Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Philip Roth (1933-2018) prikte de Amerikaanse Droom door

Een van de grootste naoorlogse Amerikaanse schrijvers, Philip Roth, overleed op dinsdag 22 mei 2018 op 85-jarige leeftijd. Roth was een groot stilist en een vlijmscherp chroniqueur van de geschiedenis van het moderne Amerika van na de Tweede Wereldoorlog. Hij was een gelauwerd schrijver want hij won, in de Verenigde Staten, zo’n beetje alle literaire prijzen die er te behalen waren.

 

Tegelijk was zijn werk onder puriteinse kringen in de Verenigde Staten op zijn zacht gezegd nogal omstreden. En voor de Zweedse Academie, die de Nobelprijzen toekent, was hij blijkbaar te controversieel, want geen schrijver is zo lang en zo vaak genoemd als de gedoodverfde kandidaat voor ’s werelds grootste literaire onderscheiding en werd desondanks steeds opnieuw gepasseerd.

 

En hoewel Philip Roth (1933-2018) in 2012 besloot een punt achter zijn lange schrijverscarrière te zetten – zijn imposante oeuvre verklaarde hij als voltooid – kwam hij nog geregeld in het nieuws, niet alleen om de zoveelste onderscheiding in ontvangst te nemen, maar omdat zijn werk nog razend actueel bleek te zijn.

Begin dit jaar bijvoorbeeld legde PvdA-leider Lodewijk Asscher in het tv-programma De Wereld Draait Door een link tussen Roths roman Het complot tegen Amerika (2004) en de huidige Amerikaanse president Donald Trump. In Roths intrigerende spiegelroman, waarin hij een ernstig spel speelt met de werkelijkheid en de geschiedenis, wordt in 1940 niet Roosevelt maar de fascistische, antisemitische vliegenier Charles Lindbergh president van de VS. Het boek beschrijft hoe het óók had kunnen gaan, na 1940, in een fascistisch America First.

Roths’ boek werd er in het politieke discours bijgehaald om grip te krijgen op het fenomeen Trump, zoals ook Orwells 1984 (uit 1949) om die reden veel wordt herlezen. Zelf was Philip Roth klip en klaar over Trump. In zijn laatste interview in The New Yorker zei hij begin dit jaar: ‘Trump is gewoon een oplichter. Hij weet niks van regeren, van geschiedenis, van wetenschap, filosofie, van kunst. Hij kan zich niet subtiel of genuanceerd uitdrukken, ontbeert elk fatsoen en hanteert een vocabulaire van 77 woorden dat je beter Oetluls kunt noemen dan Engels.’

Roth vertelde overigens in interviews rond de verschijning van Het complot tegen Amerika dat hij met zijn boek geen link naar de toenmalige politieke toestand in de VS wilde leggen. Lezers en critici zagen dat echter anders, die zagen overal parallellen met het Bush-tijdperk kort na 9/11, zoals lezers en critici die nu menen te zien met het tijdperk Trump.

 

EEN ONGEREMDE HONGER NAAR SEKS

 

Philip Roth schreef grote literatuur zonder de zwaarwichtigheid waaronder moderne Europese literatuur eind vorige eeuw nogal eens bezweek. Roth verstond de kunst om zware thema’s licht te brengen, al was het soms nauwelijks voor te stellen dat de schrijver van latere hoogtepunten als Alleman en Exit geest dezelfde was als die van het klassieke Portnoy’s Complaint en het weergaloze Sabbath’s Theater

Ofschoon Roth de laatste jaren milder leek te zijn geworden, bleef de vertrouwde thematiek: zijn joodse achtergrond, de hypocrisie van de puriteinse Amerikaanse samenleving, de verhouding tussen de vader en de zoon, de onmogelijke ontsnapping aan het verleden, de ongeremde honger naar seks om het verval tegen te gaan. Roth schreef dicht op de huid van de actualiteit, hoewel hij daar in zijn jongste romans bewust afstand van leek te nemen. Maar zijn proza bleef intens en bezield en wist je steeds weer bij de strot te grijpen.

