Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Renée Fokker: ‘Ik heb moeten vechten voor mijn leven’

,,Denk je alles op de rails te hebben, is er wel weer iets wat ontspoort.’’ Dat is wat er gebeurt in ‘Geluk’. Een ‘Virginia Woolfachtig toneelstuk’ als een emotionele achtbaan, waarmee Renée Fokker met Porgy Franssen en Mark van Eeuwen tot april 2015 door het land trekken.

Een gesprek met Renée Fokker over ‘Geluk’, haar jeugd, het ongeluk dat haar leven heeft getekend én over acteren.

 

In de foyer van theater De Purmaryn in Purmerend vertelt Renée Fokker na een repetitie ontspannen over ‘Geluk’. De actrice heeft een ‘heel goed gevoel’ over de voorstelling die ‘de vele gezichten van de liefde en van geluk’ laat zien. ,,Het gaat over jonge mensen die elkaar ontmoeten en verliefd worden. Daarna zie je hoe verliefdheid omslaat in de confrontatie met het ware leven. Ze willen samen een gezin stichten, een huisje bouwen, kinderen krijgen. Maar wát als dat niet lukt? Wat gebeurt er dan?’’

,,Het geluk dat daaronder ligt wordt telkens overschaduwd door dingen waar we allemaal in het leven mee te maken krijgen. Er gebeurt altijd wel iets onverwachts. Dat merk je in je eigen leven ook. Denk je alles op de rails te hebben, is er wel weer iets wat ontspoort. Het leven zit vol verrassingen en dat maak je allemaal mee in dit stuk.’’

 

EEN KINDERWENS DIE NIET WORDT VERVULD

 

Geluk’ is het nieuwe toneelstuk van Ger Thijs, regisseur en Couperusbewerker, die zich heeft ontwikkeld tot een van de belangrijkste hedendaagse toneelschrijvers van Nederland. ‘De kus’ was een internationale theaterhit, met ‘Oude meesters’ oogstte hij vorig seizoen succes. Hoofdpersonen van ‘Geluk’ zijn Vera (Renée Fokker) en Martin (Porgy Franssen), wier denkbeelden haaks op elkaar staan, maar die als een blok voor elkaar vallen. Als ze hun kinderwens niet zelf kunnen vervullen, komt hun relatie onder druk te staan. ,,Ik vind het fantastisch geschreven. Het is een heel menselijk stuk. Met een lach en een traan, verdriet en vrolijkheid. Het begint met jeugdig geluk,’’ zegt Renée Fokker, zelf moeder van een dochter en een zoon. ,,En dan wil je een kind. Als jong stel denk je: dát wordt ons geluk. Het ís ook geluk. Maar het lukt niet. De man zegt op zeker moment: ‘God nee, moeten we ons nu ook nog laten onderzoeken? Daar heb ik helemaal geen zin in.’ Hij voelt zich in zijn mannelijkheid aangetast. Er komt een donorvader aan te pas. Alles wat daarbij komt kijken, komt voorbij. De man heeft niet de bloedband met de zoon die de vrouw juist heel sterk heeft. Dat splijt die twee uiteen.’’

 

EEN HARTVERSCHEURENDE HUWELIJKSTRAGEDIE

 

Volgens Renée Fokker is ‘Geluk’ een Virginia Woolfachtig stuk, waarmee ze verwijst naar Edward Albees beroemde en hartverscheurende huwelijkstragedie ‘Wie is er bang voor Virginia Woolf’. ,,’Geluk’ is ook zo’n emotionele rollercoaster. Er zit eenzelfde soort heftigheid in. Er valt ook veel te lachen. Lachen om schrijnende dingen, dat je soms denkt, mijn god, waar lach ik nu om. Er is onderling veel verwijt. Er zitten tranen in. Er is veel pijn tussen die jongen en zijn stiefvader, maar op een luchtige manier gebracht. Er zit veel warmte, heel veel liefde. En er is veel gekkigheid. Het stuk houdt ons een spiegel voor. Het is heel herkenbaar. Ook voor jongere mensen, zeker als je op het relationele vlak al een leven achter de rug hebt.’’

