Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Marga Minco: ‘Ik voel me overal schuldig over’

Marga Minco overleefde als enige van haar familie de Tweede Wereldoorlog. In de documentaire ‘De schaduw van de herinnering’ van Maarten Schmidt en Thomas Doebele vertelt de schrijfster over haar leven en werk, met als rode draad wat haar familie in de oorlog is overkomen.

 

Marga Minco (31 maart, 1920) is een bescheiden, nog altijd energieke vrouw die in haar Amsterdamse huis met monnikenvlijt een oeuvre van meer dan twintig titels schreef, waaronder de klassieker en bestseller ‘Het bittere kruid’ (1957). Hierin beschrijft ze de ondergang van haar joodse familie. Op interviews is ze niet dol, maar voor deze – indringende – documentaire maakte ze een uitzondering.

Zittend aan haar schrijftafel steekt de broze schrijfster de ene sigaret na de andere op. Ze tuurt naar het papier in haar elektrische schrijfmachine. Door het openstaande raam dringt het stadsgedruis binnen. Een snerpende tram. Ze kijkt op: ,,De oorlog? Denk ik nooit meer an.” Ze heeft zichtbaar moeite met het ophalen van pijnlijke herinneringen. Ze laat een stilte vallen, zegt dan: ,,Ik ben een paar keer door het oog van de naald gekropen, waarom weet ik ook niet. Ik was toen vrij mager, dus dat ging, door die naald,” zegt ze schertsend.

Ze werkt aan een nieuwe verhalenbundel (‘Achter de muur’, verscheen in mei 2010), want schrijven doet ze nog elke dag, al meer dan zeventig jaar. ,,Ik ben niet door de oorlog gaan schrijven. Je kunt net zo goed schrijven vanuit de fantasie, en die had ik voor de oorlog. Ik was vroeger een vrolijk, zorgeloos meisje. Na de oorlog niet meer. Je kunt wel degelijk veranderen. Ja, misschien ben ik wel iemand anders geworden. Als er geen oorlog was, was ik ook een heel andere schrijver geworden. Van vrolijke verhalen.”

Ze is aanvankelijk goedlachs. ,,We wachten altijd op de fluit,” zegt ze meisjesachtig ondeugend als het theewater kookt. ,,En als er gefloten wordt, kijk ik.” Gaandeweg sluipt er een zekere droefgeestigheid in haar als de oorlog steeds dichterbij komt. Ze vertelt over de beslissende momenten in haar leven: over haar besluit om te vluchten met achterlating van haar ouders en hoe zij met haar broer en zijn vrouw naar hun onderduikadres reisden. Op het station werd haar schoonzuster aangehouden en meegevoerd. ,,Mijn broer heeft mij zijn bagage gegeven en voegde zich bij zijn vrouw. Geweldig. Een heldendaad. Ik ben in de trein blijven zitten en verder gegaan.”

In haar boeken is het toeval van overleven een terugkerend thema. ,,Ik voelde me schuldig toen bleek dat ik alleen was overgebleven. Waarom ik?’’ En met het bereiken van de leeftijd van de allersterksten is haar schuldgevoel alleen maar groter geworden. ,,Ik denk dat het een van mijn eigenschappen is, me overal schuldig over voelen. Mijn ouders zijn niet oud geworden. Mijn zusje was een veel beter kind dan ik. Dat vond ik toen al. Mooi, leuk meisje, intelligent, getalenteerd. Kon mooi tekenen.”

De schrijfster rommelt in dozen vol oude documenten, brieven en fotoalbums, briefkaarten uit Westerbork, soms verbleekt, soms in goede staat. Ze leest fragmenten voor uit haar boeken en vertelt hoe ze in staat was om de draad weer op te pakken. In de naoorlogse jaren stond ze nog jarenlang op het station te wachten op de binnenkomende treinen. ,,Ik heb lange tijd gedacht dat mijn ouders, zusje of broer ergens zouden opduiken. Liep ik door de stad en keek de mensen aan. Misschien weten ze niet dat ik er nog ben, dacht ik dan.”

 

23 april, 2010

UA-37394075-1