Hij bleef een meesterlijk schrijver, rabelaisiaans en toch beheerst in zijn taalgebruik en gezegend met een groot gevoel voor (vileine) humor. Ook dat andere thema, het aan de kaak stellen van pijnlijke eigentijdse en actuele kwesties, bleef hij trouw. Zo liet hij in de roman Ik was getrouwd met een communist (1998) zien hoe het verleden je blijft achtervolgen, hoezeer je het ook probeert te ontvluchten. In The Human Stain (2000, De menselijke smet) speelde hij een ernstig spel met waarheid en leugen, verraad en de ondraaglijkheid daarvan. Daarbij gaat om het verlangen om te ontsnappen aan de eigen identiteit, waaraan, o ironie, onmogelijk valt te ontsnappen. We zijn de gevangenen van onszelf, van onze buitenkant, van onze identiteit. Ontsnappen kan hooguit via seks, wilde Roth zeggen, maar ook dat is slechts van tijdelijke aard.

Alles wat Roth schreef, verwees naar zijn eigen leven (met joodse wortels) of biografie, maar steeds opnieuw wist hij er een andere, verrassende draai aan te geven. Het is dan ook niet verbazend dat hij, vooral dankzij Portnoy’s Complaint en Operation Shylock (1993), in joodse kringen herhaaldelijk een nestbevuiler is genoemd, zonder zich – zoals het een waarachtig en groot schrijver betaamt – daar ook maar iets van aan te trekken.

 

WERELDBEROEMD: SCANDALEUZE KLASSIEKER

 

Philip Roth debuteerde met Goodbye, Columbus (Vaarwel Columbus, 1959), een novelle en vijf verhalen over ‘gewoon’ Joods leven in Amerika’, waarmee hij meteen als een grote belofte werd gezien. Wereldberoemd werd hij eind jaren zestig met het scandaleuze Portnoy’s Complaint (Portnoy’s klacht). Een overrompelende en even schrijnende als geestige roman over Roths alter ego Alexander Portnoy, die halverwege de vorige eeuw in een morsige Amerikaanse industriestad opgroeit in een gezin van kleine joodse middenstanders. Een weergaloos geschreven boek. Rebels, provocerend en roekeloos. Al kon niet iedereen lachen om de jonge Portnoy en zijn masturbatie-acts en om zijn heilige voornemen om in elke Amerikaanse staat een meisje te veroveren. De Israëlische geleerde Gershom Scholem noemde het boek zelfs gevaarlijker dan De Protocollen van Zion en schreef dat Roths’ boek een geschenk was ‘waar alle antisemieten voor hadden gebeden’.

 

ZUCKERMAN VERTELT OVER ENE PHILIP ROTH

 

In de jaren zeventig maakte Roth furore met een reeks autobiografische Zuckerman-romans. In negen romans heet de hoofdpersoon Nathan Zuckerman, het alter ego van de schrijver, die soms vertelt over een zekere Philip Roth. Toen hij in de jaren negentig min of meer was afgeschreven, sloeg Roth als de Great American Novelist toe met een trilogie over de Amerikaanse geschiedenis die terloops de zeepbel die The American Dream heet doorprikte. De drie meesterwerken zijn:

 

1. Sabbath’s Theater (1995), een virtuoos geschreven roman over            een oude poppenspeler en zijn grote liefde die hun wereld                    ineen zien storten.

  1. American Pastoral (1997), een weergaloze roman over de ondergang van een doorsnee Amerikaanse familie van wie de dochter zich als een terroriste ontpopt
  2. The Human Stain (2000), over een academicus met een geheim die bezwijkt onder moedwil en misverstand.

