Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Ramsey Nasr: ‘Het was even vermoeiend als fijn’

Hij deed het anders en op zijn manier. Ramsey Nasr. Vier jaar lang (2009-2013) was hij Dichter des Vaderlands, na Gerrit Komrij, Simon Vinkenoog (ad interim) en Driek van Wissen. Hij was van de vier veruit de jongste maar kweet zich voorbeeldig van zijn taak. Hij was spraakmakend en omstreden.

 

Het waren tropenjaren, verzucht Ramsey Nasr (1974) in zijn appartement in hartje Amsterdam. ,,Het was behoorlijk uitputtend. En dat zeg ik niet om zielig te doen of om te klagen, maar wel om dingen in een perspectief te plaatsen. Geregeld en hoofdzakelijk op poëziesites, die niet noodzakelijkerwijs de beste zijn, lees ik berichten als zou ik vier jaar lang alleen maar bezig zijn geweest met het verkopen van mijn eigen bundels. En dat ik optrad in mediaprogramma’s omdat ik zelf zo graag in de belangstelling zou staan.”

,,Ik wou dat het waar was. Je zit juist hoofdzakelijk achter je bureau. Je moet er veel voor opzij zetten. Het laatste wat je ermee kan doen is je portemonnee spekken. Het is een onbetaalde erefunctie. Ja, hoe vul je die in? Iedereen trekt aan je. Ik vond het echt pittig. Maar het is even vermoeiend als fijn geweest.”

Hij werd overladen met lof, maar er was ook veel vuilspuiterij, vaak in de vorm van haat- en dreigmails. ,,Ja, dat heeft zich vier jaar lang voorgedaan. Ik registreer het allemaal. Het is interessant, alleen al om te weten wie je vijanden zijn. Maar ik ben er niet meer mee bezig. Je moet daar zo min mogelijk energie insteken. Er zijn ongetwijfeld mensen die blij zijn dat ik straks weg ben. Er zijn mensen die mijn poëzie mooi vinden en er zijn mensen die het vreselijk vinden. Het zij zo.”

Kort voordat hij het stokje overdraagt aan zijn opvolger is er vooral opluchting en voldoening. ,,Opluchting dat het goed is afgelopen. Ik heb gedaan wat ik wilde doen. Ik moet eerlijk bekennen dat als ik de twee poëzieprojecten ‘Dichter draagt voor’ en ‘Hier komt de poëzie!’ niet had kunnen verwezenlijken, ik ietwat verdrietig en met een onbevredigend gevoel zou zijn afgetreden. Het gaat mij niet alleen om mijn eigen poëzie van de afgelopen vier jaar. Want behalve minimaal vier gedichten per jaar schrijven word je geacht een ambassadeur van de poëzie te zijn. Dát vond ik belangrijker.”

Egidiuslied

Op de valreep realiseerde hij zijn poëzieproject ‘Dichter draagt voor’. Hierin zijn eenentwintig klassieke gedichten verfilmd, van het middeleeuwse Egidiuslied tot Hugo Claus’ ‘Ik schrijf je neer’. De filmpjes, die op het International Film Festival Rotterdam in première zijn gegaan, wist hij te verwezenlijken met onder meer crowdfunding en enthousiaste vaklui uit de filmwereld die voor een lager tarief meewerkten.

Het was een langgekoesterde wens van hem. ,,Ja, een droom. Dat je poëzie op een niet alledaagse manier onder niet alledaagse omstandigheden voor een publiek kunt brengen.” De bijbehorende bundel bevat de gedichten die via een QR-code op de smartphone en iPad zijn te bekijken. Ramsey Nasr draagt voor (meestal buiten beeld), zijn broer Shariff voert de regie.

Hij hoopt dat ook het onderwijs warmloopt voor de filmpjes, net als voor ‘Hier komt de poëzie!’. ,,Tijdens optredens op scholen hoorde ik dat als opstapje voor de poëzieles naar een clip wordt gekeken van mijn gedicht ‘Mi have een droom’. Tot mijn verbazing wordt dat gebruikt in de les om angst te overwinnen, van kijk, dit is straattaal maar het is óók poëzie. Ik dacht: als dit met mijn eigen poëzie kan, kan dat misschien ook met oude en soms zelfs vergeten dichters.”

