Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Jules Croiset als Cornelis Vreeswijk: ‘Als ik goed kijk zie ik mezelf’

Jules Croiset doet Cornelis Vreeswijk. Is dat geen wonderlijke combinatie? Een flamboyante acteur die een melancholieke troubadour speelt én zingt? Dat blijkt reuze mee te vallen.

 

Bekijk de flyer van de voorstelling ‘Cornelis Vreeswijk: De troubadour van IJmuiden’ maar eens. Hierop staat zowel Croiset als Vreeswijk afgebeeld. De gelijkenis is frappant. Zelfs Jules Croiset moet, even de leesbril op, eerst eens goed kijken wie wie is. ,,Als ik die foto van Cornelis Vreeswijk zie, is het warempel alsof ik mezelf zie”, zegt hij.

Ze lijken niet alleen op elkaar, ook hun stem is soms treffend, met die nasale bas uit het middenrif. Beiden hebben ook nog eens het postuur van een Bourgondiër, van een levensgenieter. Niet dat het grote kerels zijn, verhoudingsgewijs zijn het eigenlijk maar kleine mannetjes. Het is hun podiumpersoonlijkheid die het hem doet, waardoor de indruk wordt gewekt dat er reuzen op het toneel staan.

Zo beschouwd is het niet verwonderlijk dat de organisatie van het Amsterdams Kleinkunst Festival, die dit jaar de speciale voorstelling aan Cornelis Vreeswijk wijdt, bij hem aanklopte. Vreeswijk, in Nederland bijna vergeten. In Zweden, waar hij de langste tijd van zijn leven sleet, een beroemdheid. Een legende. Hij zong er dertig platen vol. Met folk, blues, rock, samba, met vrijpostige teksten over hoeren en snoeren, over zwervers en de zelfkant, waarin hij schopte tegen kerk en staat en waarmee hij de brave Zweden choqueerde. Cornelis Vreeswijk (1937-1987), wiens wieg in IJmuiden stond, draaide er zijn hand niet voor om. En over de onstuimige levenswandel van de op 12-jarige leeftijd naar Zweden vertrokken Noord-Hollander raken ze daar maar niet uitgepraat.

Standbeeld

,,Als je in Zweden de naam van Cornelis Vreeswijk noemt, weet iedereen meteen wie het is. Die man is daar zo beroemd! Als die man maar zijn neus liet zien, liep de zaal al vol! Op straat werd hij aangesproken, kinderen vroegen om zijn handtekening. Hij heeft er zelfs een eigen museum, een stadspark, een prijs die naar hem is genoemd, zelfs een standbeeld, ja, hij heeft er zelfs een staatsbegrafenis gekregen.”
Enkele maanden geleden was Vreeswijk voor Croiset, wat voor de meeste Nederlanders geldt, niet meer dan een vage naam. Een zanger die in de jaren zeventig een handjevol hits scoorde en vervolgens in de vergetelheid verzonk. ,,’De nozem en de non’ kende ik natuurlijk, een mooi cabaretesk liedje’’, zegt Jules Croiset in een bruine kroeg, ergens hartje Amsterdam. ,,‘Veronica’, een verrukkelijk romantisch lied’. En natuurlijk ‘Misschien wordt het morgen beter, misschien wordt het nooit goed’, de betere carnavalskraker, zal ik maar zeggen. Maar de man is natuurlijk veel meer dan die liedjes. Hij heeft zoveel mooie liedjes geschreven, met zulke prachtige teksten. Ik ben werkelijk zielsveel van die man gaan houden.” Hij nipt aan een wijntje, spreekt fluisterzacht, met een stem die een verre echo is van de welluidende basstem waarmee hij op het toneel indrukwekkend kan bulderen.

Toeval

Dat uitgerekend hij nu Vreeswijk speelt is toeval. Croiset werd er zelf ook door verrast dat voor deze ‘minimonomusical’, zoals hij de voorstelling bijna liefkozend noemt, het oog op hem was gevallen. Al kan hij de keuze achteraf wel begrijpen: ,,Als je in Nederland iemand zoekt die op hem lijkt, ja, dan ben ik dat wel.’’

Bovendien is Croiset, een oude rot in het vak die klassiek en modern repertoire afwisselt, als geen ander vertrouwd met solovoorstellingen, onder anderen over Tsjechov, Multatuli en Van Gogh. ,,Deze voorstelling bood zich eigenlijk als vanzelf aan. Ik zou dit seizoen een heel andere productie doen, ‘De dood van een handelsreiziger (van Arthur Miller, red.) bij het Nationale Toneel. Die is nu naar volgend seizoen verschoven. In die voorstelling sta ik voor het eerst samen met mijn beide zoons Niels en Vincent op het toneel. Dat is leuk, ze zijn beiden net van de toneelschool af. Ik was dus helemaal vrij, dat dit op mijn weg is gekomen is eigenlijk ideaal.” Zoon Niels speelt momenteel in ‘Lucifer’ bij Het Toneel Speelt, in een regie van een andere telg uit de acteursfamilie Croiset, namelijk Hans, de broer van Jules.

