Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Karel van het Reve: Een ongenaakbare droogstoppel

De schrijver en essayist Karel van het Reve (1921-1999) was leuk zonder leuk te willen zíjn. Zijn humor was droog, maar gortdroog schreef hij zelden. Meestal lichtvoetig, geestig, tegendraads, scherpzinnig. Hij kon ingewikkelde kwesties beknopt en in heldere zinnen samenvatten. En hij zag er geen been in om op lange tenen te gaan staan.

In de bloemlezing ‘Ik heb nooit iets gelezen’ hebben Ileen Montijn en David van het Reve (schoondochter en zoon van de schrijver) nu alle fragmenten verzameld die Van het Reve tussen 1963 en 1989 publiceerde in het literaire tijdschrift Hollands Maandblad. De stukken verschenen soms, al dan niet aangepast, in een van zijn bundels. De rest is hier voor het eerst in boekvorm gepubliceerd.
Lang leek de positie van de Geleerde Broer van Gerard Reve onaantastbaar. En de schare bewonderaars van de P.C.Hooftprijswinnaar van 1981 lijkt alleen maar toe te nemen, al worden er soms vermetele pogingen ondernomen om dit schier ongenaakbare monument aan het wankelen te brengen. Voor sommigen is die positie blijkbaar een steen des aanstoots. Anders zou schrijver, essayist en criticus Kees ’t Hart in De Groene Amsterdammer van mei 2004 niet zo tegen de ‘mythe’ tekeer zijn gegaan. ’t Hart verwijt vooral de latere Van het Reve gemakzuchtig denken en een arrogante, botte houding jegens andersdenkenden. Het is kritiek uit onverwachte hoek, want zelden laat de doorgaans milde ’t Hart zich zo gaan. Het zou de stoïcijnse Van het Reve, denk ik, niet alleen lichtelijk hebben verbaasd, maar vast ook hebben geamuseerd.
De poging van ’t Hart is op zich moedig, maar mist alle grond voor wie Van het Reves bekendste boeken – zoals het standaardwerk ‘De geschiedenis van Russische literatuur’ en ‘Het geloof der kameraden’ – er nog eens op naslaat. Maar op grond van ‘Ik heb nooit iets gelezen’ – een prikkelende titel, kenmerkend voor de achteloze, tegendraadse Van het Reve – heeft ’t Hart wel een beetje gelijk.

Veel fragmenten erin zijn gedateerd, doen nog zo weinig ter zake dat ze de leesbaarheid van het boek in zijn geheel soms alleen maar in de weg zitten. Bewonderaars van de meester zullen daar vast anders over denken, maar er had hier en daar moeiteloos geschrapt kunnen worden en dan nog zou je een royaal en rijk gevuld boek overhouden.
Van het Reves weerzin tegen Freud en de ‘keukenmeidenliteratuur’ van Dostojevski blijft aangenaam om te lezen, maar de fanatieke toon die hij daarbij soms aanslaat, doet nu geforceerd aan en is moeilijk na te voelen. Na de zoveelste schimpscheut weet je het wel. Het geldt ook voor de talloze uitweidingen over een dissident of het voormalige Oostblok. Het is ook niet altijd duidelijk wat de schrijver beoogt. En dat geldt voor meer notities bij kwesties die ooit actueel en nijpend moeten zijn geweest, die indertijd ongetwijfeld als algemeen bekend verondersteld konden worden, maar voor de lezer anno nu ondoorgrondelijk zijn.
Gelukkig blijft er daarnaast nog heel veel te genieten. Aan de hand van al die fragmenten doemt een treffend beeld op van de leef- en denkwereld van Karel van het Reve en vooral van zijn passies en obsessies, zoals letterkunde en politiek.

Van het Reve, die van beroep slavist was, berijdt in dit boek zijn stokpaardjes. Hij analyseert kwalijke ideologieën, ontmaskert wetenschappelijke prietpraat en laakt politiek-correcte mooipraterij. Hij had een hekel aan kreupel taalgebruik en onlogisch denken. Aan modieuze standpunten had hij een broertje dood. Zijn wereldbeeld was pessimistisch. De wereld wordt gedomineerd door vooroordelen en misvattingen. Taboes verdwijnen niet, ze keren domweg in een andere vorm terug. Over van alles en nog wat had Van het Reve wel een mening. Of dat nu over God was, kruiswoordraadsels of Darwin, Russische schrijvers of dissidenten, (pseudo)wetenschappen, idealisten, schrijvers of tirannen.

Veel van zijn bespiegelingen stemmen nog altijd tot nadenken. Over het algemeen menselijk gedrag schrijft hij: ,,Wie in een inaugurele rede een roman citeert waarin een hoogleraar het met zijn secretaresse houdt, kan rekenen op welwillend gelach van zijn publiek dat bestaat uit hoogleraren, hun vrouwen, hun secretaresses en hun studenten. Zou hij zijn eigen secretaresse in dit verband ter sprake brengen, dan zou menigeen dat schandelijk vinden.”
Altijd helder blijven nadenken, dat was Van het Reves devies. Hij meende dan ook dat gelovigen er verstandiger aan doen hun hersenen te gebruiken in plaats van de handen te vouwen. De overpeinzingen in ‘Ik heb nooit iets gelezen’ zijn kort en bondig, soms hebben ze de lengte van een kort essay. Van het Reves grootste kracht is de heldere stijl. Hij is een droogstoppel die grossiert in broodnuchtere constateringen als: ,,De meeste mensen beseffen absoluut niet dat zij doen wat zij doen en zeggen wat zij zeggen omdat de mensen om hen heen hetzelfde doen en zeggen. Noch beseffen zij hoe bitter weinig er voor nodig is om hen hun mening te doen wijzigen of verzwijgen.”

Karel van het Reve ‘Ik heb nooit iets gelezen en alle andere fragmenten’. Uitg. G.A. van Oorschot, 384 blz.

Mei, 2004

UA-37394075-1