Alle drie romans gaan over mensen die door de geschiedenis worden vermalen en daaraan willen ontsnappen door zichzelf opnieuw uit te vinden. De bekendste is nummer drie (vertaald als De menselijke smet), die in 2003 onder dezelfde titel verfilmd is door Robert Benton. Het boek speelt ten tijde van Clinton-Lewinsky-affaire, die de VS in de zomer van 1998 volledig in de ban hield toen een ’golf van braafheid en hypocrisie’ de Verenigde Staten van Amerika overspoelde. Ergens schrijft Roth dat in die zomer alle Amerikanen met hun gedachten bij de penis van de president waren. Het was trouwens niet alleen Amerika, de hele wereld volgde Het Schandaal op de voet, en verkneukelde zich bij al die hilarische en (on)smakelijke details (de sigaar!) die ongezouten werden opgediend.

Het is de zomer van 1998 waarin Amerika gebukt gaat onder de tirannie van het fatsoen, de terreur van politieke correctheid en preutsheid. Het land lijdt aan ’de prediking van de deugdzaamheid, die door de Europeanen, historisch gezien onjuist, het Amerikaanse puritanisme wordt genoemd, en die mensen als Ronald Reagan de kernwaarden van Amerika noemen’. Wie 1998 niet heeft meegemaakt, schrijft Roth ergens uitdagend, weet niet wat hypocrisie is.

In die roman beschouwt Roth vanuit de kleine levens van zijn personages de politieke situatie, en door die twee met elkaar te verknopen, krijg je een panoramisch beeld van de Amerikaanse samenleving aan het eind van het afgelopen millennium. Een persoonlijke geschiedenis naast de nationale, waarin het individuele universele betekenis krijgt.

 

HET ALLEGORISCHE ELCKERLYC

 

In de eenentwintigste eeuw bleef Roth in hoog tempo nieuw werk publiceren van wisselende kwaliteit. Literaire topprestaties waren de romans over sterfelijkheid en de dood (Alleman) en de teloorgang van de cultuur (Exit geest). Alleman (2006), naar het allegorische Elckerlyc, gaat over een gewone Amerikaan, zijn mislukte huwelijken, het onbegrip, zijn primitieve slippertjes, de onmacht van een moderne, weldenkende man die tamelijk gezond dacht te leven maar op zekere leeftijd van de ene zware operatie naar de volgende sukkelt. Alleman is een warm menselijk boek over gewone mensen, hoezeer de ijzige asem van De Dood allesoverheersend is (de zwarte omslag als een grafzerk is meer dan een symbool).

Zijn laatste roman was Nemesis (2010), een ‘ouderwets’ verteld, aangrijpend verhaal over toeval en noodlot. Nemesis speelt in 1944, met een gewone jongen als hoofdpersoon. Polio en kinderverlamming verrichten, vlak voordat een werkzaam vaccin wordt uitgevonden, hun gruwelijke en misdadige werk in een kleine stad aan de Amerikaanse oostkust terwijl leeftijdgenoten van de bijziende (anti)held in Europa en in de Pacific een verwoestende oorlog uitvechten. Nemesis is zeker verteltechnisch een waardige afsluiter van een groots oeuvre. (Het boek is zeker een aanrader en een oogopener voor de tegenstanders van kindervaccinaties.)

 

WEES GEWOON ÉN ORIGINEEL

 

Philip Roth werd geboren in de stad Newark in New Jersey en was net als de door hem bewonderde schrijvers als Saul Bellow en Bernard Malamud een kind van joodse ouders – zijn vader was verzekeringsagent – en opgevoed in het bewustzijn dat hij joods was. Hij werd op zijn zestiende en zeventiende sterk beïnvloed door Thomas Wolfe en zijn lyrische opvatting over het alledaagse Amerikaanse leven, zoals hij zelf vertelde. Hij begon al vroeg met schrijven en toen in 1958 drie verhalen van zijn hand voor publicatie werden geaccepteerd, besloot hij zijn universitaire studie eraan te geven en voor een ongewis bestaan als schrijver te kiezen.