Spoedcursus


Om een beeld te krijgen van de figuur Vreeswijk sprak Croiset urenlang met Peter Verschoor, jarenlang correspondent van Nederlandse media in Zweden (daarna werkzaam van de Wereldomroep). Verschoor was een goede vriend van de troubadour. Croiset: ,,Hij heeft mij een spoedcursus Cornelis Vreeswijk gegeven. Hij heeft me wis en waarachtig helemaal het leven van die man binnengezogen. Na die sessie was ik volkomen uitgeput.”
Wat was Cornelis Vreeswijk eigenlijk voor een man? ,,Hij was een zeer warm mens. Hij had tegelijk een bepaald cynisme in zich waarmee hij de wereld bekeek. Hij verpakte dat in een soort milde ironie, terwijl hij vanbinnen eigenlijk heel cynisch was over de maatschappij. Hij háátte gezag en de gevestigde orde. Zijn verzameld werk in twee kloeke delen uitgebracht. Ja, beslist iets om trots op te zijn. Vreeswijk had ook zijn trots, jazeker, maar tegelijk vervloekte hij die trots. Het was bij hem altijd dubbel.’’ Dat gold ook voor zijn relatie tot Nederland. ,,Hij miste Nederland periodiek, hij wilde altijd weer even terug.”

Geld


,,Vies van geld was hij ook niet. Wie wel? Dat is toch geen schande. Niets menselijks was hem vreemd. Maar luister eens, je kunt nog zo tekeer gaan tegen het koninklijk huis, als je de koningin een handje mag geven, doe jij dat toch ook? Ik heb de grootste blaaskaken tenslotte ook hoofs zien knikken en braaf een handje zien geven!’’

Vreeswijks muze, zijn grote liefde, heette AnnKatrin. Croiset: ,,Hij had verschillende relaties, maar zij was een baken in zijn leven. Bij haar vond hij de rust en kon hij terecht voor de wellust. Zij was alles wat een vrouw voor een man kan betekenen. Alle vrouwen die hij in zijn liedjes bezingt, zijn een beetje AnnKatrin.’’

,,Hij was een groot romanticus. Een verrukkelijk melancholisch poëet, een dichter. Het is niet vreemd dat ik me wel verwant voel. Ik ben altijd al gek op taal geweest.”
Vreeswijk stond hier te boek als een levensgenieter, maar ook als een groot innemer. Klopt dat beeld? Croiset, die zelf nog eens nipt van zijn glas witte wijn: ,,Drankzuchtig was hij bij tijd en wijlen zeker. Hij had zo zijn buien. Dan kon hij stevig drinken, bier, wijn, zware drank als whisky, jägermeister. Dan leed hij hevig aan zwaarmoedigheid. Hij voelde zich vaak miskend. Ook in Zweden, want daar kende hij echt niet alleen hoogte- maar ook dieptepunten. Licht tegenover donker. Maar hij wist zich daar na verloop van tijd toch weer aan te ontworstelen en dan verrees hij weer als een feniks uit zijn as. Daarna schreef hij weer de schitterendste liederen.’’

Ontvoering

Die afwisseling van hoogte- en dieptepunten ís Jules Croiset zelf evenmin onbekend. Ook in dat opzicht zijn Vreeswijk en Croiset aan elkaar gewaagd. Jules Croiset ging twee keer door de hel. In 1987 zette Croiset (die van joodse afkomst is) naar aanleiding van een opvoering van het spraakmakende, van antisemitisme verdachte toneelstuk ‘De stad, het vuil en de dood’ van Rainer Werner Fassbinder zijn eigen ontvoering in scène. In 2000 werd de affaire opgerakeld door het boekenweekgeschenk ‘Het theater, de brief en de waarheid’ van Harry Mulisch, die deze geruchtmakende zaak meesterlijk naar zijn hand zette. Croiset wil aan deze gitzwarte bladzijde liever geen woord meer vuil maken. Toch moet hij even zijn hart luchten, want hij háát de manier waarop (sommige) media, de tv-zenders voorop, deze affaire herhaaldelijk op slinkse wijze voor de kijkcijfers toch weer proberen uit te buiten. Vorig jaar moest hij ten tijde van de Boekenweek met zijn vrouw noodgedwongen uitwijken naar Griekenland, zozeer werd hij op zijn nek gezeten. Spuugzat was hij het. ,,En dat terwijl het boek van Mulisch niks met mij te maken heeft. Ja, hij had het losjes gebaseerd op mijn verhaal, verder niet, verder had het niks met mij te maken. Hij had het mij van tevoren laten lezen, en ik vond het een prachtig boek. Dat was alles. Hoe ik er zelf op terugkijk, kun je lezen in mijn eigen boek, ‘Met stomheid geslagen’ (1989), waarin ik alles zelf al verteld heb. Maar de manier waarop ik nu toch weer werd bejegend was ten hemel schreiend. En nu ook weer. Van allerlei kanten ben ik al gewaarschuwd voor bepaalde types. Die je vragen om te komen praten over deze voorstelling. Ja, dan mag je een minuut over Cornelis Vreeswijk spreken, en vervolgens beginnen ze weer over dat van vroeger. Maar dat is geweest, ik wil er niet meer over praten. Ik heb er allang afscheid van genomen.”

