Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Robert Anker keert terug naar ‘mythisch’ Oostwoud

Robert Anker (1946) keert in ‘Negen levens – Een dorp als zelfportret’ terug naar zijn jeugd in het West-Friese Oostwoud dat in zijn boek mythische trekjes krijgt. Een zonnige jeugd met rafelrandjes in een dorp waar de in Amsterdam woonachtige schrijver, dichter en essayist al jaren niet meer komt. ,,Want dat paradijselijke eiland bestaat niet meer. Alles is weggevaagd. Het bestaat alleen nog in mijn hoofd.”

Robert Anker, die op 27 april 1946 in Oostwoud ter wereld kwam als de zoon van een timmerman, gaat in zijn autobiografie op zoek naar de verloren tijd. Oostwoud, twaalf kilometer ten noorden van Hoorn, staat daarin model voor een bedrijvige gemeenschap als zoveel andere dorpen die de afgelopen decennia zijn geofferd aan de moderne tijd.

In ‘Negen levens’ verandert Oostwoud van een onbeduidend vlekje op de kaart in een plaats van haast mythische allure. ,,Ik zit er tot mijn nek toe in”, zegt Robert Anker daarover, ,,dus ik kan niet zeggen of het een soort mythische gemeenschap is geworden. Ik weet wél dat die gemeenschap van mensen niet meer bestaat. Het sociale verband is weg. Indertijd woonde en werkte iedereen op het dorp. Alleen als je wat uit de stad Hoorn wilde hebben, liet je het met de vrachtrijder komen. Een auto hadden de mensen niet. En een paar keer per jaar ging je naar de stad om kleren te kopen. Er was een enorme middenstand. Op vierhonderd mensen waren er veertig tot vijfenveertig middenstanders! Die konden daar dus blijkbaar van leven.”

 

,,Het dorp was in geen honderden jaren veranderd. En ineens werd het in vijftien jaar volkomen weggevaagd.”

 

,,Er was een bepaalde manier van omgaan met elkaar. Je had er de stilte, er was nauwelijks verkeer. Nu en dan kwam een marskramer langs. Nou, dan kijk je toch echt de middeleeuwen binnen. Het dorp was in geen honderden jaren veranderd. En ineens werd het in vijftien jaar volkomen weggevaagd. Dat is verbijsterend. Dat het zo snel is gegaan. Daardoor heb ik ook het gevoel dat ik afkomstig ben uit een wereld die lichtjaren ver ergens in de geschiedenis ligt. Terwijl het nog zo kort geleden is. Kennelijk heeft het allemaal zo moeten zijn. Het kon ook niet anders. Ik wilde zelf ook weg.”

Herkenning

‘Negen levens’ zal voor velen een feest van herkenning zijn. ,,Het is natuurlijk aanmatigend om over je eigen leven te schrijven. Want wie ben jij nou helemaal? Je presenteert toch iets van je eigen leven met het idee van: kijk eens, wat bijzonder. Dat heeft dan ook alleen zin als die bijzonderheid een algemene geldigheid krijgt, zodat het voor iedereen herkenbaar is. En niet alleen voor mensen van mijn eigen leeftijd. Mijn redacteur bij de uitgeverij is ongeveer veertig jaar. Zij las het met heel andere ogen. Het is de wereld van haar ouders. Maar ze zei dat het universeel genoeg is om ook haar aan te spreken.”

 

,,Ik zag de brug die wat hoog in het weiland lag, met zijn zilveren leuning die egaal glansde. Daar was voor mij de dood. Nee, het was niet alleen maar geluk en vrede.”

 

Uit ‘Negen levens’ rijst het beeld op van een gelukkige jeugd. ,,Maar het is niet alléén een evocatie van geluk. Er zitten overal scheurtjes in het weefsel. Op elfjarige leeftijd had ik in medische termen een kleine zenuwinzinking. Dat was heel erg. Vanuit het keukenraam keek ik uit over het weiland. Ik zag de brug die wat hoog in het weiland lag, met zijn zilveren leuning die egaal glansde. Daar was voor mij de dood. Nee, het was niet alleen maar geluk en vrede.”

,,Maar de verbazing blijft. Dat ik dáár vandaan kom. Het neemt nu in kracht af, maar er was een periode dan raakte ik zeer geëmotioneerd als me iets van vroeger te binnen schoot. Dat hoefde maar een schaduw op een muur te zijn, beelden die mij een scheutje van geluk bezorgden. Die herinneringen gingen altijd vergezeld met een gevoel van: het leven is goed.”

,,Natuurlijk is er weemoed, want alles gaat voorbij hè? Ik beschrijf in het boek dat ik begin jaren negentig de film terugzie die rond 1953 op het dorp werd gemaakt. Ik zag hem terug temidden van mensen van mijn leeftijd en ouder. Dat was een enorm emotionerende ervaring, je werd letterlijk teruggeplaatst. Je zag al die mensen zoals ze toen waren – je zag mij nog heel even bij mijn vader achter op de motor – en tegelijk zaten die mensen allemaal om mij heen. De diepste emotie toen was die van verlies. Het was krankzinnig gevoel van verbondenheid, van: ik hoor bij deze mensen. Maar ze zouden me raar aankijken als ik dat tegen ze zei.”

