Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Jonathan Safran Foer – onze levens lijken op wolkenkrabbers

In 2002 was de debuutroman ’Alles is verlicht’ van de Amerikaanse schrijver Jonathan Safran Foer (1977) wereldwijd dé literaire sensatie. Dit was zo’n roman die alle andere boeken die je kort daarvoor had gelezen in de schaduw stelde.

 

Na zo’n droomdebuut moet het voor een auteur een schier onmogelijke opgave zijn om het succes te evenaren. Niet voor Foer. Hij flikt het kunstje opnieuw met ’Extreem luid & ongelooflijk dichtbij’, een even uitzinnig als aangrijpend relaas over de verwerking van ’11 september’.

Opvallend aan ’Extreem luid & ongelooflijk dichtbij’ is dat het veel raakvlakken heeft met ’Alles is verlicht’, dat mij indertijd herhaaldelijk deed schaterlachen. Al vergaat je dat lachen weldra, want het boek vertelt in wezen een dieptragische, hartverscheurende geschiedenis (de shoah in Oost-Europa). In ’Alles is verlicht’ is de held een Amerikaanse, joodse jongen – evenals de schrijver Jonathan Safran Foer genaamd – die naar Oekraïne reist om het leven van zijn illustere grootvader te achterhalen. Het boek valt min of meer in drie delen uiteen: het verslag van de don-quichotachtige reis door een verwoest Arcadia, de legende van de sjtetl (het dorp) van de grootvader, en de hilarische, droogkomische brieven van de tolk Alex, die Jonathan op zijn bizarre tocht vergezelt. ’Alles is verlicht’ is als Multatuli’s ’Max Havelaar’ een explosief pak verhalen.

Kleine held

Extreem luid & ongelooflijk dichtbij’ is van eenzelfde laken een pak. Deze keer vormt niet Oekraïne maar New York het decor. Hoofdpersoon is de negenjarige hoofdpersoon Oskar Schell die sterk doet denken aan Günther Grass’ ’Die Blechtrommel’, waarin de kleine held weigert te groeien. Foers Oskar is een onbevangen, leergierige en ontwapenende knaap die zichzelf een uitvinder noemt en zich bij alles wat hij doet vragen stelt.

 

,,Alles wat wordt geboren moet dood, wat betekent dat onze levens op wolkenkrabbers lijken. De rook stijgt met wisselende snelheid op, maar ze staan allemaal in brand, en we zitten allemaal in de val.’’

 

Hij hangt zeer aan zijn oma en verliest zijn vader die omkomt bij de aanslagen in de Twin Towers. In een kast van zijn vader vindt hij een sleutel in een envelop. Met zijn eenzelvige buurman – een oorlogsreporter die beweert op alle slagvelden van de twintigste eeuw verslag te hebben gedaan – gaat hij op zoek naar het slot waarop de sleutel past en naar mensen die hem meer over zijn vader kunnen vertellen. Als ze boven op de Empire State Building staan en van het schitterende uitzicht genieten, mijmert Oskar, met een verwijzing naar de dood van zijn vader: ,,Alles wat wordt geboren moet dood, wat betekent dat onze levens op wolkenkrabbers lijken. De rook stijgt met wisselende snelheid op, maar ze staan allemaal in brand, en we zitten allemaal in de val.’’ Parallel aan Oskars omzwervingen loopt het verhaal van zijn grootvader die het bombardement op Dresden in 1945 overleefde en getraumatiseerd naar Amerika emigreerde.

Inferno

De titel ’Extreem luid & ongelooflijk dichtbij’ is net zo uitzinnig als het proza zelf. De schrijver gunt de lezer soms nauwelijks een rustpunt, de zinnen buitelen op sommige bladzijden zelfs letterlijk over elkaar heen. Er zijn fragmenten zonder interpunctie, zoals bij de beschrijving van het inferno op Dresden dat nagalmt in de aanslagen op de Twin Towers. Foer laat de lezer hier welhaast naar adem happen, om hem de verschrikkingen nog beter te laten navoelen.

Opvallend en niet altijd geslaagd zijn Foers experimenten met de typografie. Sommige bladzijden zijn (bijna) blanco, andere zijn onleesbaar (gemaakt), zoals de memoires van Oskars grootmoeder, die tikt op een schrijfmachine zonder lint. Op een flink aantal bladzijden zijn illustraties en foto’s afgedrukt. Op een daarvan is een man te zien die als een aangeschoten vogel van grote hoogte zijn dood tegemoet valt, of beter alsof hij ten hemel vaart en terugkeert naar zijn kantoor in de wolkenkrabber, zoals Oskars diepste wens is. Foer speelt namelijk ook nog eens een spel met de tijd.

 

Nu en dan balanceert Foer op het randje van kitsch en pathos.

 

Extreem luid & ongelooflijk dichtbij’ is een familieroman over verlies die boven op de actualiteit zit en tegelijkertijd wat geweest is dichterbij brengt. Foer zit zijn personages dicht op de huid en weet te ontroeren. Al doet zijn proza soms wat geforceerd en gewild aan. Nu en dan balanceert hij op het randje van kitsch en pathos. Het zijn echter kanttekeningen bij een boek van een groot talent dat nu al een gevestigd auteur is en in de voetsporen treedt van grote Amerikaanse schrijvers als Philip Roth en John Updike.

 

Jonathan Safran Foer: ’Extreem luid & ongelooflijk dichtbij’ (’Extremely loud & incredibly close’). Vertaald uit het Engels door Gerda Baardman en Tjadine Stheeman. Uitgeverij Anthos/Manteau; 376 blz.

 

April, 2005

UA-37394075-1