Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Joost Zwagerman: Alkmaar veronachtzaamt zijn schrijvers

Hoe komt het toch dat Alkmaar zo pover is vertegenwoordigd in de Nederlandse literatuur? En waarom worden er in de stad, die toch een respectabel aantal schrijvers heeft voortgebracht, zo weinig literaire activiteiten ontplooid? Is dat dom toeval? Is het onverschilligheid? Laten de Alkmaarders hun schrijvers in hun sop gaar koken?

Joost Zwagerman (1963), geboren en getogen in Alkmaar, stelt zich deze vragen in zijn boekje ’Tussen droom en daad in Dubbelstad. Alkmaar in feit en fictie’. En zijn conclusie is ondubbelzinnig: Alkmaar is géén stad van dichters en schrijvers. In tegenstelling tot bijvoorbeeld het nabijgelegen Bergen, het kunstenaarsdorp dat dichters als Adriaan Roland Holst en Lucebert voortbracht, kent Alkmaar blijkbaar geen enkele auteur van toen en nu die (nog) tot de verbeelding spreekt.

Zwagerman is zelf op zoek gegaan naar de sporen van schrijversvoeten in zijn geboortestad, maar moet, hoezeer hij zijn best ook doet, tot zijn spijt concluderen dat die maar spaarzaam zijn. En als ze er gezet zijn, zijn ze gewist of nauwelijks opgemerkt. Neem Maria Tesselschade (1594-1649), de dochter van de graanhandelaar en dichter Roemer Visscher. ,,Maar dan nog: een dochter van een dichter, daar moest Alkmaar het, qua literaire trofee, tot aan de negentiende eeuw mee doen.’’ Nee, dan de schrijfster A.L.G. Bosboom-Toussaint, immens populair in de negentiende eeuw. Zij werd in 1812 in Alkmaar geboren, maar hoeveel ingezetenen zegt deze eens grote naam nog iets?

Hetzelfde geldt voor de schrijvers van onze tijd. Ook de namen van respectabele schrijvers en dichters als Arie van den Berg, Maarten Asscher, Gijs IJlander, Dirk van Deelden, René Huigen of H.C. ten Berge doen bij de meeste Alkmaarders nauwelijks belletje rinkelen, ook al ontving de laatste de P.C.Hooftprijs, ’s lands hoogste literaire onderscheiding. Al kan dat bij de laatste twee binnenkort veranderen. Daarbij komt dat Alkmaars westerburen Ten Berge vooralsnog wél op waarde wisten te schatten, want de schrijver ontving in 2003 in Bergen de Adriaan Roland Holstpenning. De meeste van de genoemde schrijvers wonen overigens (allang) niet meer in Alkmaar.

Tegen de mythische vormen die Bergen heeft aangenomen, kan Alkmaar niet op. Tegen Hoorn of Den Helder misschien nog wel, niet tegen het nabijgelegen kunstenaarsdorp waar ,,nog net niet elke boomtak en iedere rietbekapte villa bezwangerd is door een literaire ruis, maar het scheelt niet veel’’. In Alkmaar lijkt het tegenovergestelde het geval te zijn. Zwagerman wijst naar steden waar ze wél trots op hun schrijvers en de schrijvers trots op hun stad zijn. Waarom ontbreekt dat gevoel ten enen male bij Alkmaar, vraagt hij zich af. Waarom kent Alkmaar bijvoorbeeld geen trotse literaire boekenserie met verhalen over de stad? Waarom zijn lezingen met Alkmaarse schrijvers zo schaars? ,,Stopt de trots van de stad inderdaad bij de wereld van oud-Alkmaarder Marco Borsato?’’ En: ,,Wie zo laks is, kan ook van die schrijvers geen warmere gevoelens en engagement met de stad terugverwachten.’’

Toch is Alkmaar wel degelijk meermalen in fictie gevangen. In de roman ’Dubbelster’ van Gerrit Komrij bijvoorbeeld, al vloekt de fictie hier regelmatig met de werkelijkheid, want Komrij bestaat het om de kaasmarkt op woensdag te laten houden. Slordig of niet, in fictie kan alles en, zoals Zwagerman opmerkt, ,,in de wereld van ’Dubbelster’ is de woensdag nu eenmaal een mooiere en passender dag dan de vrijdag’’.

Zelf heeft Zwagerman voor zijn romans ’Vals licht’ en ’De buitenvrouw’ Alkmaar (deels) als decor gebruikt. Zo laat Zwagerman de hoofdfiguur van ’Vals licht’, over een ’jonge bohémien die onder de bekoring raakt van een gevallen vrouw’, een en ander beleven op de Achterdam, een bekend hoerenstraatje in Alkmaar. Maar nóg Noord-Hollandser is ’De buitenvrouw’. Dit boek gaat over de leraar Nederlands Theo Altena, die woont in Alkmaar en werkt in Hoorn. Zwagerman laat zijn hoofdpersoon vijf keer per week naar Hoorn pendelen en onderweg genieten we van de West-Friese polders, ,,met af een toe een kleine uitstap naar de Eilandpolder’’. ,,Dankzij ’De buitenvrouw’,’’ schrijft Zwagerman, ,,kon ik, om met Herman van Veen te spreken, ’het landschap van mijn jeugd’ bezingen.’’

Tijdens het schrijven van dat boek merkte Zwagerman dat ,,het feitelijke Alkmaar in mijn beleving langzaam plaatsmaakte voor dat van mijn hoofdfiguur. Ik ben ook nu nog veel en vaak in Alkmaar, maar zeker sinds de tijd dat ik aan ’De buitenvrouw’ schreef, is het soms alsof er over de feitelijke stad een tweede stad is heengeschoven, die van hem, mijn hoofdpersoon, mijn leraar Altena met zijn bange gedachten en gedempte gevoelens. Ook nu nog, anno 2004, ga ik er soms zelfs een blokje voor om en wil ik per se een straat inrijden die een kleine rol speelt in het boek.’’

Alkmaar als een mythische stad

Alkmaar als een welhaast mythische stad. Zwagerman schrijft er in zijn boekje boeiend over, en dat doet hij zonder al te hinderlijk met eigen veren te pronken: ,,Mijn herinneringen en mijn jeugdsentiment zijn blijvend vervloeid geraakt me verzonnen incidenten, mijn fictie is sluipenderwijs de feitelijke stad binnengesijpeld, en de feiten van mijn Alkmaarse jaren zijn aangelengd met indrukken die ik aan mijn werktafel heb verzonnen maar die me in de loop der jaren soms verbazingwekkend reëel toeschijnen. Het is een vorm van dubbelzien waar ik nog lang over hoop te beschikken. Dit opgedeelde en uitgesplitst Alkmaar is op een prettige manier exclusief. Iedereen zal de stad op zijn manier doorkruisen. Alleen in mijn hoofd blijft het een dubbelstad.’’

Een typisch ’Alkmaarse schrijver’ zal hij zich niet snel noemen, ook al koestert hij nog warme gevoelens voor zijn geboortestad waar hij tot zijn negentiende woonde. Maar als íemand Alkmaar inmiddels op de letterkundige kaart van Nederland heeft gezet, is het Joost Zwagerman zelf wel. De schrijver van romans, verhalen, essays, poëzie, columns, kritieken en polemieken is inmiddels niet alleen verreweg Alkmaars bekendste maar ook meest succesvolle schrijver.

Joost Zwagerman P ’Tussen droom en daad in Dubbelstad. Alkmaar in feit en fictie’. uitgeverij Conserve.

Maart, 2004

UA-37394075-1