Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Kees van Beijnum: ‘Wat je niet krijgt ga je zoeken’

In ‘Paradiso’ van Kees van Beijnum (1954) wil een man van zijn vrouw af. Maar zij is zoek, waardoor zijn leven een geheel andere wending krijgt. Niets in het huwelijk is wat het lijkt. Gesprek met de schrijver, die op de Amsterdamse Zeedijk opgroeide tussen het vluchtige genot en van een stadsmens een plattelander werd, zoals de hoofdpersoon van zijn nieuwe roman. ,,Wat je niet krijgt ga je zoeken.’’

 

Van Beijnums achtste boek ‘Paradiso’ is het portret van een huwelijk en tegelijk een roman over geluk of de zoektocht ernaar. Zijn hoofdpersoon weet beroepshalve alles van geluk maar de praktijk blijkt weerbarstiger te zijn. ,,Ieder mens zoekt op zijn eigen manier naar zijn eigen geluk,’’ zegt de schrijver wiens tongval onmiddellijk zijn Mokumse afkomst verraadt. ,,Maar we hebben anderen nodig om het leven in te vullen, om er iets van te maken. Ieder mens probeert de regie over zijn eigen leven te voeren. Het lot wordt echter gestuurd door allerlei gebeurtenissen die je zelf niet kunt overzien noch beheersen.’’

,,Misschien was ik ook wel voorbestemd om een cafébaas te worden, zo’n man met een leren vestje zonder mouwen en een geinige terreinwagen, met misschien een coffeeshop op de Oudezijds Achterburgwal.”

 

Kees van Beijnum maakte naam met zijn roman ‘De oesters van Nam Kee’ (2000), die in de verfilming met Katja Schuurman en Egbert Jan Weber een groot publiekssucces werd. Maar vooral zijn semi-autobiografische, licht weemoedige ‘Dichter op de Zeedijk’ (1995) werd door lezers en critici warm onthaald. Hierin keert de schrijver terug naar zijn jeugd die hij als telg van een horecageslacht grotendeels doorbracht in cafés en hotels in de buurt van de Zeedijk. ,,Ja, ik ben opgegroeid temidden van de handel van het vluchtige genot en de hysterie van de cafés. Misschien was ik ook wel voorbestemd om een cafébaas te worden, zo’n man met een leren vestje zonder mouwen en een geinige terreinwagen, met misschien een coffeeshop op de Oudezijds Achterburgwal. Maar op de een of andere manier had ik al gauw het gevoel dat er een heel andere wereld moest zijn. In het verlengde daarvan lag denk ik de wens om op een dag uit Amsterdam weg te gaan.’’

Verslagenheid

Dat gebeurde in 2000. Hij verruilde het kloppende hart van Amsterdam voor de betrekkelijke rust van Bloemendaal in de periferie van de Randstad. Dat kwam in zijn oude buurt hard aan. ,,Toen wij gingen verhuizen reageerden de buren in een mengeling van verslagenheid en verbijstering. Hè, gaan jullie weg uit Amsterdam? Jullie? Maar waarom?’’

 

,,Dat hebben Amsterdammers wel een beetje. De Stad. Alsof al het andere niet bestaat.’’

 

,,Waar ik vroeger woonde, op de Wallen, spraken de mensen ook niet over de buurt, maar over De Buurt, zoals acteurs spreken over Het Vak. Dat hebben Amsterdammers wel een beetje. De Stad. Alsof al het andere niet bestaat.’’

Hoe groot de overgang ook was, Van Beijnum heeft er nog geen moment spijt van gehad, zegt hij in de Haarlemse stationsrestauratie, waar het gesprek plaatsvindt aangezien zijn huis verbouwd wordt. ,,Ik woon hier op een kwartier fietsen. Ik houd niet zo van autorijden, dat doe ik alleen als het echt niet anders kan. Ik zit liever op de fiets of ga te voet, wat ik vroeger in Amsterdam ook deed als ik niet al te veel haast had.’’

Toeval of niet, het doet denken aan de hoofdpersoon van ‘Paradiso’. Mart Hitz verkast immers ook van Amsterdam naar het platteland. Ook hij houdt van de stad en raakt verknocht aan het Hollandse landschap. In het boek zegt hij ergens dat er niet iets afgaat maar juist iets bijkomt. ,,Zo ervaar ik dat zelf ook wel’’, zegt Van Beijnum. ,,Ik ben blijkbaar toch niet zo afhankelijk van de stad als ik vroeger dacht. Voor mijn werkzame bestaan als schrijver heb ik een pc en een plek nodig, meer niet. Het maakt niet uit waar die plek is. Als er maar voldoende stille, grijze, monotone dagen zijn, dat je geïsoleerd van de buitenwereld kunt werken en onbereikbaar bent voor internet, mobiel en huistelefoon. Daarnaast heb ik een gezin en voor kinderen – de een is zes, de ander elf – is het plezieriger om te wonen in een landelijkere omgeving dan te moeten opgroeien in het hartje van de stad.’’

Veendijk

In ‘Paradiso’ doet Mart Hitz, van huis uit psycholoog, onderzoek naar ‘geluk’. Hij heeft een jonge vriendin en besluit na veel wikken en wegen met zijn vrouw te breken. Als hij haar dit op een snikhete zomerdag wil vertellen, is zijn huis onbereikbaar. De veendijk langs de ringvaart heeft het vanwege de droogte begeven, waardoor het dorp deels onderstroomt, een verwijzing naar Wilnis waar iets dergelijks in 2003 gebeurde. Zijn vrouw is vermist. Het lijkt er aanvankelijk op dat zij hem op de proef wil stellen. Maar in ‘Paradiso’ is niets wat het lijkt. Zijn vrouw heeft een zonderlinge jongeman ontmoet die verbluffend lijkt op haar jonggestorven jeugdliefde.

