Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Jan Siebelink, opstuikingen in het landschap

Jan Siebelink (1938) blijft in zijn roman ‘Knielen op een bed violen’ dicht bij huis: op de Veluwe waar hij zelf opgroeide. Hier begint het leven van zijn hoofdpersoon Hans Sievez, wiens leven wordt getekend door het zuivere geloof van de oude vaders.

 

Deze Sievez groeit op in een arm kerkdorp nabij Velp in het Gelderse veenlandschap, waar voor de oorlog de mannen veroordeeld zijn tot werk op de steenfabriek. Hans’ vader is een steile calvinist, voor wie de hervormde kerk te vrijblijvend is en het zuivere geloof vindt bij schippers. De astmatische Hans is een moederskindje, zijn streng gelovige vader boezemt hem met de dag meer angst en afkeer in. Als zijn moeder plotseling sterft en bovendien zijn konijn wordt geslacht, neemt hij een vermetel besluit: Hij vertrekt, om na omzwervingen in Den Haag weer terug te keren naar Velp om met zijn grote liefde Margje een eigen kwekerij op te zetten. Maar het zit het gezin niet mee, het wordt voortdurend op de proef gesteld. Hans raakt in de ban van de Heere en treedt op een sluipende manier in de voetsporen van zijn onbuigzame vader. Vrouw en kinderen gaan ernstig gebukt onder zijn fundamentalisme. En zo is de kring weer rond.

Zo verteld is het verhaaltje dun. Maar daarmee zou Siebelinks boek tekort worden gedaan. Want ‘Knielen op een bed violen’ behoort tot de boeiendste romans die de laatste jaren over dit ogenschijnlijk uitgekauwde thema in de Nederlandse literatuur zijn verschenen. Het blinde fanatisme van de orthodox of radicaal gelovige leek een relict uit vervlogen tijden, waaraan men schouderophalend voorbij kon gaan. Niets is minder waar, het onderwerp lijkt actueler dan ooit.

Het is een boek dat past in het genre waarin Maarten ’t Hart en Jan Wolkers schitterden, zij het dat Siebelink in zijn boek nadrukkelijk geen rekening te vereffenen heeft met zijn calvinistische jeugd of het rigide geloof der mannenbroeders. Hij veroordeelt niet, hij toont overtuigend aan hoe ver mensen in hun fanatisme, in iets wat van alle tijden is, kunnen gaan. Maar meer nog doet het denken aan ‘De laatste dagen’ (2003) van Arjan Visser, een allerwegen geprezen en bekroond boek, dat óók laat zien waartoe een diep en onverzoenlijk geloof kan leiden.

Het taalgebruik van ‘Knielen op een bed violen’ is soms licht archaïsch, met zinnen als ‘opstuikingen in het landschap’ en het ‘zacht broezende geluid van wegstromend water’ in het veen. Siebelink blijft dicht op de huid van zijn personages. Mooi is de wijze waarop hij de kleine Hans eerst laat vluchten in zijn jongensfantasieën – en heel geloofwaardig laat praten met dieren – om hem vervolgens na een familiedrama daadwerkelijk als een dief in de nacht uit het ouderlijk huis te zien wegsluipen.

Hoe sober de taal ook is, zeker vergeleken met de stilistische krullen van Visser, er is altijd een sfeer van dreiging en spanning die dit proza opstuwt en ervoor hoedt dat het verhaal inzakt. En dat is knap voor een boek van bijna 450 bladzijden.

In een interview liet Siebelink weten dat hij voor dit boek royaal uit zijn eigen ervaringen heeft geput. Hans Sievez is gemodelleerd naar zijn eigen vader, die zich inliet met de volgelingen van de rechtzinnige predikant Paauwe uit Bennekom. Meer dan in zijn vorige boeken spreekt uit deze typisch Nederlandse roman dan ook een noodzaak, een heilig moeten: dit móest en zou geschreven worden. Met ‘Knielen op een bed violen’ heeft Jan Siebelink zichzelf overtroffen.

 

Jan Siebelink: Knielen op een bed violen. Uitgeverij De Bezige Bij, 445 blz.

 

Februari, 2005

UA-37394075-1