Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Ramsey Nasr: ‘Je moet een dikke huid hebben’

Ramsey Nasr werd in 2009 na een tumultueuze campagne met overmacht tot Dichter des Vaderlands uitverkozen. Bij zijn ‘kroning’ beloofde hij meer aanwezig te zijn dan zijn voorganger. Op ruim de helft van zijn ambtstermijn, voorjaar 2011, is het tijd om een tussenbalans op te maken. ,,Je moet jezelf steeds opnieuw uitvinden.”

Ramsey Nasr heeft tot dusver woord gehouden. Hij is in zijn functie van Dichter des Vaderlands alom aanwezig in het maatschappelijk debat. Hij is productief, zijn gedichten zijn gemiddeld van hoog niveau. Hij oogst bewondering én kritiek. Het dichterschap des vaderlands lééft, veel meer dan bij zijn voorgangers.

Vlak voor het gesprek legt hij juist de laatste hand aan ‘Het lentekanon’, een gedicht waarin hij het juichende gevoel van het zonbestoven voorjaar verbindt aan het drama in Alphen aan den Rijn dat hij voorzichtig aanstipt, als een echo van andere recente drama’s in het land. ,,De leukste fase is het schrijven van het gedicht,” zegt hij in zijn appartement in hartje Amsterdam. ,,Dan volgt het pielen. Het nadenken over een woord, een punt, komma, een witregel of niet.”

Dubbeltalent Ramsey Nasr (1974, Rotterdam) – dichter/schrijver, acteur (in films, tv-drama) – is als dichtersvorst de opvolger van Gerrit Komrij, Simon Vinkenoog (ad interim) en Driek van Wissen. Komrij bedankte na drie jaar voor het ambt. Hij kon de druk en de kritiek niet langer aan. Nasr heeft daar begrip voor: ,,Je moet een dikke huid hebben, want je krijgt ook enorm veel haatmail.”

Reageert hij daarop? ,,Nooit. Ik bekijk ze wel. Dat deed Komrij ook. Hij mengde zich soms in de discussie. Ik niet. Wel wil ik weten hoe een gedicht ontvangen wordt. En dan zie je ook de negatieve reacties. Bij ‘Mijn nieuwe vaderland’ ging het maar door. Dan schrik je wel eens wat je te lezen krijgt. Ik word nog altijd als een allochtoon gezien. Er is veel rancune. Maar je moet de afweging maken. Ben ik aan het kwetsen om het kwetsen, wil ik gewoon choqueren of heb ik helaas een punt dat ik wil maken en kan niet iedereen daar gelukkig mee zijn?”

Nasrs moeder is Nederlandse, zijn vader van Palestijnse komaf. Speelt dat in zijn beleving mee? ,,Het zal wel weer fout geïnterpreteerd worden, maar misschien omdat ik half Palestijns ben bezit ik een groot rechtvaardigheidsgevoel. Niet in mijn genen, maar in de manier waarop ik ben opgevoed. Ik ben opgevoed met de gedachte: luister ook naar anderen. Ga niet altijd uit van je eigen gelijk, misschien hebben anderen een punt. Altijd tegenargumenten zoeken, want de wereld is niet zo eenvoudig als je denkt.”

‘De respons op de gedichten, of die nu positief is of negatief, is enorm.’

Hoe bevalt het ambt hem, de jongste van de vier hofdichters, tot nu? ,,Dat ik jonger ben dan mijn voorgangers wil niet zeggen dat het minder vermoeiend is. Ik vind het ontzettend fijn om te doen. De respons op de gedichten, of die nu positief is of negatief, is enorm. Laatst was ik in het Concertgebouw, ik zat naast Bolkestein. We stonden op omdat er in onze rij een oudere man langs wilde. Die zei, ‘Nou, dat ik dit nog mag meemaken, dat de Dichter des Vaderlands voor mij opstaat.’ Ik wou bijna zeggen: meneer, ik denk dat het een grotere eer is dat de heer Bolkestein voor u opstaat. Maar het zegt – in alle ironie – toch iets over een zeker respect dat mensen kennelijk voor dichters en poëzie hebben.”

