Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Maarten Biesheuvel en de bezweringen van een angstkunstenaar

,,Verbaasd, verwonderd, verbijsterd ga ik door het leven.’’ Het is een treffend citaat uit het verhaal ‘Reis door mijn kamer’ uit 1984 van de schrijver Maarten Biesheuvel (Schiedam, 1939), aan wie de P.C.Hooftprijs voor 2007 is toegekend.

 

De bekroning van Biesheuvel is verrassend. Hij publiceert immers niet of nauwelijks meer. Over de toekenning van de belangrijkste Nederlandse literaire prijs aan hem zal de nieuwe laureaat dan ook even verbaasd, verwonderd en verbijsterd zijn als menig ander in literair Nederland. Weinigen hadden verwacht dat hij de opvolger zou worden van de P.C.Hooftprijs van 2006, de dichter H.C. ten Berge, waardoor opnieuw auteurs als A.F.Th van der Heijden en Jeroen Brouwers gepasseerd worden.

J.M.A. (Maarten) Biesheuvel is sinds jaar en dag een buitenbeentje in de Nederlandse literatuur. Ook sociaal gezien is hij een buitenstaander en een zonderling. Zo leest hij nauwelijks kranten en ook de televisie staat zelden aan. Die laatste vindt hij zelfs ,,een beetje vies’’. ,,Het zijn allemaal beduimelde ideeën. Iemand zei eens dat alleen genieën en krankzinnigen zichzelf geestelijk genoeg zijn. Ik ben krankzinnig. Ik heb genoeg aan mijn eigen gedachten. Ik ben erg religieus, ik zie overal wonderen.’’

Als student rechten aan de Rijksuniversiteit Leiden gaf hij de schrijver Karel van het Reve, bij wie hij met Maarten ’t Hart in de jaren zestig colleges volgde, ooit de aanspreektitel God mee. Nadien beschouwde Biesheuvel zichzelf herhaaldelijk als de schepper, niet alleen van zijn eigen verhalen, ook van de natuur, zelfs van een wekker of koffiepot.

Succes

Angst en gekte, literatuur en schrijversschap – in het leven en het werk van Biesheuvel vormen ze een onverbrekelijke combinatie. Dat bleek al uit zijn debuutbundel ‘In de bovenkooi’ (1972) die absurdistische, aan zijn eigen ‘werkelijkheid’ ontleende verhalen bevat. Het boek was meteen een groot succes en werd meer dan twintig keer herdrukt. Het zette de toon voor zijn volgende bundels, met titels als ‘De weg naar het licht en andere verhalen’ (1977), ‘De verpletterende werkelijkheid en andere verhalen’ (1979) en ‘Brommer op zee’ (1982). Hierin schrijft Biesheuvel, in een beheerste, soms wat archaïsche stijl, over zijn gruwelijke angsten en dodelijke eenzaamheid, over zijn gereformeerde jeugd, over zijn tijd als ketelbinkie op de grote vaart, zijn werk als bibliothecaris op wetenschappelijke instituten, zijn kijk op de nietige mens in een ongrijpbare wereld.

Schitterend in die verhalen is de manier waarop Biesheuvel de wereld steeds laat kantelen en verlicht wat anders duister zou zijn gebleven. Dat doet hij in het bijzonder in zijn verhalen over de psychiatrische inrichtingen waarin hij herhaaldelijk verbleef vanwege zijn manische depressiviteit. In zijn verhalen komt ook geregeld zijn vrouw Eva Gütlich voor die al bijna een halve eeuw zijn steun en toeverlaat is. Zonder haar zou hij ,,een dakloze zijn in een kartonnen doos voor het Centraal Station’’. Dankzij haar kwam de jonge, orthodox gelovige Biesheuvel erachter dat christenen niet per se beter zijn dan anders- of niet gelovigen.

Medicijnen

Hoe beter Biesheuvel zijn krankzinnigheid dankzij medicijnen en therapie echter wist te bezweren, hoe moeizamer ging het schrijven hem af. Na het boekenweekgeschenk ‘Een overtollige mens’ (1988) werd het steeds stiller rond de schrijver. In de jaren negentig verscheen van Biesheuvel alleen ‘Het wonder’ (1995), bestaande uit zes korte verhalen. In 2002 verscheen ’Oude geschiedenis van Pa die leefde als een dier want hij schaamde zich nergens voor en hij was erg practisch’, een verzameling magere schetsen waarin alles ontbrak wat Maarten Biesheuvel ooit tot zijn bijzonder schrijver maakte: de noodzaak, de vitaliteit en de bizarre humor van de vroegere verhalen.

De kans dat er nog veel nieuw werk van hem zal verschijnen is dan ook gering. Daar heeft de schrijver, woonachtig in een houten huisje genaamd Sunny Home te Leiden (waarvan hij ereburger is), zelf weinig moeite mee. ,,Ik heb al drieduizend bladzijden aan verhalen en novellen geschreven, dat is toch genoeg?’’ merkte hij eens op in een vraaggesprek. Hij vergeleek zichzelf daarbij met ‘zijn meester’ Tsjechov: ,,Die schreef er zesduizend. En dat is eigenlijk te veel. Je komt er niet toe om alles te lezen. Dus ik mag blij zijn dat Eva, die ik altijd mijn verhalen voorleg, wel zesduizend bladzijden in de prullenmand heeft gegooid. Want ik heb veel meer geschreven dan er is gepubliceerd. Eva is normaal, en weet wanneer een verhaal onzin is.’’

De hem nu toegekende P.C.Hooftprijs 2007 – een oeuvreprijs van 50.00 euro – kan beschouwd worden als de bekroning van een bijzonder en zeldzaam schrijverschap in de Nederlandse literatuur. Zijn beste verhalen zijn inmiddels een jaar of dertig oud, maar behoren nog altijd tot het beste wat in dit genre in de Nederlandse letteren is geschreven. De bekroning herinnert aan het werk van een schrijver wiens werk welhaast ten onrechte vergeten was.

 

December, 2006

UA-37394075-1