Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Neal Pollack, Goed gekleed de chaotische nacht in

De Amerikaanse schrijver Neal Pollack – type ruwe bolster, blanke pit – houdt ervan om mensen op stang te jagen. Ironie, de groteske overdrijving zijn daarbij, zowel in zijn verhalen en poëzie als in zijn publieke optredens, zijn handelsmerk. Dat levert zowel aanstekelijke verhalen op als een publiek dat zich kostelijk amuseert.

 

Dat dit echter ook wel eens minder feestelijk uitpakt, ondervond de schrijver in het Amsterdamse theater De Balie waar hij – met luide stem, op mild-spottende toon – ter gelegenheid van de Landelijke Gedichtendag geestdriftig pleitte voor het bombarderen van Irak.

 

Sterker, hij dreigde net zo lang zijn poëzie voor te dragen totdat iedereen zich vierkant achter Bush en de zijnen had geschaard. Een collega, de Irakese dichter Rodhan Al Galidi, raakte daarvan zo boven zijn theewater, dat hij met veel stampei van de organisatie eiste dat Pollack van het toneel zou worden verwijderd. Toen dat niet gebeurde, vertrok de stuurse Irakees naar zijn woonplaats Zwolle.

 

Pollack reageerde zoals je van hem op grond van zijn verhalen mag verwachten: laconiek. ‘Hij begrijpt niet dat ik het ironisch bedoel. Ik ben tegen de oorlog en ik heb niets tegen Al Galidi’, zei Pollack later, die de avond tevoren tijdens een ander optreden inderdaad precies het omgekeerde had beweerd, namelijk dat elk weldenkend mens een oorlog tegen Irak zou moeten afkeuren.

 

Hoe het zij, het is Pollack ten voeten uit. Hij is een schrijver die niet alleen opvalt door doldrieste verhalen. In zijn publieke optredens mag hij graag op lange tenen staan, waarbij hij het wapen van de ironie inzet. Een riskant wapen omdat wie zich van ironie bedient deze stijlfiguur feilloos moet beheersen. Pollack beheerst die, maar als je toehoorders de grens tussen ironie en ernst niet doorzien, kan het wapen zich gemakkelijk tegen je keren. En bereik je het tegenovergestelde van wat je beoogt.

 

OVERDRIJVEN EN BLUFFEN

 

Neal Pollack houdt van verwarring zaaien, hij schept er genoegen in om te irriteren. In ’zijn introductie’ bij zijn eerste, hier vertaalde boek ’Neal Pollacks Eeuwige liefde voor de brave burgers van Nederland (en België)’ leest, is het meteen raak. Hij overdrijft en bluft dat het een aard heeft, en pepert ons met veel bravoure in dat hij ‘de grootste levende Anerikaanse dichter is’. In een bijgevoegde tijdtabel doet hij er nog een schepje bovenop.

 

Op grond hiervan moeten wij concluderen dat hij eigenlijk een genie is – de grootste schrijver aller tijden – maar dat dit nog niet tot iedereen is doorgedrongen. Het geluk zij met ons, want wij, ’brave lezers in Nederland en België, kunnen dit meesterlijke proza – ’niet geschikt voor lezers onder de 18 jaar’ staat er op het omslag – en al die schitterende gedichten nu eindelijk in onze moerstaal lezen.

 

MET EEN VETTE KNIPOOG

 

Uiteraard wordt ons dit alles met een vette knipoog gepresenteerd. De ’ware’ Pollack is begin dertig. Hij is een voormalig journalist uit Chicago, die voortkomt uit ’de stal’ van de Amerikaanse schrijver Dave Eggers, die met zijn debuut ’Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit’ in één klap wereldberoemd werd. Met onder anderen de jonge schrijfster Zadie Smith, Rick Moody, Arthur Bradford en Matthew Klam publiceert Pollack onder anderen in McSweeney’s, het satirisch-literaire tijdschrift (ook op internet: www.mcsweeneys.net), dat een vergaarbak is voor jong literair talent.

 

Neal Pollacks Eeuwige liefde voor de brave burgers van Nederland (en België)’ bevat, volgens de schrijver, de beste verhalen uit ’The Neal Pollack anthology of American literature’. Daarnaast telt het meer dan twee dozijn gedichten uit ’Poetry and other poems’, die het – als rapteksten – op de bühne waarschijnlijk veel beter doen dan op papier. Pollacks verhalen, reportages, essays en brieven gaan vooral over de schrijver zelf, over zijn reizen, zijn ontmoetingen met de autochtone bevolking, over de vele vrouwen die stuk voor stuk voor hem vallen, en over hoe geweldig hij is.

 

PARODIE OP HET JOURNALISTIEKE METIER

 

In die vaak reportageachtige stukken parodieert hij het journalistieke metier. Hij reist als een zelfgenoegzame journalist, als een man van de wereld, alle continenten af, van Albanië naar Afghanistan, van Cuba naar Andalusië, van Colombia naar Rusland om zich van de toestand aldaar op de hoogte te stellen. Het zijn stukken met veelzeggende titels als ’Op Cuba vind je altijd wel een scharrel’ (hij vrijt er met een honderdjarige), ’Het juk van internetberoemdheid’, ’Ik heb met vijfhonderd vrouwen het bed gedeeld’, ’Die prachtige Russische sletten zijn geil’, ’Interview met mijn lesbische zus’, ’Special report: één man tegen de Taliban’, en ’Waarom zie ik er zo goed uit’, met een knipoog naar Nietzsche (’Ecce homo’). Pollack doet verslag, maar blijft verder een buitenstaander. Zoals hij in een verhaal schrijft: ’En terwijl de wereld om mij heen zich in de revolutie stortte, liep ik goed gekleed de chaotische nacht in’.

 

ZELFVERGROTING EN MYSTIFICATIES

 

Het resultaat van Pollacks groteske zelfvergroting en mystificaties is een mengsel van kostelijke verhalen, die soms lijden onder een teveel aan meligheid en een opzichtig vertoon van spierballenproza. Maar Pollack kan zich wel enige literaire overdrijvingen veroorloven, domweg omdat hij kán schrijven, al is hij nog (lang) niet de meester die hij zichzelf in gedachten heeft. Daarvoor vervalt hij te zeer in herhaling: hetzelfde stoere toontje, het maniertje, de pose. Een overdosis is vermoeiend.

 

Pollack is een typisch Amerikaanse schrijver, een beetje Bukowski, een beetje Philip Roth, een beetje Norman Mailer, een beetje Eggers. Maar het meest deed hij me nog denken aan ’onze eigen’ Herman Brusselmans, immers ook zo’n ster in het met veel bravoure (ironisch) uitvergroten van zichzelf.

 

Neal Pollack: ’Neal Pollacks Eeuwige liefde voor de brave burgers van Nederland (en België)’, vertaald door Oscar van Gelderen en Adriaan Krabbendam, 214 blz, uitgeverij Vassallucci.

 

Februari, 2003

UA-37394075-1