Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Karl Ove Knausgård verovert Nederland – ‘Je blijft lezen, het is verslavend’

De Noorse schrijver Karl Ove Knausgård is in eigen land een superster. ,,Overal waar hij komt, verschijnen drommen mensen. Hij is nog steeds stomverbaasd over wat hem allemaal overkomt.” Intussen sluiten ook steeds meer Nederlandse lezers hem in de armen. Een hype? Of gewoon een heel goede schrijver van een heel goed boek?

 

Wereldwijd trekt Karl Ove Knausgård (1968) de aandacht met zijn romanserie ‘Mijn strijd’. De kritieken zijn vrijwel overal juichend tot euforisch. Ook bij ons. Ook hier vinden zijn boeken gretig aftrek. Ze verkochten al grif, maar het boekenpanel van het tv-programma De wereld draait door, dat ‘Zoon’ (Mijn strijd 3) in maart uitriep tot boek van de maand, gaf het laatste zetje. Alle drie nu vertaalde delen van de zesdelige reeks – ‘Vader’, ‘Liefde’, ‘Zoon’ – staan hoog in de boekentop 60.

 

,,Ik begrijp wel dat ze last hebben van mijn boek, er is maar één familie Knausgård in heel Noorwegen.”

 

‘Mijn strijd’ wekt niet alleen bewondering maar ook afschuw op. Wie zo onverbloemd over zichzelf en zijn naasten schrijft, roept het vanzelf over zich af, lijkt het. In Noorwegen liep een aantal rechtszaken, aangespannen door familieleden en anderen die zich in ‘Mijn strijd’ (‘Min Kamp’), een ook al gewaagde en suggestieve titel, onheus bejegend voelen. Rechtszaken die alle met een sisser afliepen. Knausgård is door zijn genadeloze oprechtheid, ook jegens zichzelf, nu zo’n beetje met de helft van zijn familie gebrouilleerd. ,,Ik begrijp wel dat ze last hebben van het boek, er is maar één familie Knausgård in heel Noorwegen”, zei de schrijver daar zelf over die tot zijn niet geringe verbazing én scepsis door het blad Elle ook nog eens werd uitgeroepen tot de meest sexy man van Noorwegen.

Het heeft de belangstelling voor de schrijver en zijn kolossale boek nog verder aangewakkerd. ,,Hij was van alle ophef zo geschrokken dat hij in ‘Zoon’ voor het eerst een paar namen heeft veranderd, waaronder die van het achterlijke jongetje dat hij beschrijft en die van het meisje met wie hij lang zoende”, vertelt Paula Stevens, die net als Marianne Molenaar Knausgårds Nederlandse vertaalster is.

 

,,Het is héérlijk dat het nu eens níet een misdaadboek uit Scandinavië heeft die veel succes heeft.”

 

Scandinavische misdaadboeken zijn bij ons nu razend populair. Het is een hype. Drijft Knausgård mee op die golf? ,,Het is héérlijk dat het nu eens níet een misdaadboek uit Scandinavië heeft die veel succes heeft”, zegt Paula Stevens. ,,Tien jaar geleden had je misdaadboeken en gewoon goeie schrijvers. Nu is het eigenlijk alleen maar misdaad. Daarom ben ik zo blij dat daar nu een ‘normale’ schrijver tussenzit. Een bewijs dat er uit die landen meer komt dan alleen maar misdaadboeken.”

Het succes in Nederland heeft haar wel enigszins verbaasd, zegt ze. ,,In Noorwegen werd ‘Mijn strijd’ op zeker moment een soort feuilleton. Mensen kenden allerlei figuren uit de boeken. Hij trad op voor televisie en werd al snel een bekende Noor. Ik had gedacht dat het succes in Noorwegen moeilijk te exporteren zou zijn naar Nederland. Ik had niet gedacht dat het ook hier zou werken.”

 

,,Er zitten zoveel neuroses, angsten en problemen in waar iedereen wel iets in herkent.”

 

Waaraan zou dat te danken zijn? ,,Knausgård is in de eerste plaats natuurlijk een heel goede schrijver. Zijn vorige boeken hebben het ook goed gedaan, zijn ook mooi. Daarom had De Geus zijn boeken aangekocht. In Noorwegen werd de kwaliteit van dat schrijverschap van ‘Mijn strijd’ een beetje weggedrukt door de media-aandacht. Ik heb het er met de andere vertaalster van de reeks, Marianne Molenaar, ook over gehad, over hoe het komt dat deze boeken zoveel mensen aangrijpt. Vermoedelijk is het de stijl, de cadans van het proza. Je blijft lezen, het is verslavend. Er zitten zoveel neuroses, angsten en problemen in waar iedereen wel iets in herkent.”

