Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Leonard Nolens en de zoete misère van de liefde

Leonard Nolens is een literaire monnik. Een dichter van virtuoze taalbouwsels, een romanticus die pathos niet schuwt en dag en nacht met poëzie bezig is: ,,Als ik een dag niet schrijf, word ik gek.’’ De Vlaamse dichter Leonard Nolens (1947, Bree) ontving in 2012 de driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren, de hoogste literaire onderscheiding in het Nederlandse en Vlaamse taalgebied.

 

Een vraaggesprek met de dichter naar aanleiding van de poëziebundel die hij schreef ter ere van de Nationale Gedichtendag in 2007.

 

‘Ik had zin om deze keer nog verder te gaan,

met woorden die ik vroeger nooit zou gebruiken.’

 

Het poëziegeschenk is ‘Een fractie van een kus’ gedoopt, een bundel vol sensuele, krachtige liefdeslyriek waarop deze dichter het patent lijkt te hebben. Neem de volgende regels uit ‘Prijs ons’, een van de tien gedichten uit de bundel: ‘Liefde, hoe

Gierig, hoe bleek, hoe mager

Ben je vandaag.’

En:

‘Prijs die trage paringsdrift.

Die draagt ons hoog op handen

Door het holste van de nacht’.

Uit ‘Steek’ zijn deze onverbloemde regels afkomstig:

‘Ik vlij haar rechterbeen over mijn linkerzij

En streel de natte bloedklop

Van haar vulva met mijn knie, zij gonst/ En mag niets doen vandaag.’

Nee, Leonard Nolens neemt in ‘Een fractie van een kus’ geen blad voor de mond. Explicieter is hij in zijn meer dan veertigjarige dichterscarrière zelden geweest. ,,Dat klopt’’, zegt de in Antwerpen woonachtige dichter met zijn karakteristieke bronzen stem, waarmee hij zijn poëzie zo bezwerend kan voordragen. ,,Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik met mijn liefdesgedichten aan een taboe raakte. Ze hebben ook nogal wat weerstand opgeroepen bij een aantal mensen. Liefdesgedichten worden maar al te gemakkelijk in de hoek van Candlelight-verzen gedrukt. Maar ik heb me er nooit iets van aangetrokken. En deze keer had ik zin om nog verder te gaan, met woorden die ik vroeger nooit zou gebruiken.’’

 

‘Ik wil gedichten maken als een kind dat

geboren wordt: vertrouwd en toch nieuw.’

 

De gedichten in ‘Een fractie van een kus’ zijn toegankelijk en toch raadselachtig. ,,Als ik een gedicht schrijf wil ik iets maken dat op het eerste gezicht heel vertrouwd is en tegelijk iets bevreemdends heeft. Zoals een kind dat geboren wordt iets heel vertrouwds heeft maar tegelijk een heel vreemde gebeurtenis is. Het is heel nieuw en tegelijk heel oud. Zo zou ik ook gedichten willen maken.’’

Hij schrijft in al zijn werk – dat meer dan twintig bundels en enkele dagboeken omvat – geregeld over de zoete misère van liefde. ,,In je leven kan een ontmoeting soms van doorslaggevende betekenis zijn. Dat overkwam mij op heel jonge leeftijd. De ander kan dan zozeer bij je naar binnen slaan dat je nooit meer alleen kunt zijn. Het is alsof je altijd in gesprek bent met degene die ook in je zit. Dat kan een grote euforie teweegbrengen maar ook pijnlijk zijn omdat dit vaak gepaard gaat met zelfverlies. Als u zegt zoete misère of zoete ellende heeft dat daar misschien mee te maken.’’

Nolens is de tweede Vlaamse dichter die door de organisatie van de Nationale Gedichtendag – Poetry International in Nederland en Stichting Lezen in Vlaanderen – is gevraagd om een bundel met nieuwe gedichten te schrijven. Hugo Claus ging hem voor. De Belgische dichter, die zich vereerd voelde met de opdracht, schreef de bundel na een openhartoperatie. ,,Begin 2006 vroeg men mij of ik een tiental gedichten wilde schrijven. Ik had juist een lange ziekteperiode achter de rug. Het onderwerp was vrij, ik kon schrijven waarover ik wilde. Ik heb echter nooit gedichten kunnen schrijven op afroep of bestelling, maar ik dacht: het is misschien een stimulans om weer aan het werk te gaan, want ik kon door die ziekte lange tijd niet schrijven. Ik weet niet of dit ertoe doet hoor. Het is in interviews toch altijd een beetje onkies om over je gezondheidstoestand te spreken.’’

