Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Porgy Franssen: ‘Op het toneel maak ik haar af’

Porgy Franssen vond de klassieker ‘Wie is er bang voor Virginia Woolf?’ van Edward Albee altijd maar een vervelend toneelstuk. Totdat hij zelf de sarrende George ging spelen, naast Olga Zuiderhoek als Martha, in een gedenkwaardige voorstelling van het huwelijksdrama aller huwelijksdrama’s.

 

Zoals een ambitieuze jonge acteur een keer in zijn leven Hamlet wil spelen, zo dromen veel gerijpte acteurs ervan om in ‘Who’s afraid of Virginia Woolf?’ (1962) te spelen. Waarom Porgy Franssen (Eindhoven, 1957) dan niet? ,,Ik heb nooit veel opgehad met ‘Virginia Woolf’’’, zegt hij met zijn karakteristieke lichtelijk hese stemgeluid. ,,Ik ben eerlijk gezegd altijd met de pauze weggelopen. Dat quasi mooie acteren bevalt me niet. Ik heb de film ook proberen te bekijken, maar na een half uur had ik het wel gezien.’’

Die film uit 1966 van Mike Nichols met Elizabeth Taylor en Richard Burton in de hoofdrollen is legendarisch. Maar Albees controversiële, weergaloze stuk over de gefnuikte kinderwens van het ruziënde echtpaar Martha en George had daarvoor al een grote reputatie verworven. Het is sindsdien theatermakers blijven inspireren. ,,Ik had niet verwacht dat ik het ooit zou gaan spelen’’, zegt Franssen die zich als acteur onderscheidt door een fysieke, expressieve stijl van spelen. ,,En als je er dan zelf in staat is het toch anders. Het is een lekker stuk om te doen, zeker in deze regie van Gerardjan Rijnders.’’

 

‘Wij spelen het als een trein die doordendert.’

 

Hoe verloopt de samenwerking met Rijnders, een theatermaker met een grote staat van dienst? ,,Prettig. Niet dat je zo’n contact hebt met hem, zo’n man is het niet. En zo’n man ben ik zelf ook niet. Hij is een no-nonsense figuur. Hij zegt weinig, maar wat hij zegt snijdt hout. In deze ‘Virginia Woolf’ hebben we alle ruis en onzin verwijderd. We leven in 2006, niet in 1962. In die tijd had het stuk een heel andere uitstraling dan nu. We zijn de zapcultuur gewend. Als je iets traags wilt spelen, neem je maar een Tsjechov. Wij spelen het als een trein die doordendert, bijna twee uur achtereen. Dan heb je echt een mokerslag voor je kop gehad.’’

Is hij zelf na afloop ook niet volledig uitgeput? ,,Dat is een romantisch beeld van toneelspelen’’, zegt hij met een spotlustige trek om de mond. ,,Voor sommige acteurs zal dat beslist gelden. Maar ik heb daar nooit last van. Op het toneel maak ik mijn vrouw helemaal af. Er is niets leuker dan je toneelpartner finaal de grond in te spelen. Al vereist dat wel veel concentratie.’’

 

‘In wezen is George een aardige man, geen sukkel.’

 

Wie is er bang voor Virginia Woolf’ – de titel is een dronkemansparafrase op ‘Who’s afraid of the big bad woolf’ – speelt tijdens een doorwaakte, in alcohol gedrenkte nacht. Martha, een tierende en smartelijke dochter van een decaan, en George, een uitgebluste professor geschiedenis, sarren en vernederen elkaar. De welbespraakte echtelieden reageren hun frustraties af op het jonge echtpaar Nick en Honey. Aan het eind van de ontluisterende helletocht blijven er vier wrakken over. In deze uitvoering, gebaseerd op de vertaling uit 1964 van Gerard Reve, speelt Olga Zuiderhoek Martha, Porgy Franssen George. ,,In wezen is hij een aardige man, geen sukkel. Hij had hogerop willen komen. Dat is allemaal niet gelukt. Hij is afgegaan bij zijn schoonfamilie. Als je zo in de tang zit, zou ik zeggen: ik heb mijn eigen leven, bekijk het maar. Maar dat doet hij dus niet.’’

Martha en George kunnen niet zónder en evenmin mét elkaar leven. ,,Ze zijn tot elkaar veroordeeld. Meestal gaat men bij dit stuk uit van de romantische opvatting: die twee zullen nooit uit elkaar gaan. Wij doen er niet echt een uitspraak over, maar zetten letterlijk begrafenismuziek in, zoals het ‘Requiem’ van Verdi. Dat is mooi gekozen, gewaagd ook, om aan te geven: jongens, dit dragen we het graf in. Maar dat willen mensen niet zien hè, die denken liever: ‘O god, het is vreselijk, dit echtpaar heeft het de komende tijd erg moeilijk, maar daarna gaat het toch weer samen verder.’ En begint het spel opnieuw.’’

 

‘Mijn hart ligt bij het theater, tv doe

ik in de eerste plaats om het geld.’

 

Porgy Franssen ontwikkelde zich in een kwart eeuw tot een bijzonder en buitengewoon productief theatermaker (acteur, regisseur, docent). Hij werd in 1998 bekroond met de Mary Dresselhuys-prijs voor zijn ‘veelzijdige creativiteit en inzet voor het theater’.

Waar komt die drijfveer vandaan? ,,Ik denk dat ik het vermogen heb om gelukkig te worden van wat ik doe. Mijn hart ligt bij het theater. Televisie doe ik in de eerste plaats om het geld, al is het niet eens veel geld. Om opportunistische redenen vind ik het fijn om als gewaardeerd acteur in een goede advocatenserie als Keyzer & De Boer te staan.”

