Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Marieke van der Pol en ‘Bruidsvlucht’: ‘Je kunt niet vluchten van jezelf’

In 1953 was het een sensatie. Een vliegtuig vol jonge bruiden vertrok in een internationale luchtrace naar Nieuw-Zeeland. Een vlucht uit het naoorlogse Nederland naar een ander, beter leven. Op dit historische gegeven baseerde Marieke van der Pol (1953) haar debuutroman ‘Bruidsvlucht’ (2007): ,,Migratie blijft actueel.’’

 

,,Mensen zullen altijd blijven verhuizen, dat deden ze in de oertijd en dat zullen ze blijven doen’’, zegt Marieke van der Pol die een aantal jaren geleden een carrière als succesvol (tv)actrice verwisselde voor die van succesvol (scenario)schrijfster. Ze bewerkte onder andere de bestseller ‘De tweeling’ van Tessa de Loo tot een filmscenario, waarvoor ze een Gouden Kalf-nominatie kreeg.

Juni 2007 verscheen haar romandebuut ‘Bruidsvlucht’, een intrigerend verhaal over Ada, Marjorie (Margot) en Esther die kort na de Tweede Wereldoorlog aan de andere kant van de wereld een nieuw bestaan proberen op te bouwen. Door de bruidsvlucht raken de levens van de vrouwen voor altijd met elkaar verstrengeld.

Het boek is net uit maar gezien de hoeveelheid reacties die de schrijfster in korte tijd heeft ontvangen, raakt het onderwerp bij veel lezers een gevoelige snaar. Vorige week kwam daar nog een opmerkelijke bij naar aanleiding van het boekomslag waarop een stralende bruid poseert bij de Flying Dutchman. Het is de originele cover van de Revue uit 1953. ,,We hebben twee jaar lang in Nieuw-Zeeland vruchteloze pogingen ondernomen om deze vrouw op te sporen. Laatst was ik te gast in de TROS Nieuwsshow en vertelde over de ‘Bruidsvlucht’. Kreeg ik kort erop een mailtje van de redactie die was benaderd door een vrouw die een van de bruiden was geweest en in bruidsjurk voor de Revue had geposeerd. Ze bleek in Arnhem te wonen, was na zo’n twintig jaar teruggegaan, en hertrouwd. Ik zei, u moest eens weten hoelang er naar u gezocht is! Als u nu naar de boekhandel loopt, ziet u zichzelf op de voorplaat van het boek. O, wat enig, zei ze.’’

Na de Oscaruitreiking in Los Angelos in 2003, naar aanleiding van de nominatie van de film ‘De tweeling’, reisde Van der Pol door naar Nieuw-Zeeland. Hier interviewde ze zevenentwintig passagiers van de Hollandse luchtark. ,,Door die ontmoetingen ontdekte ik hoe verschillend die mensen allemaal terecht zijn gekomen. En hoe verschillend ze alles hebben ervaren. Neem de dag van aankomst. De een zei: O, het was helemaal niks. Ik dacht, waar ben ik nou terechtgekomen, wat een armoedig zootje. Stonden een paar kouwelijke Maori’s een dansje te doen. De ander zei: O, het was ontzettend leuk. Iedereen was zo vriendelijk, we kregen toespraken, er was muziek en de Maori’s dansten voor ons. Het is een open deur, maar voor mij was het een eyeopener. Ik dacht: er bestaat dus niet zoiets als objectieve werkelijkheid.’’

,,Ik sprak met mensen die waren ingebed in het sociale leven van Nieuw-Zeeland. Ze waren rijk geworden, leidden een gelukkig leven. Anderen hadden het minder getroffen. Is dit, dacht ik, nou het bestaan waarvoor je de halve wereld bent rondgereisd? Hoe komt het dat het – met dezelfde uitgangspunten – de één zoveel beter lukt dan de ander? Daarna ging ik naar de westkust, waar mijn personage Ada terechtgekomen was. Zij heeft een zwaar leven in de buurt van Greymouth, waar het ruig en regenachtig is. Ik informeerde bij het toeristenbureau of zich hier in de jaren vijftig ook Nederlanders hadden gevestigd. Ja, kreeg ik te horen, een jong stel. Dat woonde in een bunker; meer kon het niet betalen. Bovendien was er huizenschaarste, en dat was er in Holland niet bij verteld. De bewoners zagen de kinderen en de vrouw met boodschappen de modderige heuvel op- en afkomen. Wat vreselijk, wat een leven, dachten ze. Ik heb die vrouw ontmoet, ze woonde allang niet meer in die bunker. Ze sprak geen Nederlands meer. Het bleek een leuke, pittige vrouw te zijn, hoewel niet meer goed ter been. Ik vertelde over de luchtrace. Ineens zei ze: ik wás op die vlucht! Bij toeval had ik dus nog een bruid gevonden. Ze vertrouwde me toe dat ze, als ze het er geld voor had gehad, nog het eerste jaar terug naar huis was gegaan.’’

 

‘Emigratie is een vlucht naar een beter leven

vol hoop en verwachting, maar het is

tegelijk een vlucht ergens vandaan.’

 

De personages in ‘Bruidsvlucht’ zijn fictief, de luchtrace is historisch.

