Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Kesting, De Leeuw en De Vries in ‘Art’: ‘Ruzie hoort bij vriendschap’

Ze zijn al jaren met elkaar bevriend: Hans Kesting, Paul de Leeuw en Edwin de Vries. In het beroemde toneelstuk ‘Art’ van de Franse schrijfster Yasmina Reza spélen ze nu drie vrienden, wier vriendschap door een schilderij ernstig op de proef wordt gesteld.

 

In 2001 jaar speelden ze het stuk met zoveel succes in Rotterdam, dat werd besloten om aan het begin van het theaterseizoen 2002 een korte tournee van deze theaterhit in te lassen. Anderhalf jaar geleden speelden de drie de voorstelling drie maanden elke avond voor een uitverkocht huis in het oude Luxor-theater in Rotterdam, waar Paul de Leeuw toen ‘cultureel ambassadeur’ was:

 

,,Het was niet zo dat die voorstelling zoveel publiek trok vanwege de namen’, zegt De Leeuw op een bloedhete augustusdag in de tuin van het Hilton Hotel te Amsterdam. ,,Het wás gewoon een goeie voorstelling, het was meer mond-tot-mondreclame, niet van: heb je die voorstelling met Paul de Leeuw al gezien, nee: heb je die voorstelling met dat witte schilderij al gezien?!’’

 

COLLEGA’S, VRIENDEN

 

Zomers gekleed, in short en hemdsmouwen vertellen de drie acteurs over hoe een ‘aardigheidje’ uitmondde in een theaterevenement. Kesting en De Leeuw soms speels en een beetje baldadig, zoals ze dat samen enige tijd in hun gezamenlijke tv-show konden doen. Edwin de Vries slaat zijn twee collega’s en vrienden nu en dan vaderlijk welwillend gade.

 

Reza’s toneelstuk, dat al jaren onafgebroken is te zien in Londen, speelt in de grote stad en het moderne leven. Serge, een gescheiden dermatoloog heeft een peperduur schilderij gekocht. Zijn vriend Marc, een vliegtuigbouwkundige, is verbijsterd: het schilderij is namelijk volkomen wit. Hij bespreekt het geval met hun beider vriend Yvan, een lichtelijk gekwelde jongeman. Er ontspint een discussie over wat mooi is.

Dat lege wit op een doek, dat als een soort spiegel werkt, zorgt ervoor dat de vriendschap onder druk komt te staan. Dit witte schilderij met witte strepen dwingt hen voor hun gevoelens uit te komen. De Leeuw, die brave Ivan speelt, die het leuk en gezellig probeert te houden: ,,Drie vrienden die elkaar redelijk goed kennen. Dat schilderij zet hun vriendschap, de kwaliteit daarvan, op scherp. Hij twijfelt eraan, want kun je wel bevriend zijn met iemand die zoiets koopt en mooi vindt?’’

 

KUNST ALS OPSTAPJE

 

Zo vormt de kunst een mooi opstapje naar het werkelijke thema van deze geraffineerde zedenschets waarin de diepe ernst tragikomisch werkt: vriendschap. Bestaat ware vriendschap? Is vriendschap een illusie? Nee, zegt Kesting.

 

,,Vriendschap bestáát. Absoluut.’’ De andere twee knikken instemmend. Kesting, die de verbijsterde Mark speelt: ,,Ik heb een paar een heel dierbare vrienden. Het is maar hoe je de vriendschap onderhoudt, je moet er moeite voor doen.’’ De Vries, die de beledigde kunstkoper Serge speelt: ,,In een echte vriendschap kun je ook ruzie maken. In ‘Art’ krijgen de vrienden dan ook verschrikkelijke ruzie. Dat heb je af en toe nodig, ook in een vriendschap. Aan de kracht van de vriendschap hoeft dat verder geen afbreuk te doen. Die kan er alleen maar sterker op worden.’’

 

IK BEN GEKKE GERRITJE NIET’

Wordt een bekende Nederlander niet vaak geconfronteerd met geveinsde vriendschap, met mensen die zich graag willen warmen aan de beroemdheid van een ander? ,,Ja, vast’’, zegt De Leeuw, ,,maar ik ben gekke Gerritje niet. Natuurlijk is dat gevaar altijd aanwezig, maar ik kan nog wel onderscheid maken tussen wie oprecht is en wie niet.’’ Natuurlijk, geeft hij toe, heeft hij wel eens misbruik gemaakt van zijn bekendheid. ,,Maar dat was dan wederzijds. Dan maak je kennis met een jongen die jou anders vermoedelijk nooit had zien staan. Maar zo snijdt het mes aan twee kanten.’’

