Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

‘Niemand heeft Hugo Claus helemaal gekend’

Hugo Claus brengt nog altijd pennen en tongen in beroering. Zijn vijfde sterfdag, 19 maart, is aanleiding voor tal van uiteenlopende publicaties en activiteiten, in Vlaanderen, maar ook in Nederland.

 

De overweldigende aandacht zou hem zelf in hoge mate hebben verbaasd. Hugo Claus (1929-2008) ging er voetstoots vanuit dat hij na zijn dood, net als de meeste schrijvers en kunstenaars, BN’ers en BV’s, snel zou zijn vergeten. ,,Wie kan het echt wat schelen als ik er niet meer ben?” zei hij. ,,Ik denk dat ik die mensen op de vingers van één hand kan tellen.’’

Hij zou het beslist plezant hebben gevonden dat hij rond zijn vijfde sterfdag het stralende middelpunt is van een stroom nieuwe publicaties en hommages van collega’s en andere bewonderaars. Niet eens zozeer vanwege het tot de verbeelding sprekende leven dat hij leidde, maar om zijn grote artistieke gewicht.

Waar Claus was, was opwinding, ophef of een stevige rel. De Vlamingen wisten vaak niet wat ze met hun veelschrijvende landgenoot, met die balsturige dwarskop, aanmoesten die hun een spiegel voorhield. De vrede lijkt inmiddels getekend. Hij wordt op incidentele tegenstanders in de marge na in brede kring bewonderd en bewierookt.

Debutant

Claus was zijn tijd vooruit. Tegenwoordig moeten ook schrijvers en kunstenaars de beslotenheid van hun werkkamer nu en dan verlaten om zichzelf te verkopen. Claus wist dat als 19-jarige debutant al. En mede dankzij zijn vrouwen, onder wie de actrices Sylvia Kristel en Kitty Courbois, had hij over aandacht van de media in zowel België als Nederland niet te klagen. Hij wist ze leep met een natte vinger te lijmen, al had dat op zijn werkwijze nauwelijks enige invloed. Hij bleef de concessieloze kunstenaar die zijn eigen weg ging.

Twee jaar geleden was er heisa rond zijn erfgenamen. Zijn zonen Thomas Claus en Arthur Kristel probeerden het postuum verschenen boek ‘De wolken’ uit de handel te nemen. Volgens hen schond het boek, dat een weldadig allegaartje bevat uit het persoonlijke archief van Hugo Claus, de privacy van hun vader. De rechter stelde de zonen in het ongelijk. Het blijft gissen hoe Claus op de actie van zijn zonen zou hebben gereageerd, maar de quasi nonchalante artistieke duizendpoot die zelf alles aanvaardde wat anderen over hem zeiden en schreven zolang er maar aandacht was, zou daarbij op zijn minst zijn wenkbrauwen hebben gefronst.

Klassieken

Hugo Claus dankt zijn faam aan zijn romans. Hij verrijkte het Nederlandstalige toneel met klassieken als ‘Een bruid in de morgen’ en ‘Vrijdag’. Hij was regisseur (toneel en films) en beeldend kunstenaar. Dat ook zijn beeldende werk nog in trek is, bleek op een veiling twee jaar geleden in Amsterdam toen daarvoor grof geld neergeteld werd.

Maar Hugo Claus was in de eerste plaats dichter, een van de grootsten. Zijn gedichten vol staf- en binnenrijmen, alliteraties en rijke metaforen leek hij achteloos uit zijn mouw te schudden. Claus schreef veel, heel veel. ,,Omdat de kans dan groter wordt dat er een paar goeie regels bij zijn”, zei hij daarover. Daardoor werd de kans op missers óók groter. Misschien is zijn werk daarom wel zo wisselend van kwaliteit. Daar komt bij dat een aantal titels hun glans hebben verloren doordat de thematiek gedateerd aandoet, zoals de straffe afrekening met het ooit alom aanwezige katholicisme en de Vlaamse kleinburgerlijkheid. Het kwam niet in zijn hoofd op om níet te schrijven. ,,Ik denk dat ik behoorlijk heb gewerkt, maar Voltaire heeft tien keer zoveel als ik geschreven.” Nee, tijd om tevreden, zelfgenoegzaam of voldaan achterover te leunen, gunde hij zichzelf niet. Het kon altijd beter of anders. Als hij iets had afgerond wendde hij zich ervan af ‘als een hond van zijn excrementen’.

Hooggebergte

Zijn oeuvre is een hooggebergte. Het omvat naar verluidt ruim zevenhonderd (!) zelfstandige werken: reguliere publicaties, bibliofiele edities, eerste drukken en herdrukken. En het aantal publicaties met werk van en over Claus neemt nog jaarlijks toe. De eerste nieuwe publicatie rond zijn vijfde sterfdag is ‘Je buik van pimpelmees’, waarvoor zijn weduwe, Veerle Claus, in het rijke dichtwerk van haar man spitte naar amoureuze verzen. In haar bloemlezing nam ze klassieke hits op als ‘Ik schrijf je neer’, de indrukwekkende lange cyclus ‘Nu nog’ en de schitterende reeks titelloze sonnetten.

Geen poëzie in de lage landen is zo rijk en veelzijdig als die van Claus – zijn verzameld dichtwerk telt meer dan tweeduizend gedichten. Melige verzen en flauwe rijmelarijen staan bij hem ongegeneerd naast superieure sonnetten en prachtige liefdeslyriek. Het boerse en het verhevene gaan hand in hand met het alledaagse en mysterieuze. De liefdespoëzie in ‘Je buik van pimpelmees’ geeft daarvan een mooie proeve. De manier waarop Claus over de liefde schreef in verzen die dampen van lust en zinnelijkheid, kwam hem in de jaren zestig en zeventig nog op opgewonden kritiek van feministen te staan. Kritiek die hij op zijn clausiaans pareerde: ,,Ik beperk me in mijn boeken helaas nogal dikwijls tot de libido. In het dagelijkse leven ben ik zeer feministisch, maar tot mijn verbijstering is de vrouw in al mijn boeken een klassiek mengsel van moeder en hoer.”

