zich totaal, en niet alleen in nummers waar het publiek op stond te wachten, als ‘Unchain my heart’, ‘You are so beautiful’ en ‘N’oubliez jamais’. Op de bühne was in zijn buurt ook altijd wel een strijkdame te vinden om het zweet van zijn kale kop te betten.

Maar die stem – dat was zijn handelsmerk. Een van zijn handelsmerken. Een stem als een misthoorn, gevoelig en gekweld. Apart was niet alleen zijn rauwe stem van doorleefd schuurpapier, ook zijn optredens waren bijzonder. Al stond hij onbewogen te zingen, zijn armen waren altijd rusteloos in de weer. Tastend in het luchtledige, grijpend, wijzend. Die armen leidden een eigen leven en tegelijk onderstreepten ze elke frase die de zanger zong. Het stoorde hem wel als mensen zijn armgebaren afdeden als ‘spastisch’. Dat van die armen en handen, dat gebeurde gewoon, zei hij, hij had er geen vat op.

 

EEN EIGEN WERELD

 

Cocker leefde in zijn eigen wereld. Hij trok zich niets aan van trends, maar trok zijn eigen spoor. Van ‘Have a little faith in me’ wist hij niet eens dat het al beroemd was in de oorspronkelijke uitvoering van John Hiatt. ,,Het was me ontgaan dat ‘Have a little faith in me’ al zo bekend was in de versie die John Hiatt zelf had opgenomen. Ik dacht dat die man me zomaar een demobandje had gestuurd, van een liedje dat hij speciaal voor mij had geschreven,” zei hij daarover. ,,Kun je nagaan hoe goed ik op de hoogte ben van de stand van zaken in de hedendaagse popmuziek.”

 

EEN HELD EN EEN DRUMMER

 

John Robert ‘Joe’ Cocker, op 20 mei 1944 in de Engelse industriestad Sheffield geboren, zong sinds zijn vijftiende in diverse bands in zijn geboortestad. Zijn held en voorbeeld was Ray Charles. Oorspronkelijk was hij drummer. Hij had zelf geen flauw idee hoe goed hij eigenlijk was. Cocker trad al geruime tijd op in de betrekkelijke anonimiteit, toen hij in 1969 op Woodstock het publiek verblufte met zijn ‘With a little help’.

Zijn bandleden hadden tijdens Woodstock flink drugs gebruikt. Joe had daar zelf geen erg in, al vond hij wel dat zijn band er maar slap en futloos bij stond. Maar tijdens ‘With a little help from my friends’ sprong er ineens een vonk over. ,,The Beatles stuurden me later een telegram,” vertelde Cocker daarover. ,,Om me te feliciteren met het succes, maar waarschijnlijk ook als dank voor de royalties.”

Drank haalde in de jaren zeventig een streep door zijn carrière. Hij hervond zich in de jaren tachtig en bleef daarna continu optreden en hits scoren, waaronder ‘N’oubliez jamais’ (1997). Naarmate hij ouder werd, werd het steeds moeilijker om geschikte nummers te vinden. ,,Ik krijg stapels demotapes van mannen met stembanden van schuurpapier, die hun best doen om mij zo goed mogelijk te imiteren,” zei hij. ,,Maar meestal zijn het precies de nummers die ik niet zoek, want er valt voor mij niets meer aan toe te voegen.”

 

December, 2014

 

Bovenstaand portret verscheen op dinsdag 23 december 2014 als necrologie in een verkorte en licht gewijzigde vorm in de regionale en provinciale kranten die zijn aangesloten bij De Persdienst.

 

UA-37394075-1