,,Het is niet eens zo leuk werk als ik eerlijk ben. Je wordt ’s ochtends om zeven uur gehaald en komt ’s avonds om zeven uur thuis. Het is doodvermoeiend. Je schiet vier of vijf minuten per dag op in het script. Het is wachten, wachten, wachten. In het theater sta je voor een publiek van tweehonderd of achthonderd man. Daar is niemand die aan je kop zit te zeuren of zegt: ga even drie uur weg want we moeten de lampen ophangen. Je mag doen wat je wilt doen en waarvoor je bent opgeleid. Daar zit veel meer bevrediging in.’’

 

‘Je kunt wel merken dat jij

katholiek bent’, zei Olga’

 

Franssen, zelf vader van drie kinderen, komt uit een kinderrijk en muzikaal Noord-Brabants gezin. ,,Van de veertien kinderen in het gezin zijn zeven broers en zussen actief in de professionele muziek. Ik ben de enige aan het toneel. ’Je kunt wel merken dat jij katholiek bent’, zei Olga Zuiderhoek toen ik bij een van de grofheden in het script enigszins gechoqueerd raakte. Daar moet zij dan erg om lachen, voor haar is dat heel gewoon, maar ik houd nog steeds niet van vloeken.’’

Op zijn zeventiende ging hij naar de Maastrichtse Toneelacademie. Kort daarna volgden aanbiedingen bij gesubsidieerde gezelschappen als Theater, De Appel en Het Nationale Toneel. Het was niet zijn gelukkigste periode en het duurde even voordat hij als acteur zijn draai had gevonden. ,,Van mijn groep op de Toneelschool in Maastricht ben ik de enige die nog met toneel bezig is. Dat is niet om mezelf op de borst te slaan, maar er zit blijkbaar iets in mij om dat talent verder te ontwikkelen. Als je mij twintig jaar geleden had gezegd: jij gaat ooit stukken regisseren, dan was ik in Maastricht van de Maasbrug afgesprongen. Ik had dat niet geloofd, ik had dat doodeng gevonden. Maar nu geef ik workshops waar publiek bij zit, verzorg projecten op toneelscholen, doe televisie, film, theater, en ik regisseer, tegenwoordig ook opera. Ik draai eerlijk gezegd nergens mijn hand meer voor om.’’

 

‘Voskuil liep hier wel eens. Dan zwaaide

ik naar hem en riep ie terug: ‘Paultje!’

 

Een van zijn artistieke hoogtepunten was in 1991 zijn rol in de tv-serie ‘Bij nader inzien’ van Frans Weisz naar de roman van J.J. Voskuil. Hij speelde daarin de jennerige studievriend van hoofdpersoon Maarten Koning. Hij ontving voor die glansrol een Gouden Kalf. ,,Voskuil’’, zegt Franssen in zijn woning in hartje Amsterdam, ,,liep hier wel eens door de straat. Dan zwaaide ik naar hem en riep ie terug: ‘Paultje!’ Ach, het was een fijne tijd en een mooie serie, gemaakt door een fijne club mensen. Maar voorbij is voorbij. Ik hoop dat ze het nog eens uitzenden, dan kan ik het eindelijk digitaal opnemen.’’

Hij ontving in het theaterseizoen 2004-2005 een nominatie voor de Louis d’Or, de hoogste toneelonderscheiding, voor zijn eigenzinnige vertolking van Cyrano de Bergerac in het beroemde drama van Edmond Rostand. Vlak voor de eerste try-out overwoog hij toen om de handdoek in de ring te gooien. ,,Voor het eerst van mijn leven. Het liep gewoon niet, ik was wanhopig. Uiteindelijk viel op de eerste try–out alles toch nog op zijn plaats. Je wilt met publiek erbij niet voor gek staan en door die spanning werd het ineens goed.’’

Wie vermoordde Mary Rogers’ (1995), een van de mooiste muziektheaterproducties van Orkater, was een ander hoogtepunt in zijn carrière. Bij dat gezelschap maakte Franssen ook de schitterende solo’s ‘Novecento’ (over een muzikaal wonderkind dat de veerboot niet afkomt) en ‘Zijde’ (over de heimelijke liefde van een negentiende-eeuwse zijdehandelaar). Beide monologen zijn gebaseerd op teksten van de Italiaanse schrijver Alessandro Baricco en gemaakt met regisseur Dirk Groeneveld. ,,Hoe ouder ik word hoe meer ik het gevoel krijg dat het zinvol moet zijn wat ik doe. Je leeft, je werkt en op zeker moment heb je behoefte om terug te gaan naar je roots. Waar gaat het ook weer allemaal om? Ik heb geen zin om naar Doetinchem te gaan voor iets waar ik niet voor honderd procent achtersta. Dan blijf ik liever thuis.’’

,,In ‘Novecento’ en ‘Zijde’ bereik ik haast het opperste geluk. Heerlijk om te doen. Ik vind het niet vervelend om in mijn eentje naar een theater ergens in het land te reizen, met mijn vouwfietsje in de trein. Lekker luisteren naar Pavarotti. In de schouwburgen word ik warm ontvangen. En dan de voorstelling spelen. Heerlijk. Alles wat ik in 26 jaar heb opgebouwd en opgedaan kan ik erin stoppen. Het is een groot geluk dat ik in staat word gesteld om dit allemaal te doen.’’

 

December, 2006 

UA-37394075-1