Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Paul van Vliet: ‘Ik zag mensen omvallen van het lachen’

Paul van Vliet zag een paar keer de dood in de ogen. Hij ontsnapte op wonderbaarlijke wijze. Nu staat de cabaretier, zanger en theaterman met een grote staat van dienst en sinds 1992 goodwill-ambassadeur van Unicef, met Anne Wil Blankers in de theaterhit ‘Liefdesbrieven’. ,,Je moet humor ernstig brengen, anders is het niet leuk.’’

 

Paul van Vliet – rijzig als altijd, innemend en in alles een heer – speelt in ‘Liefdesbrieven’ een man die veel te verduren heeft. Een rol die hem past als een oude jas omdat hij zelf ook een en ander voor zijn kiezen heeft gekregen. Daar is hij heel openhartig over. ,,Ja, ik ben een nier kwijtgeraakt’’, zegt de theatercoryfee met zijn karakteristieke warme stem en beschaafde dictie. ,,Dat was even slikken. Het zag er aanvankelijk slecht uit. Maar mijn leven kantelde van grote wanhoop naar intense vreugde toen de chirurg zei: ‘Maak je geen zorgen, ik hoef je nooit meer terug te zien.’ Het was godzijdank een goedaardig gezwel, en dat komt zelden voor, bij een op de honderdduizend. Dus heb ik geluk gehad.’’

 

,,Je denkt even dat je dood gaat en dat gaat dan even 

niet door. Het zijn aanslagen op je weerbaarheid.”

 

Bij die ene tegenslag bleef het niet. ,,Nee, ik heb nog een paar tikken gehad. Ik had een longontsteking die verkeerd was ingeschat, waardoor ik met loeiende sirene halsoverkop naar het ziekenhuis moest en er op het nippertje doorheen gesleept ben. Het was een medische miskleun. Daar schrik je behoorlijk van.’’

Verwerken

U staat nu anders in het leven? ,,Je neemt je voor om elke dag te benutten. Maar dat voornemen slijt als de eerste schrik voorbij is. Dat is menselijk. Nadat mijn nier was verwijderd wilde ik zo snel mogelijk weer spelen. Je denkt even dat je dood gaat en dat gaat dan even niet door. Het zijn aanslagen op je weerbaarheid. Achteraf gezien had ik misschien langer moeten terugtreden om dat te verwerken.’’

Enkele jaren geleden is Van Vliet wel gestopt met zijn grote shows. ,,Ik wilde geen premières meer, geen grote tournees. Ik blijf wel spelen voor Unicef. Ik speel nog allerlei voorstellingen, soms met een groot orkest, soms alleen, soms wat op mijn pad komt wat ik mooi of interessant vind. Zoals ‘Liefdesbrieven’ met Anne Wil Blankers, dat is zo’n geschenk. Het grote voorrecht is dat we maanden achtereen in Den Haag kunnen blijven spelen. We hoeven niet op reis, niet in de file te staan. Zo’n theater als de Koninklijke Schouwburg gaat als een jas om je heen zitten.’’

 

,,Ik heb mensen van wie ik hield verloren, ik heb grote  successen geboekt en teleurstellingen moeten incasseren. Zo gaan die dingen in een mensenleven.”

 

Van Vliet, geboren in Den Haag in 1935, kan als mens én geliefd cabaretier terug kijken op een enerverend leven, met hoogte- en dieptepunten. ,,Ik heb mensen van wie ik hield verloren, ik heb grote successen geboekt en teleurstellingen moeten incasseren. Zo gaan die dingen in een mensenleven. In het oude Korea wordt de zestigjarige op een troon gezet en door het dorp geëerd. Hij wordt geacht alles van het leven een keer te hebben meegemaakt. Hij wordt opgenomen in de kring van wijzen en tot zijn dood geraadpleegd. Ik vind ook dat alles wat ik nu op het toneel doe, maar ook daarbuiten, heel erg bij mijn leeftijd moet horen.’’

,,Ik kan nu op het toneel staan met bijna niks. Wim Sonneveld zei: ‘Je moet eerst gewoon leren staan voordat je gek kan gaan zitten.’ Dat is zó waar. Mensen gaan meteen gek zitten. Wie kan dat, gewoon staan? Toon Hermans, ja, die kon dat, die kon als geen ander gewoon op het toneel staan.’’

Talent

Wat vindt de theaterman, wiens oudejaarsprogramma in 1977 bijna zeven miljoen kijkers trok, van het huidige cabaret? ,,Cabaret is ongekend populair, zorgt altijd voor volle zalen. Dat is voor het genre fantastisch. Voor de omzet van de theaters is dat van groot belang. Maar doordat gemeenten strenger zijn geworden gaan theaters minder risicovolle voorstellingen programmeren. In de breedte is dat een verarming.’’

 

 ,,Er is veel talent, maar het wordt te vroeg voor de leeuwen gegooid.”

 

,,Ik vind wel dat er nu teveel cabaretiers zijn. Ze kunnen ook niet allemaal goed zijn. Er is veel talent, maar het wordt te vroeg voor de leeuwen gegooid. En als je te vroeg wordt opgetild, kun je ook harder vallen. Het cabaret lijkt ook teveel op elkaar. Teveel stand-upcomedians, teveel dezelfde soort humor, teveel cabaretiers die grof zijn om het grove en daarin tegen elkaar gaan opbieden.’’

