Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Peter Faber: ‘De holenman zit diep in ons’

Waarom vraagt een man nooit de weg als hij verkeerd gereden is? Waardoor komt het dat mannen en vrouwen de afstandsbediening verschillend gebruiken? En wist u dat het lichaam van een vrouw zo’n negentig erogene zones bevat, en dat van een man eigenlijk maar één? Het zijn kwesties die Peter Faber (1943) als de holenman ter sprake brengt in Rob Beckers wereldwijde kaskraker ‘Caveman – een pleidooi voor de holenman’, dat langs de Nederlandse theaters reist.

 

,,Het is een geestig, warm en pittig stuk dat duidelijk maakt dat wij in een rechte lijn afstammen van de holenman”, zegt Peter Faber na een repetitie in het Compagnietheater in Amsterdam. ,,Bij het woord denken we aan heel lang terug. Maar zo ver staat de moderne man niet af van de holenman. In elke man zit in wezen nog een holenman verborgen. In plaats van op hem neer te kijken zouden wij juist trots op hem moeten zijn. We moeten af van het cliché van de holenman, van de bruut, die er alleen maar op losslaat. Dat berust op een misverstand, op niks! Hij was ook een beschermer, de hoeder van vrouw en kinderen.”

Peter Faber speelt een moderne versie van de holenman. Want op het toneel staat geen geweldenaar die woest met een knots staat te zwaaien en oerkreten slaakt. Maar een man die door schade en schande wijs geworden zijn leven overdenkt, gedreven over het verschil tussen man en vrouw spreekt en speels uitweidt over de communicatiestoornissen tussen de beide seksen, over het kleine leed en de grote en kleine misverstanden van alledag.

 

MANNEN WAREN JAGERS, VROUWEN SPROKKELAARS

 

De Amerikaanse auteur Rob Becker, antropoloog en stand-up comedian, onderzoekt in zijn ‘Caveman’ in vogelvlucht de verschillen tussen man en vrouw zoals die sinds mensenheugenis bestaan. Te beginnen bij de holenmens, die eerst jager en visser was, toen de dieren waarop hij tot dan toe jacht maakte begon te temmen, en zich gaandeweg ontwikkelde van primitieve mens tot moderne homo sapiens. Peter Faber:

 

,,In de oertijd waren de mannen jagers, gefocust op hun prooi, tot ze hem geschoten hadden. In die tussentijd hadden ze geen oog voor iets anders. Vrouwen waren sprokkelaars die zich op veel meer zaken tegelijk richtten.” 

 

Het stuk van Becker schreef inmiddels theatergeschiedenis als zijnde de langstlopende monoloog op Broadway. Intussen bezochten wereldwijd ruim 2,5 miljoen mensen een voorstelling naar het stuk. Faber, die Monnickendam na veertien jaar verruilde voor Amsterdam, zag het stuk in een Hamburgs bierlokaal: ,,Dit wil ik ook doen, dacht ik meteen.” Wat is Fabers holenman voor een figuur?

 

,,De man die ik speel heeft moeilijkheden met zijn vrouw. Maar je weet niet of hij nu uit huis is gezet of zelf is vertrokken. Hij reist stad en land af om zijn verhaal te doen, want hij heeft een missie, om uit te leggen hoe mannen in elkaar steken. Hij is een ‘echte man’, die in alle oprechtheid probeert uit te leggen waarom hij géén klootzak is.”

 

Het stuk is wereldwijd een groot succes. Wat is de kracht, het bijzondere ervan?

 

,,’Caveman’ is een ontdekkingstocht. Als je het stuk niet zou kennen, zou je kunnen zeggen, hé, dat heeft die Faber zeker allemaal zelf ontdekt. Ik ben vier keer getrouwd, dus voor mijn gevoel heb ik ook wel genoeg praktijkkennis in huis om dit verhaal te brengen. Die man geeft zich open en bloot, hij durft tegen de stroom in te gaan. Hij is eigenlijk ook een alleman, een Elckerlyc, die meer begrip wil kweken. Niet weeïg moraliserend, van: dit is goed of dat is slecht. Nee, kijk, dit is de man, dat is de vrouw, zo zit het in elkaar. Klare taal spreken, daar gaat het om.”

