Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

‘Karoo’ van Steve Tesich: neergang van een roofdier met overgewicht

In de VS bleef ‘Karoo’ van Steve Tesich eind twintigste eeuw vrijwel onopgemerkt. In Duitsland en Frankrijk maakte deze zwarte komedie over de ondergang van een geestige en drankzuchtige Hollywoodscriptdokter met overgewicht een zegetocht. Volgt Nederland?

 

De schrijver van dit postuum gepubliceerde boek heeft van het succes zelf niet meer mogen proeven. De oud-Serviër Steve Tesich overleed in 1996, op zijn 53e, kort nadat hij het manuscript van zijn enige roman had voltooid. In Nederland kocht uitgeverij Prometheus de vertaalrechten en hoopt met ‘Karoo’ eenzelfde troef in handen te hebben als uitgeverij Lebowski met ‘Stoner’ (1965) van John Williams.

 

De laatste, een ‘trage’ maar magnifieke klassieke roman over de binnenwereld van een ogenschijnlijk saaie literatuurprofessor, triomfeert al wekenlang hoog in de boekentoptien. Er zijn al meer dan 100.000 exemplaren van verkocht. Of ‘Karoo’ dat succes zal kunnen evenaren valt te bezien, maar aan de literaire kwaliteit zal het niet liggen.

 

Al op de eerste bladzijden is de toon gezet. De rijke, kettingrokende en dikbuikige drinkebroer Saul Karoo stelt vast dat hij ondanks zijn grote dorst – hij drinkt van alles door elkaar – niet meer dronken kan worden. Zijn directe omgeving ziet dat anders, maar hij vermoedt in die vermeende immuniteit een voorteken van algeheel verval. De ene rampspoed volgt op de andere. Karoo slaat zich er met de moed der wanhoop doorheen. Spiritualiën houden hem op de been. Ook als rokkenjager heeft zijn beste tijd gehad, ‘net een roofdier op leeftijd’. Of in Karoos woorden:

 

Een succesvolle jacht was tegenwoordig geen viering van mijn mannelijkheid, eerder stuitte ik toevallig op een kreupele of ziekelijke prooi die de rest van de gezonde kudde graag uit hun gelederen verwijderd zag.’

 

Ondanks zijn fysieke kwalen luidt, o ironie van het lot, zijn bijnaam Doc. Omdat hij Hollywoodscripts, gebrekkige en goede, oplapt en verminkt tot bruikbare filmscenario’s – in filmjargon een fixer of herschrijver genoemd:

 

Ik ben een pure broodschrijver met een handigheidje dat ze als een talent zijn gaan zien.’

 

De filmscriptdokter vol (zelf)spot komt tot het inzicht dat zijn leven ‘vrijwel uitsluitend uit die moddervette, niet noodzakelijke scènes bestaat die ik zo bekwaam uit de films en scenario’s van andere mensen heb weggewerkt.’ Uit zijn eigen pen heeft nooit iets oorspronkelijks gevloeid. Geen greintje talent, geeft hij zelf toe.

 

Het was geen verschrikkelijk besef. Het had eerder de aard van een bevestiging van wat ik altijd al had vermoed,’ aldus Karoo in de doorgaans soepele vertaling van Mario Molegraaf.

 

Hoe meedogenloos eerlijk de misantroop Saul Karoo voor zichzelf is, voor de buitenwereld verschuilt hij zich achter het masker van de leugen, niet om de harde waarheid niet onder ogen te hoeven zien, maar om fouten uit het verleden te maskeren:

 

Liegen was ik wel gewoon. Ongewoon was het gemak waarmee ik tegenwoordig loog.’

 

Hij kan echter niet loskomen van dat verleden. Ook niet van zijn (ex-)vrouw Dianah die hem even nuchter als ontnuchterend feilloos op zijn zwakke plekken wijst: ‘Mijn huwelijksleven was voorbij, maar mijn huwelijk ging door’. De haat-liefdeverhouding van de echtelieden doet tijdens hun publieke en overweldigende ‘scheidingsdiners’ bij vlagen denken aan het vechthuwelijk van Martha en George in Albees toneelklassieker ‘Who’s afraid of Virginia Woolf’. Karoo heeft bovendien een getroebleerde relatie met zijn adoptiefzoon, de reusachtige Billy, die hij veel ellende heeft berokkend en pijn blijft doen. Intussen blijft hij zich voor de buitenwacht voordoen als een familieman, als een voorbeeldige vader.

 

Een welkome ommekeer in Karoo’s voortslepende en eentonige bestaan volgt als hij bij het oplappen (of verwoesten) van de laatste film van een stervende filmgrootheid wordt geconfronteerd met een verbleekt feit uit zijn verleden. Hij ontmoet de weerloze serveerster Leila, die op haar veertiende haar baby moest afstaan. Ze droomt van een filmcarrière maar haar leven bestaat uit louter ‘weggesneden scènes’ en is een aaneenschakeling van bittere treurigheid. Haar verschijning wekt Karoo uit zijn lethargie, leidt tot nieuwe inzichten, een soort wedergeboorte en loutering. En bespoedigt tegelijk zijn en haar ondergang.

