Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Michel van der Plas, chroniqueur van ‘het rijke roomse leven’

Michel van der Plas (1927-2013) was een productief religieus dichter en een prominent chroniqueur van het ‘rijke roomse leven’. Maar Van der Plas zal vooral de geschiedenis ingaan als tekstschrijver van (klassiek geworden) cabaretteksten die hij schreef voor onder anderen Wim Sonneveld, Wim Kan, Frans Halsema en Gerard Cox.

 

Het bekendst daarvan zijn ‘Frater Venantius’ (‘uit Schin-op-Geul’), ‘De stalmeester’, die op Koninginnedag de schone taak had om de aan Hare Majesteit aangeboden kruidenkoeken en krentenmikken ongezien in de rododendrons (te) sodemieteren, en ‘Tearoom tango’ (‘Je hebt me belazerd, Je hebt me bedonderd’), alle op weergaloze wijze door Sonneveld vertolkt. Van der Plas schreef, samen met Frans Halsema en componist Harry Bannink ook ‘Zondagmiddag Buitenveldert’.

 

Michel van der Plas werd op 23 oktober 1927 In Den Haag geboren als Bernardus Gerhardus Franciscus (Ben) Brinkel. Hij volgde een priesteropleiding, begon als vertaler en werd journalist bij Elseviers Weekblad, waar hij 45 jaar lang werkte als redacteur. Daarnaast ging hij gedichten en cabaretteksten schrijven. Hij was bevriend met schrijver en tv-persoonlijkheid Godfried Bomans, over wie hij later de deelbiografie ‘Godfried, het leven van de jonge Bomans’ (1982) schreef.

 

Van der Plas was een oprecht katholiek, zij het niet kritiekloos. In de jaren zestig en zeventig rekende hij af met het katholieke juk van zijn jeugd, net als veel andere tekstschrijvers, conferenciers en liedjeszangers van katholieke afkomst, onder wie Robert Long en Jules de Corte. Hij schreef in die tijd het door Wim Sonneveld beroemd gemaakte ‘Frater Venantius’, ‘beter bekend als de Zingende Frater’. En hoewel deze aanstekelijke parodie op het ‘rijke roomse leven’ niet door iedereen met evenveel geestdrift werd begroet, werd ‘Zeg maar ja tegen het leven’ een gevleugelde uitdrukking.

Over de turbulente jaren zestig zei de schrijver zelf later:

 

Het heeft in veel gevallen voor bevrijding gezorgd, maar het heeft ook voor veel vergroving, vervlakking en verloedering gezorgd, verlies van smaak. Van stijl. Van historisch besef.’

 

Van der Plas was vertrouwd met het Nederlandse episcopaat en volgde het reilen en zeilen in het Vaticaan op de voet. Hij stond te boek als ‘de meest katholieke journalist’ die ‘de katholieke zaak’ wilde dienen. Het leverde hem in 1998 een eredoctoraat van de Katholieke Universiteit Nijmegen op. Van der Plas was een moderne katholiek die zich ook geregeld publiekelijk uitsprak. In 1985, toen Johannes Paulus II naar Nederland zou komen, was hij een van de prominente katholieken die wilden voorkomen dat de paus een al te eenzijdige kijk op het Nederlandse katholicisme zou krijgen. Net als theoloog Edward Schillebeeckx hield Van der Plas een bevlogen pleidooi voor een open katholicisme met oog voor de noden van de wereld én eigentijdse vormen van kerkviering.

 

Van der Plas schreef veel over ‘catholica’. Bovendien was hij een zielenherder, een pastor die zich medeverantwoordelijk voelde voor het geloofsleven van anderen. Hij huldigde zowel als journalist als pastor het adagium dat mensen in de omgang met anderen tegelijkertijd ‘nabijheid en distantie’ moesten betrachten. Zijn grote betrokkenheid met ‘de katholieke zaak’ bleek onder meer uit zijn open brieven aan paus Johannes Paulus II (1990).

Hij schreef ook de bundel ‘De man van Nazareth’ (1992), korte gebeden die samen een meditatieboekje vormen bij de vier evangeliën. In het oog springen verder zijn biografieën van katholieke kopstukken als Guido Gezelle, Joseph Alberdingk Thijm en Anton van Duinkerken. In een door Frank Verhallen geschreven monografie over zijn werk keek Van der Plas tevreden terug op zijn veelkantige oeuvre:

 

Ik heb al die verschillende genres met evenveel plezier, toewijding en, naar ik zelf vind, deskundigheid beoefend.’

 

Maar Michel van der Plas zal blijvend herinnerd worden aan ‘Tearoom tango’ (1966), waarvan hij op muziek van Harry Bannink de tekst schreef:

 

Toen ik jou de roze tearoom langzaam binnenschrijden zag,

Met je kaalgevreten bontjas en je arrogante lach,

Een afschuwelijk beeld van honger en ellende,

Vroeg ik me af hoe ik jou in ’s hemelsnaam herkende,

Maar toen iedereen jou nakeek met die blik van oh-la-la,

Dat moet vroeger iets geweest zijn van comme ça en ga maar na,

En de ober zelfs een buiging voor je maakte,

Toen voelde ik dat mijn verbittering ontwaakte,

En terwijl je stilstond bij ’t gebak,

Was ik de jongen weer wiens jongenshart jij brak,

 

refren’:

Je hebt me belazerd, je hebt me bedonderd,

En wat me nu na al die jaren nog verwondert,

Dat ik dat nooit vergeten zal al word ik honderd,

Je hebt me belazerd, je hebt me bedonderd,

 

’t Zal zo’n dertig jaar geleden zijn dat ik jou stil aanbad,

En in deze zelfde tearoom steeds op jou te wachten zat,

En wanneer je dan na uren was gekomen,

Noemde ‘k jou de schone diva van m’n dromen,

Na een jaar geheime liefde zei ‘k nog steeds eerbiedig “U”,

En ik mocht je af en toe eens kussen achter ’t menu,

Verder mocht ik niks ’t was verdomd een schijntje,

Je hield me steeds met je belofte aan ’t lijntje,

Tot ik plotseling ontdekte dat,

Jij wel twintig and’re tearoom-lovers had,

 

refren’

 

En nu zit je aan m’n tafeltje en vraagt me “mag ik thee”,

En je attaqueert wat taartjes en wat kijk je weer gedwee,

En je fluistert “jongen, haal me uit de nesten,

Want het is of heel de wereld me wil pesten”,

Je bent veel te dik gepoeierd en de mot zit in je hoed,

En ik zie ook dat je huilt zoals een slecht actrice doet,

Je pikt weer een sigaret en vraagt een vuurtje,

En je zegt achter je zevende likeurtje,

“Ach, je weet dat ik jou de liefste vond,

Geef me wat geld, boy, want ik zit vreselijk aan de grond”,

Dan zeg ik: “zit jij aan de grond?”,

 

Da’s heel belazerd, da’s reuze bedonderd,

Dat ik de liefste was is iets dat mij verwondert,

Vraag het die anderen maar, je had ‘r minstens honderd,

Ober, ober, goedemiddag,

Deze dame hier, ober, wou even alles afrekenen,

Ja, ‘k ben belazerd…

 

 

 

 

Juli, 2013

 

Een bekorte versie verscheen eerder in de kranten die zijn aangesloten bij De Persdienst.

UA-37394075-1