Het stuk omspant de jaren zestig/zeventig tot het heden. Dat wordt in de voorstelling geïllustreerd aan de hand van muziek, van Dusty Springfield tot hits van nu. ,,De muziek gaat door alle generaties heen. Ik word in mijn toneelrol vijfenzestig/zeventig jaar. Je ziet me langzaam ouder en zieker worden.’’

 

EEN GROOT KATHOLIEK GEZIN

 

Renée Fokker weet waar ze over praat. Ze is 53, in 1961 geboren in Nijmegen, ze komt uit een groot katholiek gezin en is in alle wateren gewassen. ,,We waren met vijf meisjes en drie jongens. Mijn moeder kreeg in korte tijd zes kinderen, toen zes jaar niks. Toen kwam ik. Daarna nog een keer zevenenhalf jaar niks. Toen kwam de jongste. Stel je voor. Ik was tien. Die boven mij waren zestien, zeventien, achttien, negentien. Die deden met elkaar dingen waar ik niet aan mee mocht doen. En onder mij kwam dan nog een zusje van drie.’’

Ze viel in het gezin overal buiten. ,,Ik werd in een wat rare positie gedrongen. Ik kom uit zo’n ouderwets traditioneel gezin dat met zijn allen ‘s avonds naar de kermis ging. Ik mocht niet mee. De kleinste moest thuis blijven, die hoorde in bed te liggen. Er kwam dan een heeroom op me passen. Dat ik dan niet mee mocht heb ik als verschrikkelijk ervaren. Dan voelde ik me erg alleen.’’

Had ze vrijgevochten ouders? ,,Mijn ouders – mijn vader leeft niet meer, mijn moeder is achtentachtig – kwamen uit een heel andere generatie. Vroeger liepen we allemaal in dezelfde jurkjes en blazertjes. In de jaren zestig/zeventig kreeg je de hippies. De haren werden langer, het werd stoerder, vrijer. Mijn ouders groeiden daarin mee. Toen ik opgroeide, na de meute boven mij, was er al zóveel vrijheid. Mijn ouders vroegen mij nooit of ik mijn huiswerk had gemaakt, ze gingen ook niet naar ouderavonden. Ze hadden dat allemaal gehad. Ze waren klaar, zo heb ik dat tenminste ervaren.’’

 

‘IN EEN GROOT GEZIN VERANDERT DE HIËRARCHIE’

 

Ze moest het allemaal zelf zo’n beetje uitzoeken, zegt ze. ,,In zo’n groot gezin verandert de hiërarchie, gaan de oudere kinderen over jóu. Daardoor had ik niet zozeer met mijn ouders te maken, maar met al die broers en zusjes. Die zeiden dan: ‘O Renée, haal even de suiker voor me.’ ‘Nee, dat doe ik niet.’ ‘O nee? Had ik jou gisteravond niet gezien in Doornroosje?’ Of er werd gezegd dat ik stiekem ergens een sigaretje had gerookt. Ik werd af en toe gechanteerd. Ik werd daar opstandig van. En weerbarstig. Wie in een groot gezin is opgegroeid, zal dat gevoel herkennen: wie kijkt er naar mij om? Als ik ergens op tafel ging staan, merkte ik dat ze ineens wél naar me keken. Misschien komt daar die drang naar theater vandaan. Mijn moeder zegt nog wel eens: ‘O, Renéetje, Renéetje, wat heb ik me zorgen om jou gemaakt’.’’

Op haar zeventiende ging ze het huis uit, maar de vrijheid die lokte, was van korte duur. Op kerstavond werd ze geschept door de auto van twee ontsnapte, dronken tbs’ers. Heeft dat zware ongeval haar leven getekend? Ze kijkt bedachtzaam. ,,Ja,’’ zegt ze. ,,En of ik er nog steeds last van heb? Ik weet niet beter. Ik heb een plaat in mijn hoofd. Ik had ooit een verbrijzelde schedel. Het heeft me gemaakt wie ik ben. Ik was zeventien. Zit je net in je puberteit, beetje zoekende en dan boem, lig je een jaar in het ziekenhuis.’’