 

Saul ‘Doc’ Karoo is een ideaal romanpersonage dat doet denken aan literaire (anti)helden uit de boeken van de Franse schrijver Louis Ferdinand Céline en de Amerikaan Philip Roth. Maar hoe zwartgallig en misantropisch Karoo de lezer ook meevoert in zijn tragikomische hellevaart van het moderne leven, de toon blijft licht. Deprimerend wordt het nergens. Dat komt doordat Tesich zijn even sarcastische als weifelmoedige hoofdpersoon een volstrekt eigen stem geeft.

 

Hij houdt er de vaart in, in een stijl die eerder kortademig is in de trant van Céline dan swingend als bij Roth. Het boek is meeslepend, soms aangrijpend en vaak ongeremd geestig. Soms tegen slapstick aan, zoals in de scène waarin Karoo’s accountant hem de noodzaak van een ziektekostenverzekering schreeuwend en tierend probeert uit te leggen. Uiteraard vergeefs in dit geval, want hadden Alexander de Grote, Christus en Shakespeare soms een ziektekostenverzekering?

 

Zijn er dan geen minpuntjes? Ja, toch. Het laatste van vijf delen is een stijlbreuk waarin Tesich bij de beschrijving van Karoo’s noodlot van de eerste naar de derde persoon overschakelt. Het haalt de angel uit een tot dan toe meesterlijk boek. Bovendien had Tesich hier wel wat scènes mogen wegsnijden.

 

Blijft de overrompelende vertelkracht van de roman die ook nieuwsgierig maakt naar de schrijver zelf. En er zijn overlappingen aan te wijzen tussen Tesich en zijn hoofdpersoon. Stojan Tesic, zoals Steve Tesich oorspronkelijk heette, kwam als tiener van Servië naar Chicago, zonder een woord Engels te spreken, om als ambitieuze romanticus zijn Amerikaanse Droom waar te maken.

 

De Oost-Europese immigrant leek aanvankelijk te slagen. Hij publiceerde over zijn hobby wielrennen en schreef betrekkelijk succesvolle toneelstukken en scripts, waaronder dat voor de verfilming van John Irvings boek ‘The world according to Garp’. Tesich raakte echter gaandeweg gedesillusioneerd, onder meer door de houding van de Verenigde Staten bij de burgeroorlog in Joegoslavië. En in ‘Karoo’ is die ontgoocheling en woede tussen de regels door te lezen. Het boek houdt in die zin de Amerikaanse samenleving van de jaren negentig een (lach)spiegel voor.

 

In de VS is het boek door vooraanstaande critici bejubeld als een moderne klassieker, maar bleef verder nagenoeg onopgemerkt. In tegenstelling tot Frankrijk en Duitsland waar ‘Karoo’ een zegetocht maakte. En terecht. En hoewel het boek in niets lijkt op ‘Stoner’, verdient deze zwarte komedie veel lezers. Neem nu de volgende scène die het karakter van de hoofdpersoon schetst en tegelijk een indruk geeft van de roman in zijn geheel:

 

Ik kan niet dichter bij het gevoel komen te worden bemind dan wanneer een vrouw tegen me liegt, zoals Dianah doet. Wanneer een van de vrouwen in een van mijn vele kortstondige affaires een orgasme fakete, was ik altijd diep ontroerd door zo’n onbaatzuchtige, genereuze daad, echt ontroerd door de gedachte dat ze werkelijk genoeg om mijn gevoelens maalde om de moeite te doen te faken. Hun echte orgasmen af en toe ontroerden me stukken minder. Dianahs beschrijving van ons huwelijk is niet zomaar een fakeorgasme, maar een fakeorgasme in het openbaar en als zodanig des te meer te waarderen. Mezelf te horen beschrijven als een wild dier met scherpe klauwen en ontblote tanden, en het idee dat de mensen aan de tafeltjes om me heen de beschrijving kunnen horen, helpt me om me weer een potige vent van 1,83 te voelen met een mannelijke baard, in plaats van iemand wiens ruggengraat aan het inkorten is en wiens omvang aan het uitbreiden is, terwijl hij daar aan zijn lamskotelet zit te knagen.’

 

Karoo’ is een superieur boek waaruit je kunt blijven citeren. Maar Steve Tesich, de geestelijk vader van Saul Karoo, bewijs je postuum geen grotere eer dan door zijn roman zelf te gaan lezen.

 

Steve Tesich: ‘Karoo’, vertaald door Mario Molegraaf, uitgeverij Prometheus, 465 blz. € 19,95.

 

Juli, 2013

 

Een bekorte versie verscheen in de kranten die zijn aangesloten bij De Persdienst.

 

UA-37394075-1