Ongrijpbaar

Jammer is dat Veerle Claus haar keuze niet toelicht. De liefhebber had graag iets gelezen over de rol die de dichtkunst in het dagelijks leven van haar man had gespeeld. In een interview met het Belgische omroepblad Humo zei ze kort na zijn zelfverkozen dood wel dat haar man ook voor haar grotendeels ongrijpbaar was gebleven. ,,Niemand heeft Hugo ooit helemaal gekend”, zei ze. ,,Ik ook niet. Hij heeft een deel van zichzelf altijd ontoegankelijk gehouden.” Dat had volgens haar ook zo zijn charme. ,,Die wolk van leugentjes waarin hij zich graag hulde en dat verhullende spel dat hij almaar speelde, maakten hem op z’n minst mysterieus.” Wrang was dat hij zich tijdens zijn ziekte, toen hij aan alzheimer leed, ,,veel meer heeft laten kennen dan ooit zijn bedoeling is geweest”.

Dezer dagen verschijnen bij De Bezige Bij, die nagenoeg al het literaire werk van Claus heeft uitgegeven, veel herdrukken van zijn romans. Daaronder een oogstrelende jubileumeditie (35e druk) van zijn dertig jaar geleden gepubliceerde magnum opus ‘Het verdriet van België’. Deze Grote Belgische Roman is inmiddels uitgegroeid tot een klassiek werk uit de naoorlogse letteren. Het is een familieroman over de oorlogsjeugd van de schrijver in spe Louis Seynaeve, waarin het niet zozeer gaat om goed en fout, schuld en schuldgevoel, maar om collaboratie, en wordt de Vlaamse hypocrisie en katholieke kleinburgerlijkheid ontmaskerd.

Het boek wordt in ‘Kleine encyclopedie van Het Verdriet’ van alle kanten met warmte belicht door schrijvers als Maarten ’t Hart (over katholicisme en Jezus), A.F.Th van der Heijden (collaboratie en Oedipus), Jan van Mersbergen (zwijgen en overleven), Alfred Schaffer (nonnenscheetjes, plagiaat, soldatenkoeken), Peter Buwalda, Jan Cremer, Cees Nooteboom, Manon Uphoff en Peter Verhelst.

‘Het verdriet van België’ is niet alleen een rijke maar ook een lastige roman, zeker voor wie het universum van Claus niet vertrouwd is. Voor die lezers vormen dunnere en toegankelijkere romans als ‘De Metsiers’, ‘Omtrent Deedee’, ‘Het jaar van de kreeft’ of ‘De geruchten’ er een goede opstap toe.

Bewondering

Marc Didden, een erkend kenner en bewonderaar van Claus, betuigt in een lijvige ‘brief’ zijn mateloze bewondering en liefde aan Hugo Claus, die hij zijn vriend mocht noemen. Het nadeel van veel huldeblijken is dat blinde adoratie het zicht op de kunst nogal eens vertroebelt. Dat Claus ook een erudiet kunstenaar was die de (politieke) waan van de dag op de voet volgde, blijkt uit de essays in ‘De plicht van de dichter’. Hij prikte met vilein genoegen het politieke gekonkelfoes in achterkamertjes door, net als de achterklap aan de toog en de hypocrisie van de clerus.

De Belg Gerard Mortier houdt op 17 maart de Hugo Claus-lezing. In 2010 voerde de vorig jaar overleden Gerrit Komrij het woord. Die vatte voorbeeldig het verschil tussen Claus en de meeste andere schrijvers samen: ‘Sommige literatuur past alleen bij een fase van je leven. Naar het werk van Claus groei je toe en naar het werk van Claus keer je steeds terug.’

 

De genoemde uitgaven: alle uitgeverij De Bezige Bij. www.debezigebij.nl.

 

Januari 2013

In verkorte versie gepubliceerd in de kranten van De Persdienst.

 

Classicus

 

Opnieuw heeft Liefde met zijn gouden krullen

mij uit het bed getrapt.

 

Mijn lief ligt daar, ligt klaar,

klaar wakker voor een venijnige krijger,

niet voor een geblutste, gebluste klerk als ik.

 

7 jaar geleden heeft Liefde met zijn gouden mond

toegeslagen, zijn vingers in mijn nek.

Die nacht werd mijn haar wit van schrik.

 

Zij ligt zich op het bed te rekken.

Ik wou dat Liefde met zijn gouden ballen

haar kwam dekken,

kwiek klassiek er boven op,

maar Liefde zelf is een matte minnaar

en een snob.

 

Hugo Claus

(uit: ‘Je buik van pimpelmees’)

 

Rendez-vous

 

Je zegt nog eens: Dag en Goedenavond.

De woorden komen met de scheve gang

Van de schildpad in de keuken op mij af.

De veertien apen in de tuin

Staan bij mekaar te schreien in de regen

En schuilen onder de rabarberbladeren.

 

De ijzerdraad die tegen de zwartberookte muren slaat

Als het heel hard waait.

De laatste sigaret. De rook. De asse.

Wij hebben nog 30 jaar te leven

En daarna nog eeuwen.

 

De lift slaat aan. De stappen in de gang.

Ik beef heel even. Je zit nu achter tralies

En komt aan mij niet meer voorbij.

 

Hugo Claus

(Uit ‘Je buik van pimpelmees’)

 

UA-37394075-1