Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Kees Fens 1929-2008 Literair criticus met christelijke passie

De publicist, hoogleraar en P.C. Hooftprijswinnaar Kees Fens was jarenlang een van de toonaangevende literatuurcritici van Nederland.

 

Boeken en literatuur waren Fens’ grote passie. Ondanks een zwakke gezondheid en slechter wordende ogen las hij de laatste jaren twee boeken per week (vroeger vier), met de bedoeling erover te schrijven. ,,Door dat schrijven is mijn manier van lezen gevormd.’’

Fens werd vooral bekend als bespreker van moderne Nederlandse literatuur, met een onvoorwaardelijke passie voor poëzie. Hij schreef daar vol toewijding en warmte over. Maar wat poëzie precies was? Na duizenden bladzijden poëzie wist de professor het nog niet. Ja, hij kon wel aantonen waarom het ene gedicht goed is en het andere aantoonbaar slecht, maar sluitende regels had ook hij niet.

In het tv-programma Barend & Van Dorp vroeg Jan Mulder de literatuurprofessor eens of hij zelf ooit gedichten had geschreven. ,,Nee’’, zei hij. ,,Nooit geprobeerd ook. Ik heb daar geen talent voor.’’ Mulder: ,,Maar u schrijft toch heel poëtisch?’’ Fens antwoordde: ,,Dat kan zo zijn, maar poëtisch is nog geen poëzie.’’

Cornelis Walterus Antonius Fens (Amsterdam, 18 oktober 1929) groeide op in Amsterdam-West, in de Chasséstraat, waar de katholieke kerk ooit heerste over de straat en het leven. Fens’ voorliefde voor de christelijke kunst en cultuur ontstond in zijn parochiekerk, waar hij als jongetje werd overweldigd door de liturgie en kerkmuziek. ,,Iemand heeft ooit gezegd: het katholicisme is het mooiste kunstwerk dat er door de mensen is gemaakt. De liturgie, de schoonheid van het Latijn, de kerken, de beelden, de geschriften van de kerkvaders: het is een overrompelende bouwwerk. Ik heb dat ook nooit kunnen scheiden: het esthetische en het gelovige.’’

Mooie herinneringen had hij ook aan de tijd dat hij vroeger op straat voetbalde met Rinus Michels. ,,Een compliment over een krantenstuk zegt me minder dan de opmerking van Michels dat hij me zich nog herinnerde van onze voetbaltijd. Je wilt altijd liever geprezen worden in waar je niet zo goed bent, of waarin je hoopte ooit goed te kunnen zijn dan waarin je wel goed bent. Dat vind je heel gewoon.’’

Na zijn studie werd hij leraar Nederlands, eerst op het Triniteitslyceum in Haarlem, daarna aan de Frederik Muller Akademie in Amsterdam. Hij was zo’n ‘ouderwets’ goede, innemende leraar aan wie leerlingen warme herinneringen bewaarden. Hij begon in 1955 als literair criticus bij tijdschrift De Linie. Hij stapte over naar De Tijd en begon in 1968 voor de Volkskrant te schrijven, vooral over nieuwe boeken.

In die tussentijd vormde hij van 1962 tot ‘66) met H.U.Jessurun d’Oliveira en J.J. Oversteegen de redactie van Merlyn, het tijdschrift dat in Nederland de methode van close-reading introduceerde. Hij stopte met recenseren uit onvrede, omdat er naar zijn idee geen tijd en ruimte in de kolommen was voor een afgewogen oordeel. Daarna schreef hij 21 jaar lang iedere maandag in de Volkskrant een essay over cultuurhistorische onderwerpen uit het oude Europa, christelijke denkers als Augustinus en Johannes van het Kruis, dichters als Petrarca en Lucebert of over de troosteloze schoonheid van het menselijk bestaan. Voor die stukken werd hij in 2004 geëerd met een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam. Hij schreef daarnaast ook columns, over sport (gebundeld in 1980 in ‘Waarom ik niet tennis (en ook niet hockey)’, en over allerlei onder het pseudoniem A.L.Boom.

Hij werd als eerste niet-academicus in 1982 benoemd tot hoogleraar in de moderne letterkunde aan het instituut Nederlands van de Katholieke Universiteit Nijmegen. In 1990 ontving hij de P.C. Hooftprijs, in 1999 de Laurens Janszoon Costerprijs, beide voor zijn gehele oeuvre.

Fens had lezers die blind op zijn oordeel afgingen, maar ook ‘vijanden’, onder wie schrijvers als A.F.Th. van der Heijden en Willem Frederik Hermans. Met het werk van Van der Heijden had Fens weinig op. Hermans waste de professor eens de oren omdat hij het waagde diens ene roman iets beter te vinden dan de andere. Het neemt niet weg dat in de naoorlogse jaren de beste stukken over Hermans van Fens’ hand waren.

Wanneer Fens in zijn nadagen door zijn oude buurt liep, voelde hij zich een complete vreemdeling. ,,Op de naambordjes staan hoofdzakelijk buitenlandse namen’’, zei hij. Zijn oude kerk was leeg en gesloten. Erg optimistisch was hij niet over het rooms-katholicisme in Nederland. ,,Velen die zeggen nog te geloven, kiezen uit het geloofsaanbod wat men kan gebruiken of wat met het gevoel overeenkomt. De meesten laat alles onverschillig. Ik meen dat wat men tolerantie noemt in feite onverschilligheid is.’’

 

Juni, 2008

 

UA-37394075-1