Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Luizenstreken

Waar zwaai je nou weer mee?’

Met aanmaningen.’

Te hard gereden?’

Hier. Laatste aanmaning staat er.’

Heb je het zo bont gemaakt?’

Ik word achtervolgd door vastgoedbonzen van wie ik tweeëneenhalf jaar een kantoorunit, zoals dat in jargon heet, huurde in de oude Philipsfabriek aan de rand van de Hoornse binnenstad.’

Maar dat is toch al een eeuwigheid geleden?’

Niet voor Zeeman De Vries Vastgoedmanagers.’

Dat maakt veel duidelijk. Vandaar dat je steeds over je schouders kijkt. Klinkt beroerd. Wat heb je misdaan?’

Ze willen geld van me zien.’

Daar zijn de jongens en meisjes van het vastgoed voor geboren. Geld moet rollen, alleen wel hun kant op.’

Ik heb twee jaar lang, sinds mijn vertrek, niks van die lui vernomen, tot nu. Ik dacht dat ik van ze verlost was. Dat er door dat hoofdstuk een rood kruis kon.’

Vergeet het. Als zekere lieden je een poot kunnen uitdraaien, zullen ze het niet nalaten.’

De huur van de laatste maand had ik – in goed overleg met hun contactpersoon – verrekend met de waarborgsom die ik van ze tegoed was. Tenminste, dat dacht ik. Ik had trouwens ook, zonder dat ze het van tevoren netjes hadden gemeld, moeten dokken voor een poortsleutel die ik niet gebruikte. Dat bedrag, € 59,50, jawel, werd na inlevering van de sleutel ondanks herhaald verzoek niet teruggestort. Ik liet de zaak toen maar zitten omdat ik andere kopzorgen had.’

Kwestie van belletje. Klaar.’

Zo gemakkelijk kom je niet van die bumperklevers af. Ze willen nog geld van me zien omdat ze in het complex meer hebben verstookt dan ze hadden voorzien.’

Je hebt toch servicekosten betaald?’

Wat je maar onder service verstaat. In 2012, vlak voordat ik het kantoortje betrok, smeerde een gladde jongen van de club me stroop om de mond. Hij beloofde van alles. Een ideeënfabriek vol bevlogen types die bij elkaar komen in sfeervolle, inspirerende ontmoetingsruimten om diepe gedachten en gouden ideeën uit te wisselen. Ach, je kent die praatzieke snoevers wel. Je hebt je nog niet omgedraaid of ze schateren het uit. Het klonk allemaal heel aanlokkelijk. In mijn toenmalige kantoor zat ik uitstekend, goede service, aardige mensen, maar ja, de relatief lage huur in de oude Philipsmeuk was zo verleidelijk, dat geen vriend van zijn eigen portemonnee hiertegen weerstand kon bieden.’

Je moet op de kleintjes letten, maar het begint me te dagen.’

De service was nul. Er was niet eens een internetverbinding.’

Geen internet in een kantorencomplex?’

Daar moest je zelf voor zorgen, voor eigen rekening uiteraard.’

Hallo! In welke eeuw leven die lieden? Het is de 21e eeuw! Je hebt ze toch wel wakker geschud?’

Schoonmaken deden we zelf, wat het eigen kantoortje betrof. Een paar andere huurders maakten gang, sanitair en keuken schoon. Dat betaalden we uit de gezamenlijke huishoudpot. Mijn buurvrouw zat in haar ondergoed in een bloedheet hok te zweten omdat de radiator niet dicht kon. De andere dag was het ijskoud omdat om de haverklap de verwarming het begaf. Moest je hemel en aarde bewegen voordat zich eindelijk een monteur meldde. Zat ik ’s winters in mijn pelsjas en berenmuts met bevroren vingers achter mijn laptop te kleumen. Moest ik naar elders uitwijken. De monteur, die ik zelf moest bellen, zei na zijn zoveelste bezoek dat de ketel oud en in een te slechte staat verkeerde om te repareren. Toch fikste hij het, met de aantekening dat het toestel eerdaags de geest zou geven. Het tochtte in het hele complex als in een fietsenhok, maar aan isoleren of onderhoud deden ze niet. Gerepareerd werd alleen het hoogstnoodzakelijke, want het gebouw zou vroeg of laat toch tegen de vlakte gaan. En als dan blijkt dat het energieverbruik veel hoger uitvalt dan begroot, wat tegelijkertijd merkwaardig is als je weet hoe vaak we in de kou zaten, moet de schuld toch bij iemand worden gelegd. Voor sommigen liep die naheffing, en dan heb ik het over 2013, op jaarbasis op tot vele honderden euro’s.’

Ik geloof dat ik het snap. Eerst lokken ze je met lage tarieven. Dan, als je eenmaal hebt getekend, confronteren ze je met ondermaatse service en tenslotte wentelen ze de extra kosten op je af.’

Willens en wetens, want ze wisten van tevoren natuurlijk dat ze het energieverbruik veel te laag hadden ingeschat. Ze hadden in het contract in eufemistisch taalgebruik verstopt dat bij tien procent meer servicekosten de huurders daarvoor aangeslagen zouden worden.’

Uiteraard. Anders hadden ze jullie nooit naar binnen kunnen smokkelen.’

Ik heb met heel wat bedrijven, ondernemers en vastgoedjongens te maken gehad, maar deze club spant de kroon in ondermaats presteren. Goed ondernemerschap betekent eerlijk ondernemen en tevreden klanten, maar ik kan me niet herinneren van mijn medehuurders ooit één positief geluid over ze te hebben gehoord.’

Je was te goed van vertrouwen. En zij zijn groot en machtig, en jij bent klein en kwetsbaar. Dat soort lieden denkt zich dan van alles te kunnen permitteren.’

Ik heb het nagerekend. Achteraf was ik in mijn oude kantoor aanzienlijk goedkoper uit geweest. Ik zou ook niet in de kou en geen dag zonder internet gezeten hebben.’

Je laat het er uiteraard niet bij zitten.’

We hebben geprotesteerd, uiteraard, ik heb ze namens de huurders begin 2015 een brief op poten gestuurd, maar naar het resultaat kun je wel gissen.’

Je hebt geen poot om op te staan. Betalen zul je.’

De toestand heeft me meer dan twee jaar na mijn vertrek nóg veel tijd en energie, frustraties én geld gekost. Ik heb er gewoon geen woorden voor.’

Dat laatste valt tot dusver wel mee. Waarom ben je er evengoed nog zolang gebleven?’

‘Op mijn verdieping zat, ieder in zijn eigen ruimte, een mooie groep mensen bij elkaar. Iedereen was creatief op zijn eigen manier. Dat schept toch een band.’

En nu?’

Wat denk je?’

(17 november 2016)

UA-37394075-1