Onverzadigbare leeshonger

De manier waarop ook hier lezers alweer reikhalzend uitzien naar een volgend deel doet denken aan de onverzadigbare leeshonger van de Harry Potterfans en waarop indertijd de romancyclus ‘Het Bureau’ van J.J. Voskuil werd onthaald, ook al zulke reusachtige artistieke ondernemingen. ,,Het doet inderdaad denken aan ‘Het Bureau’ van Voskuil. Toen zaten de mensen ook ongeduldig te wachten op het volgende deel. Dat zag je nu in Noorwegen ook. Het laatste deel van ‘Mijn strijd’ liep veel vertraging op omdat Knausgårds vrouw ziek was geworden en hij door alle commotie van het schrijven werd afgehouden. Toen het laatste deel eindelijk verscheen, was ik juist in Oslo. Hij zat in een boekhandel te signeren. Als je de boekhandel in wilde, moest je buiten op straat achter in de rij aansluiten. Overal waar hij komt, verschijnen drommen mensen. Onvoorstelbaar.”

 

,,Hij vond al schrijvende zijn stem.”

 

Het is haast even klassiek als cliché: een kunstenaar loopt vast in zijn werk, besluit het roer om te gooien en wordt beroemd. En zoals het verhaal rond Knausgård gaat, schreef hij binnen twee jaar in een maniakale creatieve roes ‘Mijn strijd’. Hij begon eraan toen het slotdeel van de trilogie waaraan hij schreef niet wilde vlotten – waaronder de ook bij De Geus vertaalde roman ‘Engelen vallen langzaam’ (2010). ,,Hij had niet alleen een writer’s block, hij zat ook met zijn vrouw en kinderen. Hij kwam niet aan schrijven toe. Zijn vader overleed. Hij wilde daarover schrijven en dat lukte hem niet in een gewone romanvorm. Hij vond al schrijvende zijn stem. Hij ging naar zijn uitgever, liet fragmenten lezen en vertelde dat hij bezig was met een boek van zo’n drieduizend bladzijden. Die vond dat toch al te gortig.” De uitgever, die wel de grote kwaliteit herkende, besloot om het boek in delen uit te geven. ,,En die zijn in heel korte tijd uitgegeven.”

 

Alles moet beschreven, elke stap, elk detail wordt uitvergroot, elk herinnering, elke gedachte uitgelicht.

 

Het resultaat is een even onverbloemd, oprecht en meedogenloos werk, waarin Knausgård niets en niemand spaart, ook zichzelf niet. ‘Mijn strijd’ is, misschien onbedoeld, uitgegroeid tot zijn levenswerk, dat wel vergeleken wordt met ‘Op zoek naar de verloren tijd’ (‘À la recherche du temps perdu’) van Marcel Proust. Beide romancycli vormen een minutieus zelfonderzoek, maar waar Proust bedwelmend schrijft in meanderende zinnen, is Knausgård rauwer, feller.

Voor Knausgård is ‘Mijn strijd’ bovendien een echte strijd: zijn strijd als zoon tegenover een dominante, alcoholische vader, zijn strijd als echtgenoot, zijn strijd als vader, zijn strijd en worsteling met het bestaan en het schrijverschap. Het boek ademt een grote urgentie en bezit een authentieke toon. Alles moet beschreven, elke stap, elk detail wordt uitvergroot, elk herinnering, elke gedachte uitgelicht. Dat kan voor de lezer gemakkelijk vervelend en al te particulier uitpakken. Knausgård verstaat evenwel de kunst om het zo te beschrijven dat het diep persoonlijke universeel wordt. Het is nergens opgelegd ‘literairderig’, de literaire kwaliteit staat niet voorop en toch is het, misschien juist daarom grote literatuur geworden.

 

,,Ik maak geen notities en neem niks op, maar als ik begin te schrijven, dan weet ik weer hoe het was.”

 

Voor Knausgård was het schrijven van zijn boek meer een vorm van herinneren dan van therapie. ,,Ik maak geen notities en neem niks op”, vertelde hij in een interview. ,,Maar als ik begin te schrijven, dan weet ik weer hoe het was.” Voor de meeste schrijvers is er maar wat op los schrijven de dood in de pot. Niet voor Knausgård. Hij schreef naar eigen zeggen snel en veel, zonder plan, zonder plot en zonder te schrappen. ,,Met een blind vertrouwen in intuïtie.”

De schrijver wordt bewierookt, maar lijkt zelf eerder publiciteitsschuw. Hij heeft moeite om met al die (media)aandacht om te gaan. In een interview zei hij over zichzelf: ,,Er gaapt een kloof tussen mijn individuele zelf en mijn sociale zelf. Ik zeg tegen mensen niet wat ik denk, ik houd mij in. Ik ben altijd bang om afgewezen te worden.”

