Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Nico Dijkshoorn speelt met vriendschap

In zijn flinterdunne Boekenweekessay ‘Verder alles goed’ varieert Nico Dijkshoorn op het Boekenweekthema ‘Vriendschap en andere ongemakken’. Dat doet de huisdichter en cynische dwarskop van ’s lands invloedrijkste culturele en politieke televisieprogramma De wereld draait door zoals we dat van hem gewend zijn: even ingetogen als onbehouwen.

 

‘Hier je vader, die kale met al dat haar’

 

Laten we er niet omheen draaien: als Nico Dijkshoorn niet wekelijks op televisie was in De wereld draait door zou hij als schrijver niet zo’n bliksemcarrière hebben gemaakt. Dat zegt niets over de kwaliteit van zijn werk, wel veel over het medium televisie. Een eerste proeve was zijn dichtbundel ‘Daar schrik je toch van: de eerste duizend gedichten’.

Het werd een bestseller, ongekend voor poëzie. Voor de prozaïsche poëzie van Dijkshoorn geldt doorgaans: je moet ervan houden. De fijnproever haalt er zijn schouders bij op, maar Dijkshoorns sonore stem en karakteristieke voordracht maken veel goed, ook al kan wat prettig en gevat in het gehoor klinkt op papier nogal pover blijken te zijn.

Onlangs verscheen zijn roman ‘Nooit ziek geweest’, over (de aftakeling van) zijn ouders. Een boek waarin hij met woorden zijn vader terug pest, zijn levenslange kwelgeest, in wiens streken de zoon zich overigens moeiteloos herkent, meer dan hem lief is. Zo vader, zo zoon. Ook dat boek verkoopt goed. Daar kijkt niemand van op. Het boek is bovendien autobiografisch en weinig stilt de bevrediging van een groot leespubliek vaak meer dan de privébesognes van bekende (tv-)gezichten.

Dat is de Stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek (CPNB), de organisator van de Boekenweek, evenmin ontgaan. In die zin is haar keuze voor Dijkshoorn om hem het Boekenweekessay van 2012 te laten schrijven – al is essay in dit geval een groot woord – verklaarbaar, zeker in tijden waarin artisticiteit en commercie (al dan niet gedwongen) steeds vaker samengaan.

In ‘Verder alles goed’ speelt Dijkshoorn vrijelijk met het thema van de Boekenweek. Zijn hoofdpersoon Scheut, het alter ego van de auteur, stuurt brieven en ansichten aan (ex-)vrienden en (ex-)vriendinnen, aan zijn dochter, aan zijn slager (als een soort running gage). Brieven die hij vaak besluit met een knorrig ‘verder alles goed’. Deze Scheut is een eenzame en eenzelvige, wat melancholieke, droeve figuur, die met reviaanse (zelf)spot en overdrijving meer kapot maakt dan hem lief is.

Hij zegt vriendschap op terwijl hij niet zonder kan. Hij is een antiheld met een grote mond maar een klein hartje. Een cynische bikkel die niet alleen naar het café durft en in een vreemde stad met zijn ziel onder zijn arm loopt. Hij is even onbeholpen als rusteloos en maakt zich op een verre tropische vakantie vooral druk over zijn huisdier (een cavia, jawel) waarop de buurman past.

Dezelfde Scheut fileert ook op snedige wijze de tekst van ‘Vriendschap’ (is een illusie), een jarentachtighit van Het Goede Doel. Vele andere (korte) brieven zijn vooral melig. Nieuwe inzichten op het thema vriendschap levert het niet op.

Verrassender zijn de (niet verstuurde) brieven van Scheut aan zijn dochter: ‘Hier je vader. Die kale met al dat haar’. Hij laat haar verrukt weten blij te zijn dat hij tijdens haar feestje niet het eigen huis uit hoeft en zich vrij tussen haar vrienden door mag bewegen. Al vindt hij wel dat ze hem moet blijven zien als haar vader, niet als een soort vriend: ‘Ik heb een enorme hekel aan vaders die geforceerd modern gaan lopen doen als er vrienden van hun kinderen binnenkomen.’ In deze brieven bewijst Dijkshoorn over een epistolair talent te beschikken, waarin ernst en luim voorbeeldig samengaan.

 

Maart, 2012

 

UA-37394075-1