Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Respectvol en genadeloos portret van Gerard Reve in zijn nadagen

Gerard Reve, een van onze grootste naoorlogse schrijvers, lijdt in 2002, op bijna tachtigjarige leeftijd, in steeds ernstiger mate aan geheugenverlies. Maar zijn lichaam is nog kranig en kwiek, en grappen maakt hij aan de lopende band, niet altijd even subtiel, maar soms scherp en onbedaarlijk geestig.

 

Het valt op te maken uit ‘De nadagen van Gerard Reve’ (in hetzelfde jaar 2002 verschenen), geschreven door journalist Ad Fransen. Hij kreeg de gelegenheid om Wolfje (Reve) en matroos Vos (Schafthuizen) een jaar lang te volgen in Huize Reve in het Belgische Machelen.

 

Het resultaat is een even respectvol als genadeloos portret van de dementerende Reve in het jaar 2001. Het is ontluisterend te lezen hoe de zichzelf benoemde Grote Volksschrijver geestelijk verder aftakelt en in vrijwel alles is overgeleverd aan de zorgen en de nukken en grillen van zijn levenspartner Joop Schafthuizen. Maar Fransen beschrijft geen zielig of tragisch geval. Eerder een hulpbehoevende man met nu en dan scherpe momenten.

 

Zo’n rotzak als je vroeger was, zo lief ben je nu’

 

Schrijven doet Reve allang niet meer, lezen evenmin. Hij zit, slaapt, schuifelt wat rond, liefst gekleed in legerbroek en slobbertrui, en kijkt naar de ‘verrekijk’, om acht uur ’s avonds steevast naar het NOS-journaal. Dankzij dit dagelijkse ritueel zijn Schafthuizen en de schrijver als een soort navelstreng met Nederland verbonden, waar ze naar eigen zeggen nooit meer naar zullen terugkeren.

 

De binding met het vaderland is echter nog groot. Komisch is hoe Reve bijna met het puntje van zijn neus tegen het beeldscherm gedrukt hilarisch commentaar levert op het nieuws. Tegen Fransen merkt hij scherp op: ‘Zonder oorlog heb je niks aan televisie. En zonder televisie zou er ook geen oorlog zijn.’ Want er mogen dan gaten in Reves geheugen zijn geslagen, zijn gevoel voor (sardonische) humor heeft hij nog niet verloren. Reve maakt banale en grove grappen, dikwijls variaties op oud repertoire, maar ondanks zijn geheugenverlies is hij vaak snedig, strooit hij gul met reviaanse grappen en kwinkslagen, en zwetst hij dat het een aard heeft. Zoals hij dat ook zo onnavolgbaar kan in zijn werk. Maar de lezers van dat unieke oeuvre weten, dat hij juist dankzij die bedriegelijke onzin tot de opperste ‘waarheid’ weet te komen.

 

Met België heeft het duo veel minder op. Ja, de verstandhouding met de Belgen is goed, ook met bewoners van Machelen kan het tweetal redelijk overweg. Maar er blijft altijd een zekere reserve, van beide kanten. Reve en Schafthuizen komen pas goed op stoom als Nederland of de Nederlanders ter sprake komen. Dan wordt de tong scherper, de toon ernstiger, de sfeer grimmiger. Zeker bij Schafthuizen die met heel wat ‘zogenaamde’ vrienden en Reve-vorsers nog een appeltje te schillen zegt te hebben.

 

Hilarisch en soms pijnlijk is het onderlinge gekrakeel tussen Reve en Schafthuizen, bij wie na 26 jaar samenzijn de liefdesvlam allang gedoofd is. Maar ‘als je Joop ’s ochtends zo ziet zitten op de rand van Gerards bed, dan is dit best nog een gezellig stel’, schrijft Fransen. En Schafthuizen, rechtstreeks tot zijn levenspartner: ‘Zo’n rotzak als je vroeger was, zo lief ben je nu.’ En tot de gast: ‘Als je ziet hoeveel vreugde Gerard beleeft als hij in de tuin naar de poesjes zit te kijken!’

 

Het valt de interviewer ook op hoezeer Reve op zijn oude dag is gaan lijken op de oudere versie van Frits van Egters, de hoofdpersoon van ‘De avonden’, maar ook op diens vader, ‘want tegenwoordig laat hij zelf de winden waar hij bij zijn vader altijd zo’n hekel aan had’.

 

Prijs der Nederlandse Letteren: een hoogtepunt dat dieptepunt wordt

 

Hoogtepunt van het jaar is het nieuws dat Reve de Prijs der Nederlandse Letteren is toegekend. Het is tegelijk het dieptepunt. Want de koning der Belgen, Albert, wenst de prijs niet uit te reiken omdat Schafthuizen kort daarop wordt beschuldigd van ontucht met een minderjarige jongen. Een vreemde kronkelredenering omdat Reve wordt gestraft voor iets waaraan hij part noch deel heeft. Het komt in het boekje allemaal uitgebreid aan de orde. Schafthuizen erkent ruiterlijk fout te zijn geweest.

 

Het is sowieso opmerkelijk hoe openhartig hij is. De woedeaanvallen van de man zijn bekend, maar in dit boek komt hij een stuk sympathieker over dan in de tv-programma’s, waarin hij in 2001 schuimbekkend zijn interviewers bijkans naar de keel vloog, en vooral de indruk wekte een geldwolf te zijn die louter uit financieel gewin de steun en toeverlaat van Reve is.

 

In ‘De nadagen van Gerard Reve’ is hij veeleer een trouwe, zorgzame ziekenbroeder die de hele dag loopt te redderen om de oude dag van zijn zieke levenspartner zo draaglijk mogelijk te maken.

 

 

Fransen, wiens reportage eerder in een aangepaste versie in HP/De Tijd verscheen, raakt enkele keren ontroerd als uit dat oude lichaam nu en dan weer de onnavolgbare Reve opduikt. Als de schrijver tijdens een wandeling door een kloostertuin een verroest kinderfietsje tegen de muur ziet staan, komt er een verhaal boven wellen dat hij met zijn karakteristieke sonore stem vertelt:

 

Die fiets is van een verlegen jongen geweest. Hij kreeg onderweg een lekke band, toen heeft hij die fiets hier neergezet en heeft hij helemaal naar huis moeten lopen. Onderweg werd hij aangereden. Nu is hij dood, maar die fiets staat er nog. Die jongen ligt daarginds begraven op dat kerkhofje. Op zijn grafsteen hebben zijn ouders laten zetten: ‘Lieve jongen, we vinden je weer terug’.’

 

Het is een van Reves talrijke spontane invallen, die niet zouden misstaan in een van zijn boeken. Maar helaas, schrijven gaat niet of nauwelijks meer, al neemt hij zich steeds voor de kroontjespen weer ter hand te nemen. Er zijn wel wat losse notities en aanzetten tot een roman, die achterin Fransens boekje zijn opgenomen. Maar met pijn in het hart moet je constateren dat de stilististische brille van de meester allang verbleekt is.

 

Ad Fransen: ‘De nadagen van Gerard Reve’, 80 blz, inclusief 16 pag. kleurenkatern met foto’s van Martijn van de Griendt, uitgeverij Podium, Amsterdam.

 

Oktober, 2002

UA-37394075-1