,,Terwijl hij op zoek is naar een nieuwe liefde, een nieuw geluk, grijpt zij terug op een oude liefde en op het oude geluk dat ze ergens verloren heeft. Daarvoor heeft ze als het ware een stand-in gevonden, die dankzij de voorzienigheid aan hun deur heeft gestaan. Beiden weten dat niet van elkaar, zodat ze afzonderlijk, bijna in een parallel universum, op zoek zijn naar geluk, wat ze geacht worden bij elkaar te kunnen vinden.’’

Is de hoofdpersoon in de eerste helft van het boek vooral bezig te bedenken hoe hij zonder veel kleerscheuren van zijn vrouw af kan komen, in de tweede worstelt hij met de vraag of en hoe hij zijn huwelijk kan redden. ,,Hij wordt gedwongen om weer in het leven van zijn vrouw en dat van zichzelf te treden, om zijn huwelijk en zijn relatie tot zijn dochter te heroverwegen. Wat gebeurt er dan met je? Dat was wat mij tijdens het schrijven bezighield.’’

Huwelijk

Paradiso’ is zodoende ook het portret van een huwelijk, waarin de echtelieden volkomen langs elkaar heen leven. ,,Hij heeft altijd wel gevoeld maar nooit kunnen plaatsen dat er iets of iemand tussen hem en zijn vrouw stond. Mogelijk heeft hem dat op den duur, onbewust, zo gefrustreerd dat hij ergens anders is gaan kijken. Je zoekt vaak wat je niet krijgt. Wat je niet krijgt ga je zoeken. Dat geldt ook voor zijn vrouw.’’

 

,,Dat is wat ook aan ‘geluk’ kleeft. Je kunt het begrip van alle kanten bekijken en tegen het licht houden, maar je kunt het niet benoemen.’’

 

 

,,De jonge vriend van zijn vrouw zegt op zeker moment tegen hem:

Iedereen die het wil hebben, maar niemand die precies kan omschrijven wat het is. En daar doet u onderzoek naar.’ Hij zegt het bijna sarcastisch. Dat is wat ‘geluk’ ook aankleeft. Je kunt het begrip van alle kanten bekijken en tegen het licht houden, maar je kunt het niet benoemen.’’

Van Beijnum beschrijft het Hollandse landschap om de sfeer daarvan samen te laten vallen met de gemoedstoestand van de hoofdpersoon. ,,Ik heb geprobeerd iets van het Hollandse landschap door te laten klinken. Dat zijn belangrijke details omdat mijn hoofdpersoon er nog maar kort woont en daardoor oog heeft voor het landschap. Hij is er als stadskind echt van gaan houden.’’

 

,,Hoe is het om elders wakker te worden, niet in het lawaai van trams die in de rails gieren, maar alsof je in een soort stilte treedt.’’

 

Geldt dat ook voor hem zelf? ,,Ja, ik ben de landschappelijke kant van ons land ontzettend gaan waarderen. De verscheidenheid spreekt mij aan. Net als die in de literatuur. De diversiteit maakt het interessant. Zo is het ook in het leven. Dat wordt pas interessant door de diversiteit. Hoe is het om elders wakker te worden, niet in het lawaai van trams die in de rails gieren, maar alsof je in een soort stilte treedt.’’

Die variëteit geldt ook voor zijn werk. ,,Toen ‘Dichter op de Zeedijk’ verscheen, ging mijn uitgever er stilletjes vanuit dat mijn volgende boek dezelfde weemoedige, bijna nostalgische toets zou hebben. Maar ik kwam met een totaal ander boek, ‘De ordening’. Dat gaat bij mij vanzelf. Ik wil als schrijver in verschillende registers spelen. Dat is voor je carrièreplanning misschien niet zo slim, maar ik zou het saai vinden om steeds hetzelfde soort boeken te moeten schrijven.’’

 

Kees van Beijnum: ‘Paradiso’, uitgeverij de Bezige Bij, 240 blz.

 

Paradiso’ van Kees van Beijnum werd in januari 2008 gepresenteerd in de gelijknamige Amsterdamse poptempel. Dat is niet toevallig. De titel verwijst er rechtstreeks naar. In Paradiso hebben de hoofdpersoon en zijn vriendin elkaar immers ontmoet. ,,Hij heeft op zijn pc op z’n werk een geheim plekje gemaakt’’, licht Van Beijnum toe. ,,Dat is het bestand ‘Paradiso’ geworden, waarin hij een foto van zijn vriendin bewaart, evenals de e-mails die ze over en weer hebben gestuurd. Dat geheim kan hij met één klik deleten, alsof het nooit bestaan heeft. Daarnaast verwijst de titel naar de zoektocht naar geluk die tegelijk een zoektocht naar het paradijselijke is.’’

Van Beijnums eerste boek ‘Over het IJ. De reconstructie van een moord’ (1991), die een Nederlands pendant van Truman Capote’s befaamde ‘In cold blood’ werd genoemd, was gebaseerd op feiten. ‘Paradiso’ echter is pure fictie. ,,Voor deze roman hoefde ik weinig onderzoek te doen. Er zijn zoveel leuke en krankzinnige onderzoeken naar het welbevinden van de mens, naar het geluksgevoel. Ik had de neiging om daar veel van te gebruiken, maar heb steeds meer geschrapt omdat het allemaal niet bijdroeg aan het verhaal.’’

 

Januari, 2008

UA-37394075-1