Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Paul Biegel, een klassiek sprookjesschrijver

Paul Biegel (1925-2006) is bijna acht jaar dood, maar zijn werk is springlevend. Vandaag (25 maart) op ‘Biegeldag’, op de geboortedag van een van ’s lands beste jeugdboekenschrijvers ooit, wordt de vijftigste verjaardag gevierd van zijn beroemdste en misschien meest (voor)gelezen boek: ‘Het sleutelkruid’.

Dat boek bezegelde in 1964 zijn definitieve doorbraak. Het verhaal was bedoeld als Biegels bijdrage voor een reeks kinderverhalen. Zijn uitgever vond het manuscript echter veel te dik. Die zette zich geërgerd en zuchtend aan het lezen, maar kon niet meer ophouden, Na veertig bladzijden schreef hij de beginnende schrijver Paul Biegel: ‘Het is meesterlijk.’

Het Sleutelkruid’, waarin de doodzieke leeuwenkoning Mansolein in leven wordt gehouden met verhalen van zijn onderdanen, met een knipoog naar ‘De vertellingen van duizend-en-één-nacht’, werd bekroond als het beste kinderboek van 1964. Biegel had over prijzen en onderscheidingen sowieso geen klagen. Hij ontving talrijke Griffels, twee keer de Woutertje Pieterse Prijs, een nominatie voor de Christian Andersen Prijs (de grootste internationale prijs voor jeugdliteratuur) en hij was geridderd in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Zelf noemde hij zich ‘een ouderwets sprookjesschrijver’, hoewel zijn spookjes en verhalen vol tover tegenwoordig eerder fantasyverhalen genoemd. Met Tonke Dragt gaf Biegel het Nederlandse fantasyverhaal een eigen karakter in een klassieke setting. Nogal wat (kinderboeken)schrijvers zijn schatplichtig aan Biegels werk, onder wie Jacques Vriens, Sjoerd Kuyper, Dolf Verroen, Edward van de Vendel, Bibi Dumon Tak en Jan Terlouw. Een aantal treedt nu en dan met overtuiging in zijn voetsporen, onder wie Kuyper met ‘De rode zwaan’ en Biegel-bewonderaar Thijs Goverde met ‘De wraak van de meesterdief’. Maar de meester zelf blijft in het fantasygenre onovertroffen.

Biegels werk, dat zich onderscheidt door een magische sfeer en dwingende vertelstem, leent zich uitstekend om te worden voorgelezen. En zijn boeken doen het bij de jeugd nog steeds goed. Dat heeft behalve met de tijdloze vertelling te maken met de vele ouders, onderwijzers en bibliothecarissen die zelf warme herinneringen koesteren aan zijn werk. Vooral ‘De kleine kapitein’ is favoriet, een avonturenverhaal met een naar Odysseus gemodelleerde hoofdpersoon.

 

 

Biegel was zelf het meest gecharmeerd van de zwarte spookjes ‘De tuinen van Dorr’ (1969) en ‘De soldatenmaker’ (1994), waarin de verteller geen mededogen voelt met de lezer en deze meevoert naar het onafwendbare slot. In ‘De soldatenmaker’ voert hij een jongen op wiens tinnen soldaatjes hem in een bloedige oorlog slepen en hem voor onontkoombare dilemma’s plaatsen.

 

IK BEN MEER EEN MAN VAN MUZIEK DAN VAN LITERATUUR.’

 

Paul Biegel wilde na het lyceum liefst pianist geworden. ‘Ik ben meer een man van muziek dan van literatuur,’ zei hij. Maar bij gebrek aan voldoende talent moest hij allerlei andere ambachten uitoefenen. Hij was opmaakredacteur, omroepjournalist, verslaggever bij een persdienst en redacteur bij een uitgever.

Als maker van stripverhalen schreef hij, voor de studio van Marten Toonder, eind jaren vijftig ‘Kappie’. Intussen studeerde hij rechten, probeerde hij zijn pen en debuteerde hij in 1962 met ‘De gouden gitaar’. Biegels leermeester was Marten Toonder, ook zo’n groot verhalenverteller die met een eigen idioom een even helder als raadselachtig universum schiep.

Maar uiteindelijk ging het bij Biegel altijd om de taal, om het toveren met woorden. Daarna kwamen een spannend plot en een aansprekende held. Taal maakt een verhaal. Een verkeerd gekozen woord en de zin valt om. ‘De taal is negentig procent van waarmee ik bezig ben,’ zei hij. En een verhaal moet ‘als een hond zijn, niet als een pop. Het moet zelf bewegen, niet te veel bewogen worden.’ Biegel, die een oeuvre naliet van vijftig jeugdboeken, liet de taal zingen, wat ongetwijfeld ook met zijn passie voor muziek te maken had.

 

MIJN BOEKEN DRUKKEN UIT HOE WEINIG IK VAN HET LEVEN BEGRIJP.’

 

Biegels schrijverschap was een succes, maar het leven vond hij zwaar. Hij had een moeilijke jeugd en hij ging gebukt onder de oorlogsjaren, zijn mislukte huwelijk, zijn homoseksuele geaardheid en de zelfmoord in 1992 van zijn 28-jarige zoon. Zijn verhalen vormden min of meer een vlucht uit de werkelijkheid, uit een bestaan dat hij niet begreep en dat hij ook niet wilde of kon begrijpen. Tegelijk was dat leven, of de ongrijpbaarheid ervan, een onuitputtelijke inspiratiebron. ’Mijn boeken drukken uit hoe weinig ik van het leven begrijp,’ zei hij. Zijn hoofdpersonen gaan op weg naar het begin en het einde van de wereld en stuiten op hun ontdekkingstocht op grote levensvragen. Daarbij werd Biegel gedreven door wat het motto uit ‘De tuinen van Dorr’ is: ‘Wie zoekt vindt, maar niet altijd wat hij zoekt’.

 

DE ESSENTIE VAN SPROOKJES IS VAAK DE DIEPSTE MENSELIJKE WERKELIJKHEID.’

 

Biegels sprookjeswerelden en fantasieverhalen als ‘Het Sleutelkruid’, ‘De Tuinen van Dorr’ en ‘Nachtverhaal’ (1992) – alle drie gegoten in de vorm van een raamvertelling – worden bevolkt door herkenbare zoekende zielen met herkenbare gevoelens en gedachten. Personages die net zo goed in een ver verleden, in het heden als in de verre toekomst zouden kunnen leven. Voor Biegel gold dat ‘de essentie van sprookjes vaak de diepste menselijke werkelijkheid is’.

De kracht van veel van Biegels verhalen is dat ze generatie op generatie gelezen kunnen blijven worden en in die zin al klassiek zijn. Al was Biegel van die kwalificatie zelf niet overtuigd. Hij zei tegen Sonja Barend ooit: ‘Op een goed moment ben ik ineens ouderwets geworden. Dan zeggen de mensen: o, die Biegel, nee, gooi maar weg.’ Voorlopig is die vrees ongegrond gebleken.

 

In de Biegel Bibliotheek van uitgeverij Lemniscaat zijn elf van zijn beste boeken uitgebracht in luxe uitgaven met linnen ruggen en tekeningen van uiteenlopende illustratoren. De toneelvoorstelling ‘De kleine kapitein’ door Van Engelenburg Theaterproducties gaat in reprise. www.lemniscaat.nl

 

Maart 2014

 

Het portret verscheen in bekorte versie in kranten die zijn aangesloten bij De Persdienst/Wegener.

 

UA-37394075-1