Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Opkomst en ondergang van het Nationaal Historisch Museum

Voordat het goed en wel kon starten is het Nationaal Historisch Museum zelf geschiedenis geworden. Hoe kon wat begon als een ambitieus project met een breed draagvlak zo ontaarden in een klucht en een drama, in een deerniswekkende soap met een weinig verheffende rol voor bestuurlijk en politiek Nederland?

 

Filmmaker Michiel van Erp probeert daarop een antwoord te geven in zijn lange documentaire ‘Moderne hutspot – opkomst en ondergang van het Nationaal Historisch Museum’. Hij volgde de hoofdpersonen zo’n vier jaar lang op de voet. Niet alleen het directieduo Valentijn Byvanck (oud-directeur Zeeuws Museum in Middelburg) en Erik Schilp (oud-directeur Zuiderzeemuseum in Enkhuizen), ook veel andere betrokkenen.

 

POSTMODERNE HUTSPOT IN BESTUURLIJK MOERAS

Van Erps film geeft een soms onthutsend beeld van bestuurlijk Nederland, van een politiek en bureaucratisch moeras van tegenstrijdige belangen en botsende ego’s. Die zaten elkaar zo in de weg dat uiteindelijk in de zomer van 2011, toen het enthousiasme allang was verdampt, de stekker eruit werd getrokken.

 

En het begon allemaal zo glorieus, in 2006, toen de handen alom op elkaar gingen voor een Nationaal Historisch Museum (NHM) of Huis van de Geschiedenis. Min of meer na de oproep in een Kamerdebat van de toenmalige SP-leider Jan Marijnissen, die verwees naar Geert Maks woorden: ‘Wie het verleden kwijtraakt, verliest ook de greep op de toekomst.’

 

In Arnhem werd de champagnefles opengetrokken omdat de stad als vestigingsplaats was uitverkoren: naast het Nederlands Openlucht Museum (NOM) – de combinatie van die twee musea leek velen ideaal. Maar de NHM-directie had haar zinnen gezet op een nieuw museum bij de John Frostbrug, bekend van de Slag om Arnhem. Zij wilde ook de canons loslaten en zich meer richten op thema’s dan op jaartallen.

 

WEINIG POLITIEKE RUGGESPRAAK

De toenmalige cultuurminister Ronald Plasterk (PvdA) steunde de NHM-directie, maar hij hield te weinig politieke ruggespraak en dat brak hem op, zoals hij in de film toegeeft. Kamerlid Martin Bosma, wel de ideoloog van de PVV genoemd, viel vooral over het verleden van Schilp bij het Zuiderzeemuseum, waar deze de reputatie verwierf van een eigengereide directeur.

 

,,Dat museum, Hollands, op een gezonde manier kneuterig, toverde hij om tot een soort postmodern museum met veel design en hippe kleding”, zei Bosma. De achterdochtig geworden Marijnissen haakte daarop in door ,,geen postmoderne hutspot van vijf willekeurig gekozen thema’s” te willen, ,,maar chronologie, zodat iedereen het kan volgen.”

 

Vanaf dat moment begon het project een eigen leven te leiden, los van de oorspronkelijke ideeën. Het ontaardde in een discussie over de locatie en het uitgangspunt raakte ondergeschikt aan een politiek schimmenspel. Meer dan eens, zo blijkt uit de film, overwoog het directieduo vertwijfeld de handdoek in de ring te gooien. De vermoeidheid is op hun gezichten af te lezen.

 

ALLEMAAL SPIELEREI

,,Het is net als met een relatie waarvan je al lang weet dat het uit is voordat dit gezegd is”, zegt Schilp in de zomer van 2009. Toch gaan ze onverdroten voort. Vermoeid, maar nog niet verslagen. Opvallend is dat daarna Marijnissen als een soort politieke verkenner voor de directie gaat optreden. Een bezoek aan het Zuiderzeemuseum was leerzaam geweest, is zijn verklaring: ,,Dat Schilp sommige huisjes had opgetooid met kledingstukken vonden sommige mensen niet gepast. Ik vind het spielerei, het doet niets af van het museum zelf.”

 

PROOI IN DE FUIK VAN BEZUINIGINGEN

Het project is terug bij af als blijkt dat de kosten van de ondergrondse parkeergarage van het NHM naast het NOM veel hoger uitvallen dan geraamd. Het nieuwe museum vindt tijdelijk onderdak in de Zuiderkerk in Amsterdam. Een mogelijke vestiging in paleis Soestdijk wordt tegengehouden door CDA-minister Donner. Een virtueel museum, de laatste stuiptrekking, ging op 1 januari op zwart.

 

In het licht van deze ‘postmoderne hutspot’ kun je vaststellen dat er op het project van meet af aan weinig zegen rustte. Hierdoor werd het Huis van de Geschiedenis voor het kabinet-Rutte een gemakkelijke prooi in de fuik van de bezuinigingen. Het imago van Schilp droeg daar aan bij. En hoewel de documentaire een genuanceerder beeld geeft, bleef hem dit aankleven.

 

Het Uur van de Wolf: ‘Postmoderne hutspot – opkomst en ondergang van het Nationaal Historisch Museum’, NTR.

 

Januari, 2012

UA-37394075-1