 

,,Mijn moeder, ja, dat was ikzelf. Mijn vader was ‘een ander’.”

 

In ‘Negen levens’ zijn talrijke dorpelingen geportretteerd, vooral degenen aan wie de verteller de sterkste en warmste herinneringen bewaart. Onder hen Ankers ouders, voor wie hij in zijn boek een monumentje opricht. ,,Het zijn kritische monumentjes, want ook hun zwakheden beschrijf ik. Mijn moeder was zo alomtegenwoordig dat ik langdurig weinig zicht had op haar karakter. Mijn moeder, ja, dat was ikzelf. Mijn vader was ‘een ander’. Over mijn vader kon ik een veel afgeronder beeld geven. Dat gold voor sommige vriendjes ook. Maar over de jongen die mijn jeugdvriend was, kan ik bijna niks zeggen want wij waren samen één in onze fantasiewereld. Bij andere jongens was dat anders, die deden dingen die ik niet deed of kon.”

‘Dorpsmens’

Robert Anker woont sinds jaar en dag in hartje Amsterdam. In hoeverre is hij een stadsmens, of is hij altijd een ‘dorpsmens’ gebleven? ,,Ik ben een stadsmens. Totaal. Ik zou hier nooit meer weg willen. Ik kom nog wel eens in een dorp, niet in Oostwoud. Na een dag krijg ik het er al Spaans benauwd. Wat het precies is wat me aan de stad bindt, is moeilijk te verwoorden. Je hebt alles bij de hand, zeggen ze, je kunt naar het Concertgebouw, de schouwburg. Maar ik ken mensen, vrienden uit de provincie die daar vaker zitten dan ik. Nee, het zijn de prikkels. Je hoeft de straat maar op te gaan en er is altijd wat aan de hand. Er is een vaag gevoel van gevaar. Je moet op je hoede zijn. Dat houdt me weerbaar en overeind. Maar ik wil het óók graag rustig hebben. Ik zoek hier het dorp altijd weer een beetje op.”

Drugsverslaving

In zijn autobiografie stipt Anker, vader van twee volwassen kinderen, de drugsverslaving van zijn dochter aan. Hoe gaat het nu met haar? ,,Goed! Die passage verwijst naar een zwakzinnige plek in de Ankerfamilie. Een neef was debiel. Een grootmoeder die ik nooit gekend heb, raakte in het gesticht. Mijn vaders zuster had een debiele zoon. Bij zijn eigen kinderen ging het goed, en toen wij, mijn zus en ik, kinderen kregen, zaten we toch een beetje in de piepzak. Ook dat ging goed. Totdat mijn moeder kort voor haar dood hoorde waarom een van haar liefste kleinkinderen haar maar niet kwam opzoeken. Op een gegeven moment moesten we haar toch vertellen dat zij aan drugs verslaafd was. En toen zei ze: ‘O god, ik had nooit met Jan Anker moeten trouwen.’ Maar het gaat nu heel goed met mijn dochter. Twee jaar is ze nu clean. Ze is goed opgevangen, ze werkt en volgt een opleiding.”

 

,,We zijn een volk van handelaren en kooplieden. Dat betekent gewoon: als jij mij met rust laat, laat ik jou met rust, dan kunnen we alle twee geld verdienen. Desnoods aan elkaar.”

 

De veelzijdige Anker vestigde zijn reputatie met poëzie (Herman Gorterprijs 1989 voor ‘Nieuwe veters’) en romans als ‘Vrouwenzand’ (1998) en ‘Een soort Engeland’ (Libris Literatuur Prijs 2002), waarin de helden eveneens terugkeren naar het paradijs van hun jeugd. Zijn we inmiddels niet erg ver afgedreven van het paradijselijke eiland dat hij beschrijft? ,,Er is in korte tijd nogal wat veranderd ja. Daaruit blijkt onder meer dat het beeld van Nederland als een tolerant land altijd vals is geweest. We zijn onverschillig. We zijn een volk van handelaren en kooplieden. Dat betekent gewoon: als jij mij met rust laat, laat ik jou met rust, dan kunnen we alle twee geld verdienen. Desnoods aan elkaar. We zijn een land van het poldermodel, van de overlegcultuur. Maar er hoeft blijkbaar maar dit te gebeuren en het gaat fout. Dan zijn we net zo vatbaar voor een collectieve hysterie en angstaanvallen als andere landen.”

,,Zelf heb ik niet het gevoel dat ik gehinderd word in wat ik doe. In mijn jongste roman ’Hajar en Daan’ (2004) heb ik bijvoorbeeld de moslimwereld binnengehaald. Op het internet is over dat boek heftig gediscussieerd. Er zijn een paar onaardige dingen over mij gezegd. Die ben ik niet gaan bekijken. Daar word je alleen maar onrustig van.”

 

Robert Anker: ‘Negen levens’, autobiografie. Uitgeverij Querido, 246 pagina’s.

 

Juli, 2008

UA-37394075-1