 

Twee keer eerder was ‘Art’ in het Nederlandse theater te zien, bij het Noord Nederlands Toneel (1995) en theater Teneeter (1997). Te kort om een grootse indruk achter te laten. Maar Edwin de Vries, die een paar maanden geleden voor zijn prachtige rol als George in Edward Albees ‘Wie is er bang voor Virginia Woolf’ de Louis d’Or ontving, de belangrijkste toneelprijs voor acteurs, was wél geïnteresseerd geraakt. Hij zag het stuk in Londen, onder anderen met Albert Finney, en was meteen verkocht: ,,Ik vond het schitterend, prachtig geschreven, ik heb gehuild van het lachen.’’

 

Hans Kesting en Paul de Leeuw, zo meende hij, waren geknipt voor de andere twee rollen. Regisseur van deze Nederlandse ‘Art’ is Gijs de Lange, acteur van Toneelgroep Amsterdam en al jarenlang, evenals Kesting, een bekend gezicht van het tv-jeugdprogramma Klokhuis.

 

KUNST’ ALS TITEL IS TE BELEGEN

 

De oorspronkelijke titel is gehandhaafd. ‘Art’ dus, geen ‘Kunst’, zoals bij Teneeter – De Vries: ,,Die titel heb ik bewust niet gekozen, die is me te saai, te belegen, die doet ook teveel denken aan een lesje moderne kunst of iets dergelijks. Het stuk gáát tenslotte niet over kunst, het heeft er zijdelings mee te maken.’’

 

Art’ bevat verschillende lagen en dieptes, zodat een regisseur het stuk naar hartenlust naar zijn hand kan zetten. Het is een klein bezette zedenschets, zoals Reza die meer schreef. De Franse toneelschrijfster, romancière en actrice schrijft elegant, amusant en lichtvoetig. Haar werk is schatplichtig aan Scott Fitzgerald en Marguerite Duras, die ze haar inspiratiebronnen noemt. Afgelopen seizoen was Reza’s meest recente toneelstuk ‘Driemaal leven’ te zien, met onder anderen Rik van Uffelen en Catherine ten Bruggencate. Wereldberoemd werd ze met ‘Art’.

 

De Vries: ,,De kracht van het stuk is dat het heel dwingend is geschreven, het laat zich als vanzelf spelen, het gaat telkens heen en weer tussen speelsheid, kwinkslagen, geestigheid en ernst, die wisselen elkaar in een hoog tempo af. Je merkt uit de reacties van het publiek ook dat dit telkens van sympathie wisselt voor een van de personages. Reza heeft die mannenvriendschap dan ook heel goed getroffen, ze heeft die heel treffend geobserveerd.’’

 

De karakters op het toneel vertonen wel overeenkomsten met de spelers zelf. Toeval? Edwin de Vries: ,,Nee, toen ik het stuk gezien had en ook hier wilde spelen, zocht ik acteurs die voor de andere twee rollen geschikt waren. Ik kwam toen als vanzelf op Paul en Hans.’’ Ze herkennen ieder in hun personage wel iets van zichzelf, ‘al is Paul privé veel overheersender, een dominanter type dan de Ivan die hij speelt’, zegt De Vries. De Leeuw, mijmerend: ,,Ik heb een waarheid, mijn kleine waarheid, daar ben ik heel stellig in, ik ben niet zo snel op andere gedachten te brengen.’’

 

Kesting: ,,Feit is dat wij al bevriend waren. Dat geldt trouwens niet alléén voor de acteurs. Gijs (de Lange, regisseur, ndb) en ik kennen elkaar al heel lang, van Edwin heb ik les gehad op de toneelschool. Van belang is dat er een zekere chemie ontstaat tussen de acteurs. En die is hier onmiskenbaar aanwezig.’’

 

De Vries: ,,Het mooie van deze rollen is dat het karakters zijn die je naar jezelf kunt toetrekken. Door ons worden ze heel anders gespeeld dan ze in Engeland doen. Ik geef ook zo mijn eigen invulling aan een rol. Dat deed ik ook bij George in ‘Virgina Woolf’. Hij wordt meestal als een lulletje gespeeld, uitgezonderd dan door Richard Burton indertijd (die het stuk zowel op het toneel als in de film speelde met Elisabeth Taylor?, ndb). Ik wilde hem in geen geval als een sul spelen, maar als iemand die van zich af weet te bijten.’’

