Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Milow: gedreven en gewiekst

Milow is in alles een popster nieuwe stijl. Hij treedt veel op, omringt zich met een kleine groep vertrouwelingen, regelt veel zelf en maakt intensief gebruik van sociale media om nauw contact te onderhouden met zijn fans.

 

Het blijkt dé sleutel te zijn voor het succes van de moderne popmuzikant, zoals te zien is in de muziekdocumentaire ‘Milow, from north to south’.

In dat muzikale filmportret toert de Vlaming onvermoeibaar door Europa, zien we hem optreden op festivals en tijdens intieme concerten, en houdt hij de afstand tot zijn fans zo klein mogelijk. Hij zit vrijwel dagelijks op Facebook, blogt en twittert en is voor aanvang van een concert niet te beroerd om de blauwbekkende concertgangers in een lange slingerende rij vanaf het dak van de concertzaal al gitaar spelend toe te zingen om het wachten draaglijker te maken.

De Belgische zanger en liedjesschrijver Jonathan Vandenbroeck (Borgerhout, 1981), het brein achter Milow, is vooral bekend van gevoelige en makkelijk in het gehoor liggende liedjes als ‘You don’t know’ en ‘You and me (in my pocket)’, die hem het imago bezorgden van een gedreven maar ook een tikje saaie en brave muzikant.

In 2008 verraste hij evenwel met zijn eigen versie van ‘Ayo technology’, oorspronkelijk een hit van de Amerikaanse rapper 50 Cent en Justin Timberlake. Die cover was eigenlijk bedoeld als grap en frivool tussendoortje en staat haaks op zijn eigen stijl, die meer verwant is met de Amerikaanse westcoastmuziek en de jarenzeventigpop van John Denver en James Taylor.

Het nummer werd een monsterhit en na het succes in België en Nederland volgden Duitsland, Zwitserland, Zweden, Denemarken, Frankrijk, Canada en zo verder. En nu lonkt voor Jonathan de Veroveraar de Verenigde Staten, waar hij onder meer in Los Angeles The Hotel Café bespeelde, hetzelfde podium als waar Adele ontdekt werd.

Uit het portret komt een ambitieuze muzikant naar voren die de lat steeds hoger wil leggen en daar niet moeilijk over doet: ,,Ik ben artiest, ik ben muzikant, ik schrijf liedjes en ik wil daar de wereld mee veroveren.” Zowel zijn familie (hij komt uit een warm nest) en een muziekleraar als journalisten en muzikale vertrouwelingen doen hun zegje over de leergierige Jonathan die al van jongs af aan wist dat hij muzikant wilde worden. Een innemend figuur, een toffe kerel, een workaholic, een volhardende selfmade man, die heilig in zichzelf gelooft en waarde hecht aan clips op YouTube om zijn muziek visueel te verrijken, een gewiekste artiest die zich steeds minder aantrekt van wat anderen van hem vinden.

Dat zijn zo’n beetje de kwalificaties van deze muzikant die zijn eigen plek heeft bevochten en zich een artistieke vrijheid heeft verworven die voor weinig andere (Belgische) muzikanten is weggelegd. Dat roept soms afgunst op, heeft hij ontdekt. Zeker in zijn eigen land, waar hij een haat-liefdeverhouding met de muziekpers heeft. De manier waarop die over hem schrijft jaagt hem geregeld op de kast, al komt dat in dit portret verder niet ter sprake.

Daarin zien we vooral een geliefd en zachtmoedige artiest die door zijn fans op handen wordt gedragen en door muziekcritici welwillend wordt bejegend. In de woorden van een popjournalist van de Belgische krant De Morgen: ,,Je kunt zeggen dat hij commerciële muziek maakt, maar hij maakt die wel op zijn eigen voorwaarden.”

 

Mei, 2012

UA-37394075-1