Veel in het boek is rechtstreeks aan de werkelijkheid ontleend, waaronder de bunker. ,,Ik bedacht hoe het voor Ada en Derk zou zijn om tien jaar lang in deze bunker te leven. Waarom kies je uitgerekend voor deze kille streek, terwijl je in een subtropisch land terecht bent gekomen waar je verder geen wortels hebt? Het heeft, bedacht ik, te maken met de manier waarop ze zijn grootgebracht. In het geval van Ada en Derk met religie en gehoorzaamheid: daar waar je te werk wordt gesteld, blijf je. Dat is je lot. Ondanks hun emigratie zijn Ada en Derk niet opgevoed met het idee dat je je leven naar je hand kunt zetten. Ook Marjorie en Esther nemen hun achtergrond mee. Emigratie is een vlucht naar een beter leven vol hoop en verwachting, maar het is tegelijk een vlucht ergens vandaan. En de vraag is of dat kan. Daar gaat mijn verhaal over.’’

Heimwee speelt een ondergeschikte rol in het boek. Toch blijkt Ada haar leven lang heimelijk te hebben terugverlangd naar Nederland. ,,Ja, maar als ze Holland in de jaren zeventig bezoekt, valt het haar zwaar tegen. Dat heb ik vrijwel zonder uitzondering van de emigranten gehoord: bij hun bezoek herkenden ze het oude Holland niet meer. Ze vonden dat de mensen materialistisch en egocentrisch waren geworden. Van emigranten hoor je ook altijd dat ze zich nergens meer helemaal thuis voelen, niet in het land waar ze wonen, noch in het land waar ze vandaan komen.’’

Marieke van der Pol heeft haar roman opgedragen aan professor A. (Dries) van Dantzig die in 2005 overleed. Als dit ter sprake komt, schiet ze bijna vol. Na enige aarzeling zegt ze: ,,Toen ik bezig was om de personages uit te diepen werd ik op hem attent gemaakt. Hij was psychiater en wist veel van film. Hij was erg geïnteresseerd in beschadigde kinderen. Ik vroeg hem: Mag ik er met u – hij was dertig jaar ouder dan ik – over praten? Het was een geweldig gesprek, we werden onontkoombaar verliefd. Hij was mijn man, we hebben precies een jaar samen gehad. Hij heeft aan de wieg van het boek gestaan. Toen hij stierf was ik bijna halverwege.’’

 

Marieke van der Pol: ‘Bruidsvlucht’, roman. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam, 415 blz.

 

Bruidsvlucht’

van scenario tot

roman en film

 

Het idee voor ‘Bruidsvlucht’ ontstond in 2002. Marieke van der Pol werd na het succes van ‘De tweeling’ door IdtV Film gevraagd om met dezelfde regisseur, Ben Sombogaart, een film over de The Last Great Air Race in 1953 te maken.

In dat jaar vierde de Nieuw-Zeelandse provincie Canterbury haar honderdjarig bestaan met een internationale luchtrace, de London-Christchurch-race. De KLM deed mee met een vrachtvliegtuig dat voor de gelegenheid was omgebouwd tot passagiersvliegtuig, de Douglas DC-6a Liftmaster ‘Dr. ir. M. H. Damme’, of de Vliegende Hollander. Onder de vierenzestig emigranten waren overwegend jonge vrouwen op weg naar hun verloofden in Nieuw-Zeeland. Vandaar dat gesproken werd van ‘de bruidsvlucht’.

Van der Pol deed bijna een jaar over het filmscenario. ,,Ik ben behoorlijk geholpen door allerlei researchmateriaal. Er waren over de luchtrace uitgebreide reportages verschenen. Ik heb ook veel oude kranten, tijdschriften en boeken over het land geraadpleegd, want wat wist ik van Nieuw-Zeeland? Niks.’’

Tijdens haar zwerftocht door Nieuw-Zeeland rijpte het idee om het script om te werken tot een roman. Haar scenario van ‘Bride Flight’, de voorloper van de roman, werd verfilmd in een regie van Ben Sombogaart. De film (2008) werd een groot publiekssucces, met in de hoofdrollen onder anderen Elise Schaap, Anna Drijver, Karina Smulders, Micha Hulshof en Waldemar Torenstra. Ilse DeLange zingt en schreef het bijbehorende lied ‘Miracle’.

 

Van toneelactrice

tot romancière

 

Marieke van der Pol is als schrijfster een laatbloeier. Ze studeerde in 1979 af aan de toneelschool en speelde bij verschillende toneelgroepen als Centrum en Baal. Op televisie speelde ze in de serie ‘Oppassen’ van Chiem van Houweninge, waarin ze naast de twee opa’s (wijlen Coen Flink en Ben Hulsman) het moederpersonage vertolkte.

,,Ik ben bij toeval in het vak van acteur gerold’’, zegt ze. ,,Het was niet vanuit een diepe motivatie, niet dat ik dacht, ik móet het toneel op. Je moet altijd maar afwachten óf en welke rol je krijgt aangeboden. Daar heb ik altijd moeite mee gehad, het was niet echt bevredigend. Tijdens het spelen ben ik altijd blijven zoeken naar wat ik nog meer zou kunnen.’’

Sinds 1992 is ze scenarioschrijfster, met acteren stopte ze definitief in 1999. ,,Ik heb mijn jeugd min of meer lezend doorgebracht. Ik ben ook altijd een filmliefhebber geweest. In de opleiding dramaschrijven bij de mediaopleiding kwam dat samen. Ik had meteen het gevoel: dit is écht wat ik wil doen. Dit ben ik, dit hoort bij mij, veel meer dan spelen.’’

Als scenariste schreef ze voor verschillende tv-series als Spangen, Baantjer en Fort Alpha. Haar grootste succes was haar filmbewerking van ‘De tweeling’ van Tessa de Loo. De film won in 2003 de Gouden Kalf voor de beste film. Haar scenario kreeg een Gouden Kalfnominatie. De film was later kandidaat voor een Oscar in de categorie beste buitenlandse film.

 

Juni, 2007

UA-37394075-1