Hij was de eerste twee jaar in functie buitengewoon productief. Begin dit jaar was het even stil. Bevond hij zich in een impasse? ,,Het heeft meerdere redenen. Ik wil voorkomen dat ik de dichter der vaderlandse rampen of voorspelbaar word. Ik denk dat mensen inmiddels weten wat ze aan me hebben, ik heb het thema van de vrijheid, de identiteit, nu wel aangeraakt. ‘Het lentekanon’ gaat dan ook niet over de ramp zelf. Het is een combinatie geworden van het ervaren van de lente en dat van de ramp. Wat kun je over zo’n tragedie nog schrijven? Hoe gruwelijk die is? Over iets gelijkaardigs heb ik vaker geschreven. ‘In het land der koningen’ over de aanslag op de koningin, in het gedicht over de Damschreeuwer. Helaas gebeuren dit soort rampen in Nederland steeds vaker. Het gaat over ons gevoel van vrijheid. Alleen, ik ben daar zelf nu wel over uitgepraat.”

,,Je moet jezelf niet herhalen. Daarom ben ik gestopt met toneelspelen (indertijd bij Het Zuidelijk Toneel in Eindhoven, red.). Als je zestig keer hetzelfde stuk speelt, kun je zelfs beter gaan spelen doordat je meer controle hebt, maar ik vind het na de tiende keer doodsaai, ook al sta je in een andere stad. Het enige verschil is dat je bij een andere Chinees eet. Je moet jezelf constant opnieuw uitvinden. Soms moet dat door even een pas op de plaats te maken.”

‘Soms kies je niet ergens voor, soms komt het op je pad.’

Nasr is een toegewijd, inmiddels gezaghebbend dichter. Een denker, een rusteloze geest die volgens zijn vader niet tegen onrecht kan. Maar hij is ook een doener die het avontuur niet schuwt. Zo was hij begin 2011 in Birma om oppositieleidster en winnares van de Nobelprijs voor de vrede Aung San Suu Kyi – in het geheim – te interviewen. Kort daarvoor reisde hij over de noordpool, waarvan hij ook verslag deed. ,,Soms kies je niet ergens voor, soms komt het op je pad. Het apolitieke interesseert me evengoed. Ik ben toevallig Dichter des Vaderlands in een tijd waarin Wilders groot is geworden. Daar schrijf je dan over. Niet omdat ik een politiek dichter ben, maar omdat ik geacht word te schrijven over wat er Nederland omgaat.”

De variëteit van zijn karakteristieke, soms breed uitwaaierende, epische poëzie is groot. Zijn gedicht ‘Mi have een droom’, Rotterdamse straattaal in het jaar 2059, wordt inmiddels op middelbare scholen gebruikt. Hij schreef een mooi getroffen nenia (lijkzang) bij de dood van Harry Mulisch (‘In memoriam mei’). Overtuigend was ook zijn ode aan de muzen (‘Uit nutteloze noodzaak’). ,,Mij werd verzocht een manifest tegen de kunstbezuinigingen te schrijven, bestemd voor Oerol. Maar poëzie is er niet om manifesten af te leveren. Als ik een manifest had moeten schrijven was het: niet te veel bezuinigen hoor! Nou, dan ben je snel uitgesproken.”

 

‘We willen dat de kunst op de hurken gaat

om uit te leggen dat zij gemakkelijk,

leuk en hip is. Maar dat is niet zo.’

 

,,Een andere reden om zo’n gedicht te schrijven was: waarom wordt er zo extreem bezuinigd op de kunst? Omdat de waarde ervan niet meer zo vanzelfsprekend is. Dat duidt op een gedachtegoed dat gaandeweg gevormd is en gevaarlijker is dan de bezuinigingen op zich. We willen dat de kunst op de hurken gaat om uit te leggen dat zij gemakkelijk, leuk en hip is. Maar dat is niet zo. Wij spreken mensen op één tree lager aan dan wij denken dat ze aankunnen. Dat heeft te maken met marketing. Wij willen producten verkopen. Wij gaan voor het goedkope succes. In Nederland moet altijd alles leuk zijn. Wij willen alles op zijn platst. Wij vinden Big Brother uit. Wij hebben ons gevoel van vrijheid gekoppeld aan goedkoop entertainment en dat leidt tot ranzigheid. Wij staan in het buitenland nu bekend als een onbeschoft volk, terwijl het vroeger onze vrijheid, onze fierheid was.”

Nasr wil iederéén bij (zijn) poëzie betrekken omdat zij allen aangaat. ,,Ik probeer niemand buiten te sluiten. Als je mensen vraagt wat ze van poëzie vinden, is dat niet veel. Maar als het lot toeslaat, is er behoefte aan. Je hebt haar niet nodig, maar als je haar weghaalt, blijft er iets heel basaals over. Een lichaam dat werkt, dat eet en drinkt, dat slaapt, dat neukt en zich voortplant.”

www.ramseynasr.nl.

 

April, 2011

UA-37394075-1