,,Een grote verrijking van het Nederlandse culturele klimaat zijn de allochtone cabaretiers, als ik ze zo mag noemen. Die maken zelf de grootste grappen over hun roots, harder dan wij ooit zouden durven. Ze hebben zelfspot, ze nemen ook hun eigen wortels en karakteristieken op de hak. Dat is zo bevrijdend, verbroederend, prachtig. Als er iets bijdraagt aan de integratie is dat wel de humor, als je om elkaar kunt lachen.’’

Onemanshows

In dertig jaar maakte hij elf grote succesvolle onemanshows waarmee hij lange tournees maakte door Nederland en Vlaanderen. Is er een cabaretier die in uw voetsporen is getreden? ,,Nee, dat is het gekke, die is er niet. De huidige cabaretiers oefenen het vak beperkt uit, vind ik. Een grote onemanshow om het theater optimaal te gebruiken, zoals ik dat deed, totaaltheater met liedjes, verhalen en conferences, komische types, theatertechniek en een liveband op het toneel, dat zie je bij die jonge jongens niet. Als ik ze vraag waarom niet, dat ze zich daarmee juist kunnen onderscheiden, beginnen ze een beetje te lachen. Het is te duur, zeggen ze dan, of het ligt ons niet.’’

 

,,Humor gedijt het beste in de tegenkleur van de ernst.”

 

Afwisseling is juist het mooist, zegt hij. ,,Ik houd van het contrast, zoals dat tussen ernst en humor. Alleen maar lachen is eenzijdig. Humor gedijt het beste in de tegenkleur van de ernst. Je moet humor ernstig brengen, anders is het niet leuk.’’

Waarop kijkt u met de meeste voldoening terug? ,,Voor mij is mijn eerste onemanshow ‘Noord-West’ (1971-‘73) onvergetelijk geweest. Omdat ik voor het eerst solo was, met een eigen band, los van de groep PePijn waarvoor ik altijd schreef. Het was een explosie van creativiteit. Ik weet nog dat Toon Hermans kwam kijken. Die zei: ‘Je bent stapelgek. Je hebt vier grote komische nummers in je programma, je moet er ogenblikkelijk twee uithalen, want die schrijf je de eerste jaren niet meer.’ Hij had wel een beetje gelijk want zo’n overvloed aan materiaal heb ik nooit meer gehad.’’

Zijn komische types, als Bram van de Commune (Goed hè… oeoeh!’), Majoor Kees (Vragen… geen vragen’), Haagse Benny de conciërge en Jonkheer Charles van Tetterloo jr, zijn bijgezet in de eregalerij van grote Nederlandse cabaretcreaties. Welke van die creaties is hem het meest dierbaar? ,,Ik hield erg van ‘Bram van de Commune’. Die werd een soort nationale figuur; die ging door roeien en ruiten met z’n verwoestende humor. Er zijn foto’s en opnamen die laten zien dat mensen letterlijk omvallen van het lachen, ze rollen met zakdoek in de hand over elkaar heen. Zulk lachen is een ongekende sensatie, dat mensen zich totaal vergeten. Dat gebeurt niet vaak in het theater. Maar met Bram gebeurde dat. Die kon dat ook aanjagen, dan gaf ie er nog een zet achteraan. Geweldig, daar kon ik elke avond naar verlangen, naar die twintig minuten dat de mensen totaal plat gingen.’’

 

,,Ach, dat is niet erg, iedere tijd heeft zijn eigen humor.’’

 

,,Ik heb Bram later nog eens in een grote show laten terugkeren, toen was hij makelaar, hij had het grote geld geroken en was rijk geworden, een gelikte zakenman. Maar het was niet zo leuk als de eerste Bram. Je moet successen ook nooit herhalen.’’

Liedjes

Humor is tijdgebonden? ,,Ja, dat merk je als je oude komische nummers terugziet. Het goede van Toon Hermans was dat hij een aantal tijdloze komische nummers heeft. Daar tegenover is Wim Kan helemaal uit de aandacht weg, hij was te politiek. Ik heb wel eens met Freek de Jonge en zijn zoon Jelle naar een opname van Neerlands Hoop zitten kijken, maar Jelle vond er geen bal aan. Pap, nee hè, riep ie dan. Zo zie je maar hoe snel het gaat. Ach, dat is niet erg, iedere tijd heeft zijn eigen humor.’’

Zijn liedjes blijven langer dan de komische types, denkt hij. Liedjes als ‘De zee’, ‘Meisjes van 13’, ‘Den Haag met je lege paleizen’, ‘Boven op de Boulevard’, ‘Veilig achterop bij vader op de fiets’, ‘Touwtje uit de brievenbus’. ,,Tijdloze liedjes kun je een leven lang blijven zingen. Ik trad laatst met het Gelders Orkest op. Heerlijk, zo’n tachtig man achter je, en dan die tijdloze nummers zingen. Dan voel ik me het meest gelukkig met mijn werk.’’

 

Augustus, 2007

UA-37394075-1