 

,,Je wilt een boek niet alleen naar de letter maar ook naar de geest vertalen.”

 

Paula Stevens had de schrijver vóór ‘Mijn strijd’ al enkele keren ontmoet. ,,Ik kende hem van vroeger. Ik werkte destijds als redacteur bij De Geus. Toen we zijn boeken hadden aangekocht, hebben we hem enkele keren uitgenodigd, onder meer voor een symposium. Daar was hij ook met vrouw en kinderen. Het doet wel vreemd aan om later dan uitgebreid over hen te lezen. Het is overigens altijd plezierig om met de schrijver zelf te spreken omdat als je het goed wilt doen een vertaling nauw luistert en je niet alleen naar de letter maar ook naar de geest van het boek wilt overzetten.”

Ze leerde Knausgård kennen als een ,,heel aardige en bescheiden man. Hij begint nu wat te wennen aan alle aandacht. In het begin was hij een heel stille man. Moesten de interviewers de woorden haast uit hem trekken. Het gaat hem nu veel gemakkelijker af, maar hij is nog steeds enorm bescheiden en stomverbaasd over alle aandacht die hij krijgt.”

Paula Stevens vertaalde ‘Zoon’, het onlangs verschenen derde deel. Marianne Molenaar nam de andere delen voor haar rekening. Het was een immense klus, vertelt ze. Knausgård schrijft niet alleen onverbloemd en ritmisch proza, maar ook weerbarstige, soms lange, kabbelende zinnen en lastige constructies die een vertaler tot wanhoop kunnen drijven. De vertaling van ‘Zoon’ was dan ook een beetje ‘mijn eigen strijd’, zegt ze.

 

,,Als je als vertaler alle boeken van de cyclus achter elkaar zou vertalen, ben je zes jaar van je leven met dezelfde schrijver bezig.”

 

,,Het is heel intensief werk. Geen enkel goed boek is gemakkelijk te vertalen, maar het ene is moeilijker dan het andere. Dat ik juist dit deel ben gaan vertalen komt doordat ‘Zoon’ zo’n heel andere toon heeft dan de eerste twee delen die erg op elkaar lijken. Daarom was het mogelijk om er een andere vertaler op te zetten. Als je alle boeken van de cyclus achter elkaar zou vertalen, ben je zes jaar van je leven met dezelfde schrijver bezig en ik geloof niet dat dat bevorderlijk is voor wie dan ook.”

Doordat de Noorse taal zoveel woorden kent voor bijvoorbeeld bergen, waarvoor het Nederlands geen goed equivalent heeft, besloot ze naar Tromøya af te reizen, waar de roman zich afspeelt, om het landschap met eigen ogen waar te nemen en zintuiglijk te proeven. Ze nam in Noorwegen de bus en reed Knausgårdland binnen. Het was, vertelt ze, een heel aparte gewaarwording om het landschap te betreden dat ze eerder alleen in het boek had bewandeld. ,,Bij zo’n minutieuze beschrijving van het landschap, moet je, vond ik, gewoon weten hoe het er in het echt uitziet. Ik heb er met Karl Ove over gemaild en heb de plekken uit zijn jeugd opgezocht. ‘Bel maar aan bij de buren’, zei hij, die wonen er nog. Maar dat durfde ik toch niet.”

 

,,Hij moet ook een gigageheugen hebben, want hij zei dat hij nooit meer terug is geweest naar het landschap van zijn jeugd.”

 

Ter plekke, met het boek in de hand, was ze verbluft over het feilloze observatievermogen van de schrijver. Alles in het boek klopt tot in detail. ,,Als hij in het boek naar de supermarkt loopt, lijkt dat een tocht van ongeveer een uur. In werkelijkheid is het nog geen vijf minuten lopen. Ergens beschrijft hij het landschap tijdens een wedstrijdje ver piesen tussen jongens. Hij beschrijft de bergen, maar die mogen het woord berg nauwelijks dragen. Doordat elke stap beschreven wordt en doordat het beschreven wordt vanuit het perspectief van een jongen, lijkt het landschap veel weidser en groter dan het in werkelijkheid is. Hij moet ook een gigageheugen hebben, want hij zei dat hij nooit meer terug is geweest naar het landschap van zijn jeugd. Misschien heeft hij wel altijd aantekeningen gemaakt.”

 

Ik hoef alleen maar in gedachten de deur open te doen en naar buiten te stappen en de beelden stromen me al tegemoet’.