 

‘Als je schrijft krijg je veel cadeau.’

 

In betrekkelijk korte tijd schreef hij dertig gedichten. ,,Uit die dertig heb ik er tien gekozen. Men zegt wel dat schrijven voor tien procent inspiratie is en voor negentig procent transpiratie. Maar daar geloof ik niet in. Ik geloof dat als je poëzie schrijft of kunst bedrijft, want dit zal ook voor veel andere kunstenaars gelden, heel veel dingen cadeau krijgt. Waar het vandaan komt, weet ik niet, maar ik kan niet voor een wit blad zitten en mij afvragen wat ik nu eens zal gaan verzinnen. Als ik ’s morgens naar mijn werkkamer wandel komen er meestal dingen in mij op, een beeld, een paar regels, een strofe, soms een heel gedicht, dat ik al in mijn hoofd heb als ik aan mijn tafel ga zitten.’’

Dan is het nog slechts een kwestie van opschrijven? ,,Er wordt nog aan geschaafd. Ik maak tien, vijftien soms twintig versies van een gedicht, maar je krijgt het wel cadeau! In feite is elk gedicht een constructie van jezelf, een manier om jezelf te maken. Je wilt, als ik dat zo pathetisch mag uitdrukken, telkens opnieuw ter wereld komen als je een gedicht schrijft.’’

Nolens staat te boek als een dichtende kluizenaar, een literaire monnik. ,,Ik weet niet hoe ik aan dat etiket kom. Het is me door anderen opgekleefd of ik heb het zelf in de hand gewerkt door mijn dagboek en gedichten. Ik denk dat elke kunstenaar die zijn werk een beetje au sérieux neemt zich moet afzonderen. Anderen hebben een baan en schrijven ’s avonds een gedicht, ik heb dat nooit gekund. Ik heb het nooit met iets anders kunnen combineren, het gaat altijd maar door, dag en nacht. Je gaat er mee slapen en je staat er mee op.’’

,,Praktisch gezien is dat een groot probleem om te overleven. Het is mij tot nu toe wel gelukt. Maar ik heb me wel zo’n beetje suf vertaald om mijn brood te verdienen. Ik heb in de voorbije veertig jaren altijd met twee cahiers op mijn tafel zitten werken. In dat ene cahier verdiende ik mijn brood en naar dat andere zat ik dan altijd een beetje te loensen, want daarin wilde ik het echte werk doen.’’

 

‘Ik dacht: met poëzie schrijven

beland ik in de marginaliteit’

 

Hij is in zijn dichtersleven veelvuldig in de prijzen gevallen. Voelt dat als een erkenning? ,,Ik voelde mij lange tijd, en zo voel ik mij nog wel, een poète maudit (een verdoemde dichter). Toen ik gedichten begon te schrijven dacht ik: met waaraan ik nu begin, beland ik in de marginaliteit en daarin zal ik ook wel blijven. Ik ben dan ook geschrokken van die prijzen. Het doet natuurlijk deugd, maar ik ben er ook een beetje bang voor omdat je ineens beseft dat het beeld dat je van jezelf hebt dan niet helemaal meer klopt.’’

Het heeft niettemin lang geduurd voordat zijn dichtersschap in brede kring werd erkend. ,,Twee bekende (en inmiddels overleden) generatiegenoten van me, Eddy van Vliet en Herman de Coninck, hadden enige macht in de literaire wereld. Het duurde lang voordat Van Vliet gedichten van mij in zijn bloemlezingen opnam en De Coninck mijn werk recenseerde. Het stond ver af van waar zij voor stonden. Ik heb het daar lange tijd moeilijk mee gehad. Ik dacht: mijn werk is misschien wel beter dan dat van jullie en toch willen jullie er niet aan.’’