Actualiteit

Ramsey Nasr kucht en hoest. Hij is nog nauwelijks hersteld van een keelontsteking die ‘voelde als een wond’, opgelopen tijdens een tournee in januari van schrijvers uit de lage landen door het Verenigd Koninkrijk. ,,Het was hartstikke fijn om te doen. Maar ook doodvermoeiend.” In gezelschap van onder anderen Herman Koch, Lieve Joris en Geert Mak trok hij langs grote Britse steden om uit eigen werk voor te dragen. Gedichten van zijn hand zijn in het Engels vertaald door David Colmer. ,,Een gelauwerde vertaler. Het is een fikse bundel geworden. Ik ben er dan ook heel blij mee.”

Die bloemlezing bevat vooral gedichten die hij schreef in zijn functie van Dichter des Vaderlands. ,,Die vindt men daar het interessantst. Liefdespoëzie kennen ze wel, anders is dat met poëzie die op de actualiteit inspeelt. Op de dag dat de Britse premier Cameron een speech zou houden over de EU las ik in Londen ‘The house of Europe’ voor.”

Onlangs is hem de Gouden Ganzenveer 2013 toegekend. Is dat voor de hofdichter de kroon op het werk? ,,Het is een enorme eer. Maar ik beschouw het niet zozeer als een bekroning, wel als een erkenning van wat ik in die vier jaar gedaan heb. Je denkt toch vaak, voor wie doe ik dit allemaal? Wie zit er op te wachten?”

De onderscheiding is voor zijn verdiensten voor de Nederlandse taal, als hoeder ervan, als dichter van meerstemmige vaderlandse gedichten én als ambassadeur van de poëzie. Zijn gedicht ‘Mi have een droom’ werd daarbij met name genoemd, net als zijn poëzieproject ‘Hier komt de poëzie!’, een cd-box met zeven cd’s waarop hij zijn eigen selectie uit acht eeuwen Nederlandstalige poëzie voorleest. Het enthousiasme voor dit project in het onderwijs sterkte hem in de overtuiging dat poëzie nog wel degelijk leeft. ,,Er wordt de laatste jaren zo negatief gesproken over kunst in het algemeen. En dan blijkt dat het ressentiment niet overal leeft. Er is juist een enorme behoefte aan poëzie!”

Ervaring

,,Ieder vogeltje zingt zoals ie gebekt is”, zegt hij. Toch vatte hij zijn taak als hofdichter in beginsel niet anders op dan zijn voorgangers. ,,Ik heb nooit gedacht: ik ga het heel anders en op míjn manier doen. Ik had wel ervaring als stadsdichter van Antwerpen (in 2005). Ik zag dat je ook mensen die zich allergisch wanen voor poëzie voor de duur van één gedicht kunt opsluiten of meelokken in dat gedicht en poëzie kunt laten ervaren.”

De eerste twee jaar in functie speelde hij in tijden van crisis, populisme en angst in zijn vaak lange, meanderende gedichten veel in op de politieke waan van de dag. Hij wilde ook onderzoeken op welk Nederland ‘we nu eigenlijk zo trots zijn’. ,,Hebben we het dan over de Gouden Eeuw met Vermeer, Rembrandt? Over het calvinisme van vroeger? Of over hoe we nu zijn, bungeejumpend en met oranje opblaashamers? Dat wilde ik onderzoeken. Niet door antwoorden te geven maar door vragen op te werpen. Om aan te geven dat de wereld complexer is dan we denken.”

,,In Nederland wordt de laatste jaren heel erg in symbolen van een oud Holland gesproken. Maar er wordt geen enkele poging gedaan, door politici niet, maar ook niet door de burgers zelf omdat die niet aangemoedigd worden, om te onderzoeken naar welk Nederland we terugverlangen. En dan blijkt dat mensen wel degelijk graag naar de poëzie willen luisteren van al die dichters van wie iedereen denkt: ze zijn vergeten, het is allemaal oude meuk. Nee, mensen willen juist weten waar we vandaan komen.”