Roth hanteerde zijn schrijversleven lang het adagium dat hij ontleende aan Gustave Flaubert: ‘Wees gewoon en ordelijk in je leven, als een burgerman, opdat je gewelddadig en origineel kunt zijn in je werk.’ Al bleek het met dat ordentelijke leventje nogal mee te vellen, zeker in het begin van zijn carrière. Zijn eerste huwelijk was volgens zijn biografen een hel. Hij was getrouwd met een zelfdestructieve vrouw, wat stof opleverde voor een aantal boeken, waaronder When She Was Good (1966, vertaald als Een braaf meisje) en My Life as a Man (1976, Mijn leven als man). Roth was twee keer getrouwd en onderhield naar verluidt vele buitenechtelijke affaires. Zijn tweede vrouw, de actrice Claire Bloom, was weinig vleiend over haar toenmalige echtgenoot die zij ‘een ongevoelige bruut’ noemde. In zijn literaire hoogtijdagen – de jaren zestig en zeventig – kwam Roth dan ook geregeld in het nieuws vanwege zijn vermeende onstuimige liefdesleven. Het maakte hem tot een gewilde prooi van ‘de bladen’. Iets waarover hij zelf steevast meewarig de schouders optrok.

Roths werk lag slecht bij feministische critici die hem, tot onbegrip van Roth zelf, een machoschrijver noemden in de trant van Hemingway, en hem van vrouwenhaat betichtten en veelal getuigden van een tamelijk eenzijdige blik. Fysiek ging Roth gebukt onder rugpijn – hij schreef bij voorkeur staande aan een lessenaar – en leed onder hallucinaties die het slaapmiddel veroorzaakten dat hij slikte.

In deze eeuw liet Roth zich nog maar zelden strikken voor interviews of openbare optredens. Hij weigerde zich nog langer door de tv te laten ‘misbruiken’ omdat dat soort optredens alleen maar tot ergernissen en misverstanden zouden leiden. Roth somberde in 2000 al over de toekomst of beter de teloorgang van de roman die hij met de door hem bewonderde Tsjechisch-Franse schrijver Milan Kundera beschouwde als de grootste kunstvorm. Hij klaagde niet over de kwaliteit, want er verschenen nog genoeg goede romans en hij verstond de kunst van het bewonderen (zo prees hij onder anderen schrijfster Nicole Krauss aan). Hij treurde vooral over het verdwijnen van de lezers. Mensen zijn verslaafd aan hun schermpje, zei hij, maar juist om onze wereld en de mens daarin beter te kunnen begrijpen is de romankunst van groot belang.

ALLEEN IN EEN KAMER

Roth leefde de laatste jaren van zijn leven teruggetrokken en schreef als een literaire monnik. Een biografie van de schrijver, waarschuwde hij dan ook, kon wel eens erg eentonig uitpakken: ‘Mijn autobiografie zou vrijwel volledig bestaan uit hoofdstukken over mij, alleen in een kamer, kijkend naar een schrijfmachine.’

Van zijn biografen weten we dat Roth niet alleen in zijn boeken geestig en scherpzinnig was, maar ook daarbuiten uiterst scherp en grappig uit de hoek kon komen. Maar het enige wat voor hem telde was ‘het werk’, dat uiteindelijk resulteerde in een oeuvre van zesentwintig romans, één verhalenbundel en drie andersoortige (autobiografische) boeken.

Nadat hij in 2012 was gestopt met schrijven, herlas Roth eerst zijn grote voorbeelden, onder wie de grote negentiende-eeuwse Russen Dostojevski en Toergenjev en de Amerikaanse meesters Hemingway, Conrad en Faulkner, en daarna begon hij voorzichtig zijn eigen werk te herlezen. En hoewel hij over lang niet alles wat hij had gepubliceerd echt tevreden was, stelde hij tenslotte toch goedkeurend vast: ‘Je hebt het niet slecht gedaan.’

 

(Hoorn, 23 mei 2018)

 

 

UA-37394075-1