 

‘EEN MAN KAN DOMWEG NIET ALLES TEGELIJK’

 

De schellen vielen Faber van de ogen toen hij het stuk zelf zag:

,,Het was een eye-opener. Een voorbeeld. Als een man thuiskomt van zijn werk, wil zijn vrouw het liefst babbelen. Terwijl een man doodmoe wordt van zo’n gesprek, rust zijn vrouw er juist van uit. Dat zijn zo van die verschillen, als je dat erkent, kweek je meer begrip voor elkaar. Als de man ’s avonds tv kijkt kijkt hij niet alleen tv, dan wordt hij de tv. Zijn vrouw hoort hij niet. Zij denkt dat hij ongeïnteresseerd is, terwijl dat vaak helemaal niet zo is. Een man kan domweg niet alles tegelijk, én kijken én luisteren. Dat is te veel van het goede. Het is geen onwil, hij kan het domweg niet. Een vrouw wél, die kan veel meer dingen tegelijk. Zij houdt veel meer de samenhang in de gaten. Zij is gefocust op de details. Zij kan het hele veld overzien. Door haar oog voor samenhang en details is het eigenlijk onbegrijpelijk dat vrouwen niet veel meer betrokken worden bij bestuurlijke zaken. We moeten aanvaarden dat man en vrouw anders zijn. Als je van elkaar accepteert dat de ander anders in elkaar steekt, is er niks aan de hand. Man en vrouw hebben gelijke rechten ja, in die zin zijn we gelijk, verder zijn we zo verschillend.”

 

‘Caveman’ is een lange monoloog. Toch vindt Faber die omschrijving niet adequaat. Te saai, oordeelt hij, ze sprankelt niet. De term one-man-comedy dekt naar zijn smaak de lading meer. ,,Ze zeggen wel eens, hoe krijg je het voor elkaar, zo’n lap tekst uit je hoofd leren. Daar zit ‘m ook de crux. Je moet het met gevoel doen. In Holland zeggen we: de tekst uit je hoofd leren. In het Engels zeggen ze: to learn by heart. Dat ligt dichter bij de waarheid. Waar je je ook in verdiept, als je het in je lijf hebt opgenomen, kun je het woord vlees laten worden.”

 

GELOUTERD EN EEN GROTE STAAT VAN DIENST

 

Peter Faber is een gelouterd acteur met een grote staat van dienst. Hij was medeoprichter van het legendarische Werkteater (1970), maar ging vanaf 1978 zijn eigen weg. Hij maakte soloprogramma’s waarin hij als verteller op originele manier circusacts verwerkte, kreeg de Louis d’Or, de toneelprijs voor de beste acteur van het seizoen, voor zijn rol in ‘Het Koekoeksnest’ (1991), en speelde in uiteenlopende (tv-)films als ‘Max Havelaar’ (1976), ‘Schatjes’ (1984) en ‘Oeroeg’ (1993).

 

In 2003 speelde hij kapitein Haak in de musical ‘Peter Pan’. Toch voelt hij zich allerminst een gearriveerd toneelspeler.

 

,,Na veertig jaar ben ik nog altijd nieuwsgierig. Sterker, ik heb het gevoel dat mijn carrière nu pas begint. Ik moet nog zoveel ontdekken. Ik heb heel lang dat jonge-honden-imago gehad. Vroeger deed ik wat op mijn weg kwam. Ik deed eigenlijk alles, als ze me maar vroegen. Nu kan ik het meer in de nuances zoeken, ik werk doelgerichter. De poespas is nu weg. Het contrast met vroeger is enorm. Ik ben totaal in alles wat ik doe, of ik nu boodschappen, een klusje in huis doe of acteer, de betrokkenheid is dezelfde.”

 

,,In mijn jeugd was toneel iets heiligs, toen was een concert, toneel, opera toch iets voor bijzondere mensen. Nu niet meer. Toneel is van iedereen. Voor knap, lelijk, dom. De spelers moeten het publiek het volle pond geven. Theater moet midden in het leven staan. Vooral musicals lopen tegenwoordig als een trein. Mensen willen direct actie en emotie. Ze willen direct bij de lurven gegrepen worden. Dat moet het toneel ook bieden. Dat mensen denken: hé, wat gebeurt er nú weer? Zorg dat het publiek zich dát blijft afvragen. Dat het op het puntje van zijn stoel zit.”

 

Augustus, 2004

 

UA-37394075-1