Een jaar? ,,Af en aan. Ik onderging veel operaties. Kwam er weer glas uit mijn hoofd. De boel lag helemaal open. Mijn hersenvliezen waren door, mijn oogkassen verbrijzeld, tweehonderd glassplinters in mijn hoofd. Ik lag tussen mensen met hersentumoren. Ik zag mensen van mijn leeftijd sterven. Ik heb zelf moeten vechten voor het leven.’’

 

‘DAT IK ER ZO UITGEKOMEN BEN, IS EEN WONDER’

 

Zij heeft geluk gehad, zegt ze. Veel geluk. ,,Dat ik er zo uitgekomen ben, is echt een wonder.’’ Het heeft wel littekens nagelaten. Ze veegt in een achteloos gebaar haar pony opzij. ,,Ik ben nu geschminkt voor de fotoshoot, mijn wenkbrauwen zijn bijgetekend. Het was allemaal kapot. Je staat als jong meisje dan wel heel anders in het leven. Het was een heel moeilijke tijd. Ik kon het helemaal niet goed aan. Eerst vecht je voor je leven, heb je heel veel energie en op het moment dat het leven weer gewoon doorgaat, ontdek je dat je geen connectie meer hebt met mensen van je eigen leeftijd. Ik had het gevoel dat ik een beetje boven de mensen zweefde, dat ik dingen zag die anderen niet zagen, dat ik dacht, daar zijn zij helemaal niet mee bezig. Dat vond ik een heel moeilijke gewaarwording, alsof ik daarboven alles kon herleiden, maar ik kon er niet goed mee overweg. Dat is iets waarin je moet groeien. Ik zag mensen met elkaar praten van wie ik me afvroeg: wat moeten die van elkaar, ze vinden elkaar helemaal niet aardig. Het opent langzaam je ogen. O, zit de wereld zó in elkaar. Ik kwam uit het ziekenhuis, ik trok de wereld weer in, keek om me heen en dacht, whoem, is dit nou de wereld? Ik kon daar niet echt over communiceren. Je bent opeens veel volwassener. Je maakt een veel snellere ontwikkeling door. Na je dertigste komt het allemaal wel weer bij elkaar, maar daarvoor vond ik het best een ingewikkelde tijd.’’

 

‘HET WAS GEEN GEMAKKELIJKE TIJD, MAAR IK WILDE ZO GRAAG SPELEN – HET PASTE BIJ MIJ’

 

Ze moest een jaar revalideren voordat ze naar de toneelschool kon. ,,Ik kwam daar op mijn twintigste of eenentwintigste. Ik zat op de toneelschool met jonge mensen die vers van de middelbare school kwamen. Ik deed daar mijn ding en als ik klaar was ging ik weer mijn eigen weg. Het was geen gemakkelijke tijd. Maar ik wilde het heel graag, het paste bij mij. Ik wist ook niet waar het vandaan kwam. Ik wist wel al heel jong dat ik dat wou. Spelen. Terwijl mijn ouders nooit naar theater gingen. Wel naar klassieke muziek en musea, niet naar het theater.’’

Eenmaal afgestudeerd speelde ze vrijwel meteen in films en op het toneel. ,,Het is bij mij altijd gelijk opgegaan.’’ Ze oogstte eind vorige eeuw veel succes met haar veelzijdige rol van Maria in het hooggewaardeerde televisiedrama ‘De zomer van ’45’, een serie die werd gevolgd door 2,5 miljoen kijkers. ,,Dat was een enorme hit. Toen heb ik ook veel met Theo van Gogh gewerkt.’’ Dat was in films als ‘Loos’ en ‘Blind date’. Ze speelde in het RTL4-gevangenisdrama ‘Vrouwenvleugel’, met Mark Klein Essink, deed verschillende films en stond in meer dan dertig theaterproducties. Ze was onder meer verbonden aan het RO Theater in Rotterdam en aan Toneelgroep Amsterdam. ,,Ik begon bij TA toen Gerardjan Rijnders nog artistiek leider was. Daarna nam Ivo van Hove het over. Ik heb er negen jaar rondgewandeld, tot 2010. Het was een mooie tijd. In die tijd deden we alleen maar stukken van zes uur en tien minuten, zes uur en twintig minuten, van vier uur. Enorme producties. Dat kostte heel veel energie. Ik heb in prachtige stukken mogen spelen, zoals ‘Scènes uit een huwelijk’, ‘Romeinse tragedies’, ‘Kreten en gefluister’, ‘Kruistochten’ van Ayckbourn. We speelden ook veel in het buitenland, maar je leeft uit de koffer, en op zeker moment is het mooi geweest. Het was ontzettend leuk om te doen, maar ook heel zwaar. Nu heb ik ook weer meer tijd om te filmen. Mijn leven lang bij één gezelschap spelen, zoals sommige acteurs doen, zou ik niet kunnen.’’