 

Ook Kesting, bekend van uiteenlopende toneelrollen, van komedie tot klassiek drama, probeert een rol naar zich toe te trekken:

 

,,Voor mij geen mopsneusje, bochel, pruik of maniertje om nadrukkelijk te laten zien dat je iemand anders speelt, nee, echt de rol naar me toetrekken. Dat wil ik. Ik kan eigenlijk ook niet anders. Zoals John Gielgud deed. Niet dat ik me meteen met hem zou willen vergelijken, maar hij dient wel als voorbeeld voor mijn manier van spelen.’’

 

Wat gaan de heren na Art, na september doen? De Vries, die acteert, regisseert en scenario’s schrijft, waaronder dat naar Harry Mulisch’ bestseller ‘De ontdekking van de hemel’:

 

,,Zo’n tournee met ‘Wie is er bang voor Virginia Woolf’ is slopend om te doen. Hartstikke mooi, maar ook omdat je vaak van huis bent, en dat valt niet met een kind thuis, ga ik nu weer schrijven aan een scenario over een tienjarig jongetje naar een eigen verhaal. ,,Ik vond het ongelooflijke eer de prijs te krijgen. Vroeger dacht ik: de Louis d’Or, wat stelt dat allemaal ook voor.’’

 

Kesting was de afgelopen jaren geregeld op tv te zien, eerst in ‘Ouwe jongens’ met Paul de Leeuw, later met ‘Circus Pavlov’. Voorlopig houdt hij het op het Klokhuis:

 

,,Het was een mooie tijd, een harde leerschool ook, ik had misschien meer met eigen ideeën moeten aankomen. Ja, een beetje teleurgesteld ben ik natuurlijk wel. Liever was ik met een soort Hans Kestingshow weer op tv gekomen, maar ja, de omroep is geen charitatieve instelling. Misschien had ik ook meer leiding nodig.’’

 

Na ‘Art’ staat Kesting dit jaar in maar liefst drie stukken bij Toneelgroep Amsterdam, waar hij al jaren vaste speler is. Hij speelt onder andere in Shakespeares ‘Othello’ en in ‘Drie zusters’ en een nieuw stuk van Oscar van den Boogaard. De Leeuw houdt het toneel na ‘Art’ even voor gezien. Op tv vervolgt hij zijn opgepoetste versie van de familieklassieker ‘Zo vader zo zoon’ en gaat hij verder met Herberg De Leeuw: ,,Ik heb het idee dat het aloude familieamusement op televisie weer terugkomt.’’

 

MENSEN ZIJN HEEL SNEL MOE’

Maar eerst wacht de drie vrienden een korte tournee met veel speelbeurten met ‘Art’, dat in Rotterdam destijds veel jongeren trok. Opvallend, want tegenwoordig valt het niet mee om de jeugd voor het toneel te enthousiasmeren. Waaraan ligt dat?

 

De Vries: ,,Ze hebben zoveel andere dingen die ze bezighoudt, gameboys, computers en computerspelletjes. Ze vervelen zich zo snel. Alles moet snel snel gaan. Op de tv kun je meteen weg zappen als het even verveelt, in het theater niet. Kijk eens naar die kinderprogramma’s op de commerciële zenders, daar word je toch doodop van als je er naar kijkt?’’ Kesting: ,,Over de hele linie zie je dat. Mensen zijn heel snel moe. Ze kunnen niet meer zo lang de aandacht ergens op gevestigd houden.’’ De Leeuw: ,,Het is een mentaliteitskwestie.’’

 

Kesting: ,,Je ziet het niet alleen bij jongeren, ook bij de zogenaamde echte theaterkenners. Die hebben het geduld ook niet meer. Zo speelden we bij Toneelgroep Amsterdam een tijdje geleden ‘Licht’ van Gerardjan Rijnders. De eerste tien minuten heerste er volledige stilte op het toneel. De spanning werd langzaam opgevoerd. Maar al na drie minuten begon het publiek zich te roeren, te fluiten en boe te roepen.’’

 

Voorstelling ‘Art’ van Yasmina Reza. Spel: Hans Kesting, Paul de Leeuw, Edwin de Vries. Regie: Gijs de Lange. Vertaling: Coot van Doesburgh. Impresariaat Jacques Senf.

 

Augustus, 2002       

UA-37394075-1