Terug naar Cornelis Vreeswijk wiens Zweedse liedjes niet eerder in het Nederlands zijn gezongen. Dat gaat veranderen. Zo verschijnt er een cd met Nederlandse artiesten die van Vreeswijk uit het Zweedse vertaalde liedjes van hem zingen. Dat Cornelis Vreeswijk aan een postume comeback bezig is, blijkt verder uit het Cornelis Vreeswijk Genootschap, en de plannen om in IJmuiden een standbeeld voor de oud-dorpsgenoot op te richten.

‘Cornelis Vreeswijk – de troubadour van IJmuiden’ is losjes gebaseerd op een Zweeds script. Dat was volgens Jules Croiset volstrekt ongeschikt voor een Nederlands versie. Croiset: ,,Het is een soort documentaire, met een verteller die je aan de hand neemt door het leven van Vreeswijk. Dramatisch zwak, nogal saai eigenlijk. Wij hebben het dan ook ingrijpend aangepast. Veel anekdotes ingelast.”
Croiset kruipt, zoals het een acteur van zijn stand betaamt, in de huid van Vreeswijk zonder hem te imiteren. Hij geeft een beeld van de man, een karakterschets. ,,Ik speel iemand die terugblikt op zijn eigen leven. Ik acteer in deze voorstelling iets meer dan dat ik zing. Voorheen nam ik het nooit zo nauw. Een kwartiertje voor de voorstelling zat ik pas in de kleedkamer. Deze voorstelling vergt wel een uur concentratie en inzingen. Anders lukt het niet. Op mijn 63ste besef ik eigenlijk pas dat ik in sommige opzichten te slordig ben geweest.’’

Zingen

,,Niets is ook zo heerlijk om iemand in de herinnering terug te brengen die zoveel moois heeft gemaakt. Die ook zoveel moois heeft gemaakt waarvan óók de kenners hier geen weet hebben. Mijn zoon zag de voorstelling, met een onbevangen blik. Hij had geen beeld voor ogen van Vreeswijk omdat hij diens bloeitijd hier niet heeft meegemaakt. Toch was hij geboeid, omdat hij hem een interessante man vond.’’

En zingen? Kan Croiset, toneelacteur uit één stuk, dan ook nog zingen? Croiset glimlacht minzaam. ,,De eerste keer dat ik zong was in een stuk over Pisuisse bij het Publiekstheater. Begin jaren tachtig was dat, in ‘Mensch durf te leven’, een toneelstuk met liedjes van Gerben Hellinga over de cabaretier Jean Louis Pisuisse. De productie mocht dan door de kritiek zuinigjes zijn ontvangen, ik vond het een meesterwerk. Ach, ik hield zo van die rol… Voor mijn rol in ‘Platonov’ (Tsjechov, red.) kreeg ik indertijd de Louis d’Or (de jaarlijkse theateronderscheiding voor de beste acteur). Maar eigenlijk had ik hem ook daarvoor moeten krijgen.’’

,,Maar nee, een zanger ben ik niet. Mijn stem is zangtechnisch bepaald niet ontwikkeld. Ik heb veel te danken aan muzikaal leider Martin van Dijk. Hij heeft mij het vertrouwen geschonken om dit te kunnen doen. Ik spéél mijn liederen eigenlijk, anders dan Vreeswijk die formidabel muzikaal was.’’

Het toneelbeeld laat de troubadour in elk geval zien temidden van een sprekend stilleven van drankflessen. Cornelis Vreeswijk zoop zich uiteindelijk dood, zo luidt tenminste de versie die hier te lande rondzoemt. Klopt dat? Croiset: ,,Op het eind van zijn leven was hij een wrak. Hij stierf aan leverkanker. Hij zag er zó slecht uit. Vijftig jaar was hij. Maar hij was op, helemaal op.’’

 

Maart, 2001

UA-37394075-1