 

Paula Stevens vertaalde in de afgelopen dertig jaar onder anderen ook bij ons bekende schrijvers als Nobelprijswinnaar Knut Hamsun, Herbjørg Wassmo, Lars Saabye Christensen, Per Petterson, Roy Jacobsen en Knut Faldbakken. Voor haar werk ontving ze de Amy van Markenprijs 2010. In Noorwegen werd ze in 2006 benoemd tot commandeur in de Koninklijke Orde van Verdienste. ,,Elke schrijver heeft zijn eigen stijl, zijn eigen stem en levert voor een vertaler zijn eigen specifieke problemen op. Knausgård is extra lastig om te vertalen omdat in zijn boeken alles tot op de millimeter nauwgezet wordt beschreven, omdat hij het landschap van zijn jeugd minutieus beschrijft. Zoals hij zelf al schrijft: ‘Ik hoef alleen maar in gedachten de deur open te doen en naar buiten te stappen en de beelden stromen me al tegemoet’.

Scandinavisch Goud

Hoe kwam het Noors op haar weg? ,,Ik wilde graag een taal studeren, ik wilde vertaler worden. En omdat de Germaanse talen me het best lagen, koos ik voor Noors. Later bleek dat ik ooit, toen ik de zolder opruimde en een doos met boeken vond, een Scandinavische kinderserie had gelezen die me aansprak, Scandinavisch Goud, dat was ik helemaal vergeten. Wie weet heeft dat ook invloed gehad.”

Ze onderhoudt geregeld contact met buitenlandse collega-vertalers. ,,Je komt vaak dezelfde vertalers tegen omdat die bezig zijn met hetzelfde boek. Je komt elkaar tegen op symposia en dan blijkt dat we allemaal tegen dezelfde vertaalproblemen oplopen.”

Blikvangers

De romans van Karl Ove Knausgård liggen intussen in de boekhandel hoogopgetast op de tafels met bestsellers. Het zijn blikvangers, niet alleen omdat ze dik en omvangrijk zijn, ook vanwege het onontkoombare portret van de schrijver op het omslag. Vorige week waren er meer dan 50.000 exemplaren verkocht van de ‘Mijn strijd’-boeken die door De Geus in hoog tempo worden uitgebracht: deel 4, ‘Nacht’, verschijnt in september. Deel 5, ‘Vrouw’, en deel 6, ‘Schrijver’, staan voor volgend jaar op de rol. Het succes van ‘Mijn strijd’ is tevens het succes voor De Geus. ,,Ja, dat is iets waar elke uitgeverij op hoopt en goed kan gebruiken in deze tijd.” Helemaal verrast is De Geus niet. ,,Knausgård werd met zijn eerste boeken al beschouwd als een grote belofte, dus verwonderlijk is het niet, maar dan nog is dit heel prettig.”

 

,,Hij barstte in huilen uit bij de herinnering aan de uitwerking die zijn boek heeft gehad op zijn vrouw, op zijn vrienden en op zijn omgeving.”

 

Inmiddels is Knausgård schrijver in ruste. Na de laatste zin van ‘Mijn strijd’ heeft hij het schrijverschap eraan gegeven. Of dat definitief is, valt te bezien, gelet op ‘het heilige moeten’, op de grote urgentie die ‘Mijn strijd’ ademt. ,,Hij heeft gezegd dat hij nooit meer een boek gaat schrijven”, bevestigt Paula Stevens. ,,In zijn laatste boek schrijft hij: ‘Ik ben zo blij voor mijn vrouw dat het afgelopen is. Nu gaan we naar Malmö. We gaan in de auto zitten en rijden naar ons huis en de hele weg naar óns huis ga ik genieten, werkelijk genieten van de gedachte dat ik nu geen schrijver meer ben.’

Paula Stevens voegt eraan toe: ,,Hij heeft sindsdien ook niet meer geschreven. Hij is een eigen uitgeverij begonnen. Hij vertaalt, hij heeft wel een filmscript op basis van andermans boek geschreven. Het heeft, denk ik, te maken met de impact die de boeken op zijn leven hebben. Het is nogal wat. Hij is in zijn boeken natuurlijk ook vrij genadeloos. Zijn vrouw was opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Er was op de Zweedse tv een documentaire over hem te zien die ik zelf nogal pijnlijk vond om naar te kijken. Hij barstte daarin in huilen uit bij de herinnering aan de uitwerking die zijn boek heeft gehad op zijn vrouw, op zijn vrienden en op zijn omgeving. Dat had hij nooit voorzien. Het is zo’n heftige ervaring geweest. Dat is als een mokerslag aangekomen.”

 

Karl Ove Knausgård: ‘Mijn strijd’-boeken (‘Vader’, ‘Liefde’, ‘Zoon’), uitgeverij De Geus, Breda.

 

April, 2013

Een verkorte versie verscheen eerder in de kranten die zijn aangesloten bij De Persdienst (Wegener).

UA-37394075-1