 

‘MIJN KINDEREN HEBBEN NIETS MET HET VAK’

 

Als freelancer stond ze de afgelopen jaren in toneelpubliekstrekkers als ‘Liefde levenslang’, ‘Het diner’ en begin 2014 in de prachtige tragikomedie ‘Afterparty’ van Frank Houtappels, in een regie van Michiel van Erp. Ze heeft net de opnamen achter de rug van de tv-serie ‘Zwarte tulp’ in een regie van onder anderen Ben Sombogaart die vanaf het voorjaar 2015 bij RTL is te zien. Ze verwacht veel van deze serie over twee bollenboerenfamilies die allebei een zwarte tulp willen ontwikkelen en ,,elkaar naar het leven staan’’. Ze is een stel met Marcel Musters, maar ook de rest van de cast mag er zijn, onder wie Huub Stapel, Linda van Dyck, Gijs Naber, Anna Drijver, Benja Bruijning, Roeland Fernhout, Abbey Hoes en Willem Voogd.

Ze gaat na ‘Geluk’ in België een grote serie doen met Josse De Pauw, Dirk Roofthoofd en Johan Leysen. Tijdens de opnamen gaat ze een poos in Brussel wonen. Valt dat met een gezin te combineren? ,,De kinderen worden groter. De een is meerderjarig, de ander nog net niet. Ik ben nu weer wat vrijer. Ze wonen allebei nog thuis, maar dat gaat redelijk goed. We hebben het altijd zo met zijn tweeën kunnen doen.’’

Tom Erisman, de vader van haar kinderen, is cameraman die onder meer Gooische vrouwen draait. ,,De kinderen zijn het gewend dat er continu in en uit gelopen wordt. Ze zijn grootgebracht op sets. Ze weten niet beter. De een studeert International Business Economics (IBE), de ander overweegt een studie medicijnen. Ze gaan mee naar de Gooische vrouwen-première, dat vinden ze heel gewoon, maar ze hebben allebei niets met het vak.’’

 

‘ALS JE HET VERTROUWEN KRIJGT, GA JE VLIEGEN’

 

Tot april 2015 speelt ze nu ‘Geluk’. En dat Ger Thijs zowel de schrijver als de regisseur is, vindt ze geen enkel bezwaar. Integendeel. ,,Dat is voor ons juist fijn. Als we met iets zitten, hoeven we niet via een omweg de schrijver te raadplegen, want hij zit gewoon in de zaal. We werken zonder vaste mise-en-scènes. Ger laat ons helemaal vrij, hij ziet wel wat er gebeurt, en dat kan alleen als je elkaar helemaal vertrouwt. Hij geeft ontzettend veel vertrouwen. Dat is heel belangrijk, voor mij als acteur. Dan heb je veel vrijheid. Dan mag je ook fouten maken en als je fouten mag maken, leer je het meest. Dan ben je zelf verantwoordelijk, kun je ook gáán. Dat geldt voor alles, voor iedereen, voor kinderen, voor op je werk. Als je het vertrouwen krijgt, ga je vliegen.’’

 

Voorstelling ‘Geluk’ van Ger Thijs. Regie: Ger Thijs. Met: Renée Fokker, Porgy Franssen en Mark van Eeuwen. Hummelinck Stuurman Theaterbureau. Landelijke tournee t/m maart 2015. www.hummelinckstuurman.nl

 

 

 

UA-37394075-1