Er was geen persoonlijke frictie? ,,O nee, we waren zelfs vrienden op een bepaald moment. Maar ik voelde me wel buitengesloten. Het is goed gekomen toen ik in 1991 de Jan Campert Prijs en in 1992 de Belgische Staatsprijs voor Poëzie kreeg. Misschien is het keerpunt wel ontstaan toen ik in 1986 in Nederland werd uitgegeven, door Querido.’’

 

‘Als ik niet schrijf word ik gek’

 

In Nederland wordt zijn werk doorgaans gunstig tot zeer lovend besproken. ,,Ja, dat valt mee.’’ Een uitzondering vormde Hans Warren die kort voor zijn dood vernietigend schreef over Nolens’ bundel ‘Manieren van leven’ (2001). ,,Ja, dat is voor mij altijd een mysterie gebleven. Aan mijn eerste verzamelbundel ‘Hart tegen hart. Gedichten 1975-1990’ (1991) wijdde hij een zeer lovende bespreking. Tien jaar later schreef hij dit. Het moet een van zijn laatste besprekingen geweest zijn. Ik was er erg van geschrokken. De uitgever had mij die bespreking niet eens durven sturen, zo boosaardig was die. Ik heb nooit begrepen waar die omslag ineens vandaan kwam. Ik vermoed dat het met een persoonlijke verbittering of frustratie te maken had.’’

In een van zijn gepubliceerde dagboeken noteerde Nolens: ‘Als ik niet schrijf word ik gek.’ ,,Ja’’, zegt hij, ,,ik kan me niet voorstellen dat me dat zou worden afgenomen. Ik denk dat geen enkele kunstenaar zich dat kan voorstellen, of hij wordt gek of crimineel of hij gaat dood. Ik zeg dit allemaal met een lichte schroom omdat ik weet dat in Nederland aan zulke dingen veel minder zwaar wordt getild. Ja, toegegeven, ik ben een beetje zwaar op de hand in die zaken.’’

 

Januari, 2007

 

Kennismaking

 

Ze waren beneden weer vaag aan het feesten,

Ik weet niet waarom.

De meesten liepen zich traag te bedrinken

En zagen eruit als proefpersonen

Zonder werk, ze gedroegen zich donzig.

 

Ze roken naar vers lauw vlees te vroeg uit handen

Gegeven door slonzen van moeders.

En niemand hield zijn gezicht voor zichzelf.

En allemaal klonken ze bloter omhoog

Dan hun eerste bedoeling.

 

Ze gingen door kamers en gangen dansend op zoek

Naar hun bloedvorm.

Ze tasten ook hier in het duister van ons.

Hun romige glimlach trok strak als fluweel

Van gemaskerde messen.

 

Wij beiden hingen ons levensgevaarlijk gearmd

Over de leuning te verdiepen in die dampkring

Van kaarslicht, rock-’n-roll en blowers.

Wij hoorden soms ouders vliegensvlug doodgaan

In roestende dorpen.

 

Wie zou ik zijn als jij mij niet had vastgenomen

Halverwege die draaiende trap in de schemer?

En zou ik hier wel zijn vandaag

Als deze hand daarboven niet klem was geraakt

In je hand?

 

Leonard Nolens, uit ‘Een fractie van een kus’

 

Ander nieuws

 

Wat vanavond onze aandacht trekt is het beschroomde

Verschuiven ginder van een barkruk op de Ossenmarkt.

Wat ons daar gaande houdt is de verlegen erectie

Van een eerstejaars die zijn meisje didactisch

En blozend de blauwe bloem van Novalis verklaart.

 

Uren later liggen daar hun lange stiltes in een asbak

Op de toog te stinken. Observeer die troep, het is

Historisch materiaal. En meet het verbrandingsproces

Van tientallen liefdesverklaringssigaretten, beluister

Het nieuws van een verzwegen kus in die kegels van as.

 

Wat ons verstrooit, wat jullie naar het centrum lokt,

Het is het wereldnieuws van ’s avonds in de straten

Doorgefluisterde feiten, het nachtelijke sproeipoeder

Van terrassenpraat en telefonades, het rituele geruzie

Van minnaars dat ’s ochtends een stad op de been houdt.

 

Leonard Nolens, uit: ‘Een fractie van een kus’

 

 

UA-37394075-1