Erfgoed

In korte tijd was wel de toon gezet. ,,Zeker, maar Nederlanders zijn een stemmingsgevoelig volk, vatbaar voor nieuwe impulsen. Als een kabinet nu heel positief over cultuur is, krijg je daarmee bepaalde maatregelen niet teruggedraaid, maar je kunt wel een nieuw sentiment rond cultuur wekken. Je kunt ook niet enerzijds zeggen dat de Nederlandse cultuur belangrijk is en anderzijds de cultuur afbreken. Je kunt niet alleen het erfgoed bewaren en het erfgoed van morgen onmogelijk maken. Ernstig is dat uitgerekend de mensen die zeggen dat ze opkomen voor de Nederlandse cultuur zich heel hard inspannen om alles wat een cultuur zou kunnen creëren bij voorbaat fnuiken.”

,,Kunstenaars hebben vaak een lastige relatie met de politiek. Politiek wil antwoorden geven en het liefst zo eenvoudig mogelijk. De politicus die het eenvoudigste antwoord geeft is vaak het populairst. Volgens mij moet er een balans zijn tussen kunst en politiek en die is in het afgelopen decennium volledig zoekgeraakt.”

,,Als het kabinet valt staan de kunstenaars te juichen. Als de kunstenaars gekort worden, ervaar je vanuit een bepaalde hoek van de politiek een juichstemming. Dat is niet gezond. De politiek zou moeten beseffen dat kunst en cultuur van wezenlijk belang zijn voor het welzijn van de maatschappij. De kunst- en cultuursector zou moeten aanvaarden dat ook de politiek streeft naar het algemeen belang van de maatschappij. Die relatie is verziekt.”

Twee jaar geleden kwam het keerpunt met zijn gedicht ‘Het lentekanon’, over de tragedie in Alphen aan den Rijn. ,,Ik wilde niet de dichter des rampenlands worden. Ik wilde niet de klaagdichter worden die alleen maar tegen de politiek, tegen onze huidige cultuur ageert. Ik heb gedichten en stukken geschreven waarin ik heb laten merken wat ik vond van het culturele beleid et cetera, maar dat moet je niet blijven doen. Ik ben vanaf ‘Het lentekanon’ gedichten gaan schrijven die anders van toon en opzet waren. Ik heb meer opiniestukken geschreven. En ik wil eindigen met een ode aan de poëzie: ‘Hier komt de poëzie’, zo heet mijn laatste gedicht.”

Acteren

En nu, zegt hij, meer ontspannen, is het tijd voor iets heel anders. De dichter, schrijver en librettist gaat zich weer op acteren toeleggen, ‘dat is immers waarvoor ik ben opgeleid’. In de afgelopen jaren was hij dat incidenteel wel voor tv en film blijven doen. Zo speelde hij in de tv-serie ‘Overspel (reeks 1 en 2)’ en in de nieuwe speelfilm ‘Goltzius and The Pelican Company’ van Peter Greenaway, die eind 2012 in Rome zijn première beleefde.

In het voorjaar van 2013 reist hij met zijn vriend Mauro Pawlowski, rockmuzikant van de Belgische popgroep dEUS, met ‘De vreemde smetten’ door Nederland en Vlaanderen. ,,Het is een muzikale, theatrale en literaire voorstelling met als thema ‘het vaderland’. Het zit vol met de vaderlandse gedichten die ik geschreven heb.”

In mei begint hij bij Toneelgroep Amsterdam, het topensemble van theatermaker Ivo van Hove, die hij goed kent van zijn jaren bij Het Zuidelijk Toneel in Eindhoven. ,,Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ik begon mijn collega’s te missen, niet enkele concrete collega’s, maar het samenspelen. De laatste tijd zat ik hier in mijn bureaustoel alleen maar te werken. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat en dat is een heel eenzame bezigheid. Op de set van ‘Overspel’ merkte ik dat. Ik vond het geweldig. Ik heb dat gemist, al die mensen om me heen.”

www.dichterdraagtvoor.nl

‘Dichter draagt voor’, uitgeverij De Bezige Bij, € 7,50.

 

Januari 2013

In verkorte versie gepubliceerd in de kranten van De Persdienst.

UA-37394075-1