Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Meester Pei en het magische lichtspel

I.M. Pei is dik over de negentig, maar de aimabele architect maakt allerminst een broze indruk. De vitale en goedlachse Chinees-Amerikaanse bouwmeester slaagde er op hoge leeftijd in om van zijn laatste grote opdracht, de bouw van een islamitisch museum in de hoofdstad Doha in het puissant rijke emiraat Quatar, een immens monumentaal waagstuk te maken.

 

Hoe dat in zijn werk ging, is te zien in de Amerikaanse documentaire ‘Licht als inspiratie’ (‘Learning from the light’) van Bo Landin en Sterling van Wagenen.

En dan te bedenken dat de beroemde architect voordat hij de opdracht kreeg van zijn rust wilde gaan genieten en bovendien vrijwel niets wist van islamitische architectuur. Sterker, hij voelde zich er eigenlijk niet toe uitgerust. ,,Boeddhisme en confucianisme vormen een deel van mijn leven. Ik was wel vaker in het Midden-Oosten, maar dan als toerist.”

Hij nam de opdracht aan op voorwaarde dat hij zich eerst een half jaar in de geschiedenis van de islam kon verdiepen. Pei keek rond in Noord-Afrika en Spanje, onder meer in het Alhambra, het immense middeleeuwse paleis en fort. Hij liet zich uiteindelijk vooral inspireren door de moskee Ibn Tulun in Caïro. Hij was tot de conclusie gekomen dat de essentie van islamitische architectuur vooral in de eenvoud zit.

De geboren Kantonees Ieoh Ming Pei (1917), die op 18-jarige leeftijd naar de Verenigde Staten vertrok, wordt geschaard onder de grote architecten van de laatste eeuw. De zoon van een hoge Chinese bankier verdiende zijn geld aanvankelijk met winkelcentra en kantoorbouw die hem bij collega’s de spotnaam ‘Mr. Success’ opleverde. Hij verwierf faam met in het oog springende gebouwen waarin hij traditie en modern met elkaar verweefde, waaronder de East Wing van de National Gallery in Washington, de Bank of China Tower in Hongkong, de Rock and Roll Hall of Fame in Cleveland, de glaspiramide van het Louvre en de glazen trap in het Historisch Museum in Berlijn. Pei wordt bewierookt om zijn verrassende en originele invalshoeken en melkt een succesformule niet uit, al valt overal de hand van de meester te herkennen.

In de film volgen we de bouw van het Museum van Islamitische Kunst op de voet: van de ruwe schets op Pei’s bureau in New York tot de opening in 2008. De architect komt geregeld naar Quatar over om zich op de hoogte te stellen van de vorderingen en om problemen met het bouwteam op te lossen. Zo zijn we getuige van het ontstaan van een sober gebouw, ‘islamitisch, spiritueel en tegelijk functioneel als museum’, dat zijn visuele kwaliteit ontleent aan een magistraal spel van licht en schaduw op de gevelvlakken en een sprankelend spel van waterpartijen. Het gebouw van 45.000 vierkante meter is opgetrokken uit gestapelde blokken rond de centrale toren, waarin zich een atrium met koepel bevindt. Het licht stroomt aan de bovenkant van de toren naar binnen via halvemaanvormige uitsneden.

In de tussentijd zag Pei de hoofdstad van de ambitieuze Arabische dwergstaat, die in 2022 het WK voetbal organiseert, razendsnel veranderen. Doha is in korte tijd uitgegroeid tot een ultramodern, westers aandoende stad vol wolkenkrabbers en hoogwerkers. ,,Toen ik hier voor het eerst kwam, was er niets,” zegt de bouwmeester glunderend als hij trots voor zijn gebouw poseert. ,,Ha, dacht ik, ik mag iets bouwen in de woestijn. Nu is het er net de Côte d’Azur.”

 

Februari, 2011

UA-37394075-1